Review

De terreur van een berucht en briljant jurist

Helmut Ortner: Der Hinrichter. Roland Freisler - Morder im Dienste Hitlers. Zsolnay Verlag, Wenen; 42 DM.

KOOS VAN WERINGH

Zijn hoofdwerk bestond uit het vellen van doodvonnissen, met name tegen mensen die het geloof in de eindoverwinning van het Derde Rijk verloren hadden. Zelfs toen Berlijn al een rune was, werden nog mensen om het leven gebracht die aan de overwinning twijfelden. Freisler maakte het einde van de oorlog niet meer mee, want bij een bombardement van de Amerikaanse luchtmacht op 3 februari 1945 kwam hij om het leven.

Over het leven en werk van deze jurist is een boek verschenen. Helmut Ortner, die eerder een boek over Georg Elser, de man van de mislukte aanslag op Hitler in november 1939, het licht liet zien, gaat na hoe Freislers levensloop was. Al vroeg maakte hij deel uit van Hitlers beweging, waarin hij buitengewoon actief was. In Kassel zat hij voor de NSDAP in het stadsparlement.

In 1926 bestormde hij met een troep aanhangers een theater, waar een stuk werd opgevoerd dat als godslasterlijk beschouwd werd. Een bezoeker werd mishandeld en er ontstond een grote chaos, maar Freisler werd niet vervolgd, integendeel: het stuk werd verboden en de schrijver ervan aangeklaagd. Kurt Tucholsky die het voor hem opnam werd daarop eveneens aangeklaagd.

De beschrijving van dit voorval uit 1926 laat zien dat al ver voor de Machtubernahme de terreur succesvol was en door grote groepen van de bevolking en de justitie gedragen werd.

Ver

Freisler was, dat moesten ook zijn felste tegenstanders toegeven, een briljante jurist; ook zonder Hitler zou hij het ver hebben gebracht. Maar als lid van de beweging stelde hij alles in het werk om het recht een nationaal-socialistische basis te verschaffen.

In Berlijn werd hij in een hoge functie op het ministerie van justitie aangesteld. Hij ontbood de president van het Berlijnse Landgericht en vroeg hem hoe hij tegenover de principes van het nationaal-socialisme stond. De rechter, dr. Kirschstein, antwoordde dat hij zijn hele leven liberale en democratische beginselen had aangehangen. “Dan mag ik aannemen”, aldus Freisler, “dat u geen waarde hecht aan samenwerking met het nationaal-socialistische regime.”

Kirschstein repliceerde dat hij inderdaad daar geen waarde aan hechtte. Kort daarop werd hij met pensioen gestuurd.

Ik noem dit voorbeeld om te laten zien, dat niet de gehele rechterlijke macht zich aan de kant van Hitler schaarde. Maar Kirschstein was een uitzondering. Uit het boek van Ortner wordt duidelijk met welk tempo de rechterlijke macht zich aanpaste aan de nieuwe verhoudingen. Officieren van justitie en rechters deden allemaal hun werk, ze voerden de wetten van de staat uit en wie die wetten had uitgevaardigd, maakte voor hen niets uit. Hitlers woord was wet. Dat gold vooral voor Freisler.

Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944, ook mislukt, krijgt het Volksgerichtshof het zeer druk. Freisler wil er een demonstratie van maken van aanhankelijkheid aan de Fuhrer. En deze had er het volste vertrouwen in.

Hitler schijnt Freisler een keer 'onze Wyschinski' genoemd te hebben. Deze, eveneens gevreesde figuur was in de jaren dertig hoofdaanklager bij de 'zuiveringsprocessen' in de Sovjet-Unie, als handlanger van Stalin. Ook hij brulde tegen de beklaagden of siste hen toe, naargelang de situatie het vereiste.

Van de door Freisler geleide processen zijn opnamen gemaakt. De man die voor het geluid verantwoordelijk was, moest de voorzitter echter meedelen dat de kwaliteit niet goed was, omdat zijn stemverheffingen een goede registratie onmogelijk maakten. Overigens was er, vanuit het ministerie van justitie, ook kritiek op Freisler: hij zou niet terughoudend genoeg zijn.

Ortner heeft in zijn boek gedeelten uit protocollen opgenomen, waaruit de lezer een indruk krijgt van de aard der beschuldigingen en de 'procedures' van de rechtspraak onder een totalitair regime. Aan het einde van het boek staan negen bladzijden die ik als de meest deprimerende beschouw: daar staan de namen van de rechters en de aanklagers van het Volksgerichtshof. En daar wordt ook vermeld hoe het hen na 1945 vergaan is. Bijna zonder uitzondering bleven zij in dienst van de justitie. Er waren enkele processen en veroordelingen, maar het komt er in feite op neer dat de algemene gedachte was dat het functioneren in het Volksgerichtshof 'gewone arbeid' geweest is. Zeker in het licht van hoe in de 'oude' Bondsrepubliek wordt omgegaan met de rechterlijke macht in de vroegere DDR is het doorkijken van die namenlijst ontmoedigend.

Met een van die rechters heb ik jaren geleden een lang gesprek gehad over enkele criminologische thema's. Gevraagd wat hij in de oorlog gedaan had, zei hij die tijd in de innere Emigration te hebben doorgebracht. Hij blijkt dus doodvonnissen te hebben uitgesproken . . .

Bij het beschrijven van de processen tegen de mannen en vrouwen van de 20e juli 1944 maakt Ortner belangrijke opmerkingen over de 'verheerlijking' van dat verzet. Hij brengt daar, terecht, sterke relativeringen aan. In het zicht van de naderende nederlaag van het Derde Rijk liepen velen vlug over.

Vurig

Ortner noemt het voorbeeld van Arthur Nebe, een vurige nationaal-socialist, die arrestanten in de Berlijnse Gestapokelder verhoorde (onder anderen Georg Elser) en naderhand deel uit maakte van de Sonderkommandos die in Oost-Europa achter het leger aankwamen om honderdduizenden joden te executeren. Deze Nebe sloot zich nog even bij het verzet tegen Hitler aan, werd gepakt, ter dood veroordeeld en opgehangen. Zo waren er velen.

Het is heel goed dat deze zich nog steeds uitbreidende mythe van het verzet van de 20e juli tegen het licht van de feiten wordt gehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden