De strip in opmars

Cartoon van Fokke & Sukke. (Trouw) Beeld
Cartoon van Fokke & Sukke. (Trouw)

Mede door het verdwijnen van de grote stripbladen leidt de Nederlandse stripcultuur een kwijnend bestaan. Toptekenaars doen er alles aan het genre nieuw leven in te blazen.

Thomas van Geelen

Volgens Jean-Marc van Tol, tekenaar van Fokke en Sukke, is de Nederlandse stripcultuur op sterven na dood. Het stoort hem dat de kunstvorm nog nauwelijks serieus wordt genomen. „De strip maakt in Nederland slechts 1 procent uit van de gehele boekenmarkt. De meeste boekwinkels hebben geen stripschappen; ze doen het nog steeds af als ’iets voor kinderen.” Met veel jaloezie kijkt hij naar de ontwikkelingen in Vlaanderen, waar het marktaandeel op zo’n 10 procent ligt. „De strip is daar echt gaan bloeien. Steeds meer Vlaamse strips worden verkocht aan Frankrijk. Het Vlaams Fonds voor de Letteren besteedt veel aandacht aan internationalisering en dat is voor een klein taalgebied als het Nederlandse ontzettend belangrijk.”

Ook Hanco Kolk, vooral bekend van S1ngle en Gilles de Geus, zijn de Vlaamse ontwikkelingen niet ontgaan. „Er staat nu een hele nieuwe generatie geweldige stripmakers op in België.” Hij schrijft dit voor een groot deel toe aan de opleiding tot striptekenaar aan de Brusselse kunstacademie. „Bijna al die nieuwe Belgische tekenaars komen daar vandaan, terwijl er in Nederland geen serieuze opleiding bestaat.”

Maar daar komt nu verandering in. Mede op initiatief van de twee tekenaars begint kunstacademie ArtEZ te Zwolle in september een opleiding striptekenen. „De strip wordt als medium steeds serieuzer genomen. Ook hebben bedrijven de laatste jaren ontdekt dat een strip effectief droge materie kan overbrengen. Daardoor wordt de markt steeds breder.” Er is veel animo voor de opleiding. Onlangs kwamen er zo’n vijfendertig belangstellenden naar een open dag, terwijl er slechts plaats is voor tien tot vijftien eerstejaars.

De behoefte aan een serieuze opleiding is de laatste jaren komen opzetten. „Vroeger schaarden stripmakers zich bij bladen”, vertelt Kolk, „als een stal van tekenaars die zichzelf opleidde. Maar sinds halverwege de jaren negentig, toen de grote Nederlandse stripbladen als Eppo, Kuifje en Robbedoes verdwenen, zitten de meesten eenzaam op een zolderkamertje.”

Ook inhoudelijk is het vak veranderd. „Voorheen werden alle strips dat een pennetje gemaakt, nu kan het op veel meer manieren”, zegt Kolk, die de behoefte aan begeleiding kent uit eigen ervaring. „Ik wilde het penseel gaan uitproberen, maar het lukte voor geen meter. Later werd me verteld dat ik met de materialen die ik toen gebruikte het plafond had kunnen witten. Dat zijn zaken waarop ik nu veelbelovend talent zie stranden.”

Rob van Barneveld (23) is zo’n jong talent. Vorig jaar bracht hij bij de Belgische uitgeverij Bries zijn eerste stripalbum uit: ’Rood Gras 1: Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen’. „Een Nederlandse uitgever als Oog & Blik voelt nog als een te hoge drempel”, zegt hij bescheiden, „wat daar vandaan komt is echt góed.”

In de vier jaar dat Van Barneveld tekent heeft hij zijn eigen absurdistische, dromerige stijl ontwikkeld. Maar hij kent ook de problemen van het vak. „Om de zoveel tijd krijg je te maken met een writer’s block, dat is heel herkenbaar. In het begin raakte ik daardoor helemaal in paniek.” Hoewel Van Barneveld zichzelf tot nu toe prima weet te redden, lijkt de nieuwe opleiding hem een mooi initiatief. „Als ik wat minder ver was geweest als tekenaar was ik zeker een kijkje gaan nemen, maar ik denk dat ik daar nu te eigenwijs voor ben.”

Tevens geïnspireerd door de Vlamingen zien Van Tol en Kolk het belang van overheidssteun. Nu is er in Nederland geen lucratieve prijs voor stripmakers en de weg naar het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (BKVB) voor subsidiegeld wordt nauwelijks gevonden. Met een stripfonds in petto stapten ze onlangs naar het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. Resultaat: het BKVB stelt vanaf 1 mei voor de komende twee jaar een intendant en zes ton extra beschikbaar om striptekenend Nederland te stimuleren.

Lex ter Braak, directeur van het fonds: „Het is nog niet precies duidelijk waar het geld naartoe gaat, maar sommige zaken behoeven een flinke duw. Internationale erkenning voor Nederlandse strips is er niet. Daarom willen we onder meer investeren in vertalingen en meer aandacht vragen voor Nederlands werk op internationale festivals.”

Veel overtuigingskracht was er overigens niet voor nodig. „Toen we minister Plasterk benaderden met onze plannen was het in drie minuten geregeld. Dat geeft wel aan dat er kansen liggen.” Van Tol wijst nogmaals op onze zuiderburen: „In Vlaanderen wordt veel bereikt met relatief weinig geld.”

De emancipatie van de strip is al op meer plaatsen zichtbaar. Zo had de in december opgerichte Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers anderhalve week geleden haar eerste bijeenkomst. Met de onlangs opgezette samenwerking tussen de grote literaire uitgeverij De Bezige Bij en de kleine stripuitgever Oog & Blik, druppelen strips de komende maand de schappen van de boekwinkels binnen.

Webwinkel bol.com viel eind vorig jaar al voor de verkoop van stripboeken en ging samenwerken met Aldipress, een van de grootste Nederlandse distributeurs. „Voorheen verkochten we dit genre slechts sporadisch, maar de vraag werd steeds groter”, legt marketingdirecteur Michel Schaeffer van bol.com uit. „Met Aldipress kunnen we veel meer aanbieden. Inmiddels verkopen we er honderden per dag.” Dat is nog steeds niet veel, maar Schaeffer ziet een stijgende lijn. „Toen we net met Aldipress gingen samenwerken, verkochten we dagelijks enkele tientallen strips. We verwachten dat die stijging doorzet, doordat de traditionele boekenwinkels geen goed geordend aanbod hebben.”

Opvallend is, dat de stijgende interesse vooral komt van de producerende en uitgevende kant. Of die behoefte ook bij het Nederlandse publiek aanwezig is, is lastig te zeggen. Kolk: „Tekenaars moeten de internationale markt op. Daarvoor moeten ze een bredere blik hebben, zowel qua onderwerpen als qua uitgevers. Dat is ook iets waaraan we op de opleiding aandacht gaan besteden.”

Van Tol koestert ook binnen de landsgrenzen hoop: „Met Fokke en Sukke gaat het erg goed. Ze komen dagelijks bij ’De Wereld Draait Door’ op televisie en ze zijn het populairste gedeelte van het NRC.”Maar zoals in de jaren zestig en zeventig, toen strips verschenen in kranten en tijdschriften en stripbladen als PEP en Eppo hun intrede deden, zal het niet meer worden. „Toen waren strips onderdeel van een heterogene jeugdcultuur, het was iets rebels. Dat zie ik niet meer gebeuren.”

null Beeld
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden