Poëzie

De taal kan een harnas zijn. Liesbeth Lagemaat heeft het opnieuw aangegord in haar dichtbundel

Beeld Maartje Geels

Vaak zijn ze van glas, dan zie je de bus tenminste aankomen. Liefst wacht je er niet te lang, in zo’n abri. Tenzij het regent misschien, dan is zo’n bushokje, best een fijne plek om even te schuilen.

Toch is zo’n klein glazen wachthok niet het soort abri waar Liesbeth Lagemaat het over heeft als ze in haar nieuwe bundel schrijft: “Schuilen? Als je moet, als je kunt, onder een bespogen // blad, een krantflard of het vergeetdozige botje van gekloven kip. Ik leg een / veertje voor je neer, kruip daar dan onder”. Geen hard glas, maar een ‘verenkurasje’, een mens past er nauwelijks onder.

Al vanaf haar debuut, ‘Een grimwoud in mijn keel’, geldt Lagemaat als een eigenzinnig dichter, een schepper van sprookjesachtige, vaak grimmige werelden, die soms lastig doordringbaar waren. Het sterk gecomponeerde ‘Abri’ is - net als haar vorige bundel - opener, de reeksen hebben een min of meer verhalend karakter.

Meteen de eerste woorden al, trekken de lezer de bundel in. “Je had nog extra eieren laten komen vanochtend. Ze hoefde niet aan te bellen, / kon de mand zo de hal in schuiven. De deur op een kier. Later op de dag zou je // naar beneden, echt.”

Chinese muurbekleding

We zijn beland in de wereld van Pyke Koch. Ergens vertoont Lagemaats poëzie wel overeenkomsten met zijn magisch-realistische werk: “‘t is net als // met alles dat u maakt Koch, een mens moet er zijn hoofd een slag bij draaien / dan past het precies.”

De liefde voor beeldende kunst spreekt overal. Achter taferelen gezien op Chinese muurbekleding in Oud-Amelisweerd, bijvoorbeeld, vindt ze evengoed een verhaal: “Je had je allang verstrooid in het water, // was van man van dichter van klinkend woord een ruisen geworden.”

Haar reeksen zijn even strak - ieder vers telt tweeregelige strofen - als vloeiend: een gedicht kan halverwege een zin eindigen om in een volgend gedicht gewoon verder te gaan. Met intense beelden weet ze een onderhuidse dreiging voelbaar te maken, zoals haar nu eens prozaïsche dan uiterst gecondenseerde taal spanning creëert. Wat is er bijvoorbeeld in 1900 gebeurd in de leisteengroeve? Met John? Iets met thee met te veel looizuur? Viel hij door een kabel die knapte? Lagemaat laat flarden zien.

Harnas

De veelal tijdloze gedichten, kunnen overal gesitueerd zijn, ook nu: de vijf liederen van een soldatenvrouw, die zich laten lezen als manieren van afscheid nemen, van achterblijven, zijn onverwacht actueel.

En elders is ze expliciet maatschappijkritisch. Boos zelfs. Op de mens die zich heer en meester waant over de natuur. Die met de bouw van lelijke hotels de kustlijn van (tropische) eilanden verpest, er met zijn koffers als ‘vierkante eieren’ de ‘geur van verderf’ achterlaat.

Is er nog iets wat bescherming kan bieden tegen die werkelijkheid van afbraak, dood en verderf?

De taal kan een harnas zijn. Lagemaat heeft het opnieuw aangegord.

Liesbeth Lagemaat
Abri
Wereldbibliotheek; 96 blz. € 19,99

Van Liesbeth Lagemaat: Schuldig. Kaars, kroes. John Engeland.

Het was de alledagenthee die ze zette, nog voor een splinter licht.
Thermoskan, nog van zijn vader. En diens, misschien. Het was haar

oog, soms dreef er een kloof in, de nanacht, of het vlies van de iris brak -
Later verdween hij weer. Schisma’s voltrekken zich, en maken dat ze -

Nooit gezien die rug. Wervels op krakken, hoe. Ze wist van niets. Dacht
wat komt en gaat is bestendig als een pendule. Ze waste de leistof van

zijn werkpak. Wreef het grijs uit zijn haar, de keukenvloer werd er door
bepokt. Ze nam de kaars uit zijn ransel. De korsten uit zijn broodzak. Stoot

hem aan de elleboog, niet zoals een man. Als een vrouw. De zijne.‘Moest je hoog vandaag.’ Beschroomde vingers op zijn been. ‘Moest je -‘

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden