Review

De staat sluit een verbond met de zonde, vond de freule

Begin dit jaar stond de 63-jarige Sjef Sanders avond aan avond op wacht. Gewapend met een olielamp en een zitstok hield hij mogelijke hoerenlopers weg bij de tippelzone die de gemeente Heerlen had ingesteld. Hij wilde 'geen Sodom en Gomorra' vlak naast zijn voordeur. En Sanders had nog een bezwaar: “De overheid ondersteunt iets illegaals.”

Daarmee stond de Heerlenaar in een lange traditie. In de tweede helft van de vorige eeuw werd zelfs een hele trits comités opgericht speciaal tegen alle overheidsbemoeienis met prostitutie. Abolitionisme heette deze beweging, een verwijzing naar de Amerikaanse ijveraars voor afschaffing van de slavernij. Een bewuste verwijzing, want elk bordeel was volgens de actievoerders een slavenhuis. Dat een vrouw daar uit vrije wil introk, wilde er bij hen niet in.

Mikpunt van hun acties was de 'reglementering'. Aldus werd het geheel van regels genoemd dat prostitutie beheersbaar moest houden. In sommige gemeenten dienden de uitbaters van de poffertjeskramen op grond daarvan tijdens de kermis hun dienstboden weg te sturen. De kramen golden als dekmantel voor de handel in betaalde liefde.

Voor de vrouwen zelf werkte de reglementering zo: wilde een van hen in een gemeente gaan werken, dan moest ze zich bij de politie melden. Die stuurde haar naar een dokter. Kon deze met het blote oog geen geslachtsziekte ontdekken, dan mocht ze zich op het bureau in een register inschrijven en kreeg ze een boekje. Geregeld moest zij terug, waarbij de dokter elke keer aantekende in het boekje. Liep de vrouw wat op, dan verloor ze het boekje, haar werkvergunning.

Een noodzakelijk kwaad die reglementering, riep het gezag. We doen het alleen maar om verspreiding van geslachtsziekten tegen te gaan. Met name syfilis, waar je in die tijd (heel langzaam) aan dood ging. En hoe werd die ziekte verspreid? Juist, via prostituees, redeneerde men.

Dat de klant daar ook niet helemaal los van stond, vergat men. Nee, de man was slachtoffer. Hij had immers van die natuurlijke driften, waar hij wel aan toe móest geven. Het huwelijk was dé plek om die te ontladen, maar ja, dat lag moeilijk voor ongehuwde jongelingen, soldaten en matrozen ver van moeder de vrouw. Het hoerendom was een noodzakelijk kwaad en dwong tot dat andere kwaad, de reglementering.

Om uiteenlopende redenen gordden protestanten, socialisten en feministen zich ten strijde tegen de reglementering. Ze betoogden stuk voor stuk dat de medische aannames over het gruwelijkste geheim van de vrouwenschoot niet klopten, dat van de controles niks deugde en dat de overheid nooit het knechten van vrouwen mocht gedogen.

Prostitutie werd daarmee tegen het einde van de eeuw een grote sociale kwestie. Bij de een heette prostitutie alles van doen te hebben met de strijd tegen het kapitalisme, bij de ander met die tegen de liberale staat, die God en zijn geboden niet onderhield. (“De staat sluit een verdrag met de zonde”, vond freule Anna van Hogendorp). Feministen zagen een direct verband met het kiesrecht. Had de vrouw kiesrecht, dan stierf de prostitutie vanzelf uit.

In haar dissertatie 'Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen' beschrijft de Amsterdamse sociaal-wetenschapster Petra de Vries de drie grote abolitionistische stromingen. Van de protestantse Middernachtszendelingen, die op z'n Heerlens voor bordelen postten om klanten weg te jagen, tot feministe Wilhelmina Drucker, die het huwelijk de 'meest onkiesche vorm van seksueele samenleving' noemde.

Over de zedelijkheidsstrijd in de 19de eeuw is reeds veel geschreven. Steeds ging het er dan over hoe bekrompen het allemaal werd. Zo niet De Vries, wat je inneemt voor haar boek. Zij belicht niet het moralisme, maar de nieuwe ideeën over man en vrouw en seksualiteit die toen ontstonden.

Naast verrassend is haar boek ook goed leesbaar. Wel is jammer dat De Vries de prostitutie van toen amper schetst, zodat onduidelijk blijft hoeveel er klopt van de beweringen van de goedwillenden over het droeve lot van prostituees.

De Vries laat zien dat de ideeën van de drie groeperingen uiteindelijk naar elkaar toegroeiden. Ze werden het erover eens dat de man ook zijn steentje had bij te dragen om de gruwel van de hoererij uit te bannen: hij moest zich maar inhouden. Ook de protestantse Vrouwenbond ging voelen voor het vrouwenkiesrecht.

Maar het hoge doel bleef buiten bereik. De prostitutie was niet uit te bannen, omdat alle drie onderscheid bleven maken tussen goede en slechte vrouwen en geloofden in de ideale vrouw, schrijft De Vries. Je zou ook kunnen zeggen: het kon niet omdat prostitutie bestaat van het taboe. 'Eten van de verboden vrucht' en je meteen veel beter kunnen achten.

Na 1900 werd de strijd tegen prostitutie hoofdzakelijk in Den Haag gevoerd. Daar bleek het moralisme sterker dan de ideeën over meer rechten voor de vrouw.

Nederland kreeg in 1911 een strenge zedenwet mét bordeelverbod. De staat trok zijn handen eindelijk af van het kwaad.

Het vrouwenkiesrecht kwam later ook voor elkaar, maar de prostitutie bleef. Wat erger is voor de ijveraars van toen: vorige week stuurde minister Sorgdrager van justitie een wetsvoorstel naar de Kamer om het bordeelverbod weer op te heffen.

Afgelopen mei ging in Heerlen de vlag uit, toen de gemeente met een prostitutieverbod kwam. Ook daar ging het afgelopen week mis. Op last van de rechter moest de verfoeide tippelzone weer open. Sjef Sanders kon de zitstok en olielamp weer tevoorschijn halen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden