Beeld Trouw

SchrijverscolumnFranca

De sympathieke slang

In de tuin bij mijn schrijfhuisje zat een ringslang, een flinke. Hij gleed door de plantenjungle bij de vijver die het water nu wel erg aan het zicht onttrekt. Ik moet daar nog een keer aan de slag om de wildgroei een beetje aan banden te leggen. Ook staat daar nog steeds een veel te grote conifeer. Die moet eruit, zodat ik op die plek een stoeltje kan zetten. Daarop ga ik dan, met een laptop op schoot en een parasol boven m’n hoofd, me door alle levende have laten inspireren. Ik wil dat al een tijdje, maar ik aarzel ook. Die zeer dichte conifeer is een biotoopje op zich. De enkele keer dat ik eronder kruip om een bal of shuttle te zoeken, kom ik overeind met de wonderlijkste spinnen op mijn shirt, en je moet tegenwoordig de insecten koesteren. Onder de conifeer komt nooit regenwater, het is er daaronder zo stoffig en bruin als de woestijn in het oude Israël. Ga je een halve meter opzij, dan is het een en al waterplanten.

Maar die ringslang dus. Daar was ik toch wel door verrast. Ik had in Nederland nog nooit zo’n grote slang in het wild gezien (wel in de Reptielenzoo in Vlissingen) en voor deze hoefde ik niet ver van huis. Ik heb er niet met een meetbandje naast gestaan, maar ik schatte hem op 70 cm. Waarschijnlijk zie ik hem niet weer, want toen ik een tijdje in de vijver staarde, zag ik helemaal geen kikkers meer, terwijl er altijd wel een stuk of vijftien op de zwarte rand liggen te zonnen. En als je goed kijkt, zitten er ook nog eens zoveel op de lelies. Nu niets. Een paar dagen later: nog steeds geen kikkers. De vijver was vakkundig leeggevist.

Terwijl de slang waarschijnlijk allang andere oorden aandeed, was het wachten op het moment dat hij in mijn dromen zou terugkomen. Dat gebeurde niet. Ik zal niet vertellen wat ik wel droomde. Het is Freud te verwijten dat we belang zijn gaan hechten aan onze nachtelijke, onsamenhangende verzinsels. Als ik lekker een boek zit te lezen en er wordt ineens een droom naverteld, valt mijn mond vanzelf open voor een gaap. Ik weet dat je dromen bij het leven horen, maar toch niet bij andermans leven. Wanneer mijn vriend bij het ontbijt zijn droom wil vertellen, vraag ik altijd of ik er in voorkom, anders hoeft het van mij niet.

Ik denk dat het Genesisverhaal het verpest heeft voor de rest

In de literatuur dan. De slang heeft een bescheiden plaats in de Griekse mythologie, en een glansrol in de Bijbel, onder meer in de boeken Genesis (de slang is degene die Eva verleidt) en Numeri (wie naar Mozes’ koperen slang keek tijdens de slangenplaag bleef le­ven). Verder komt hij als Kaa, redder in nood, voor in Kiplings Mowgli-verhalen in ‘The Jungle Book’ en als duivel Crawly in ‘Good Omens’, een fantasy-roman over het einde der tijden. Ten slotte heb je nog Nagini bij Harry Potter.

Weinig slangen als personages, als ik goed tel. Ik denk dat het Genesisverhaal het verpest heeft voor de rest van de literatuur. Een personage dat de hele mensheid naar de verdoemenis helpt met een appel, daar kom je niet snel overheen. Elke andere slang is een slap aftreksel. Ga je voor een leuke slang, dan krijg je hem moeilijk geloofwaardig. Walt Disney verfilmde ‘The Jungle Book’ en maakte van Kaa een antagonist, omdat het Amerikaanse publiek een sympathieke slang niet zou accepteren.

In Nederland groeit nu een generatie op met de hobby’s van Freek Vonk. Misschien dat dát nog iets doet voor de slang in de Nederlandse letterkunde.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden