Review

De sparren denderden en zongen als kerkklokken

Torgny Lindgren: In het water van Bonte Bladen. Vertellingen. Uit het Zweeds vertaald door Bertie van der Meij. De Bezige Bij, Amsterdam; 239 blz.-fl42,50.

T. VAN DEEL

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren verstaat de kunst van het weglaten. Hij begrijpt dat sommige dingen nu eenmaal niet gezegd kunnen worden en als dat wel zou gebeuren, dat ze dan onherroepelijk in gemeenplaatsen veranderen. Bij hem wordt veel verzwegen en blijven de geheimen intact. Hij eerbiedigt het feit dat mensen onderhevig zijn aan krachten die zij zelf niet in de hand hebben. En zijn verhalen krijgen door deze vertelwijze een mythisch karakter.

Eigenlijk moet ik niet van 'verhalen' spreken, want de ondertitel van 'In het water van Bonte Bladen' luidt niet voor niets: vertellingen. Lindgren sluit aan bij de orale verteltraditie zoals hij die in het noorden van Zweden heeft leren kennen. De twee langste vertellingen, die ook in het gebied Vüsterbotten spelen, zijn in feite brieven, waarin een voorbije geschiedenis levendig wordt opgeroepen.

Als verteller kent Lindgren zijn weerga niet. Ook in het geval van gebeurtenissen die niet in die afgelegen, primitieve Zweedse streken plaatsvinden, maar bijvoorbeeld in Wenen op het eind van de negentiende eeuw, of in voorhistorische tijden toen de vrouw van Lot in een zoutpilaar veranderde, blijft hij die strak in de hand gehouden verteltoon bezigen.

Een van de mooiste vertellingen, al is het moeilijk kiezen, vind ik die over Elis van Lillåberg. Over hem doen veel verhalen de ronde, maar de vraag is: hoe sterk is Elis van Lillåberg nu eigenlijk geweest? We weten wat hij woog, hoe groot hij was, dat hij een dolle vaars met zijn blote handen heeft doodgeslagen, een gietijzeren fornuis op zijn rug naar huis heeft gedragen, met een baal meel op zijn rug de Vindelrivier is overgezwommen en het meel bleef droog. Maar dat is nog niet echt het antwoord op de vraag.

En dan begint het pas: ,,Het was in dat jaar dat er in augustus een ontzettende mist op kwam zetten, als het schuim in een biervat, en die mist bleef de hele winter hangen, alsof er over de hele wereld wol groeide. Dat jaar werd het jaar van de grote mist genoemd.' Het is duidelijk: de lezer wordt teruggevoerd naar een haast mythisch verleden waarin Elis en zijn vrouw Ottilia een winter lang wachten op het verdwijnen van de mist en als die dan de eerste week na Pasen eindelijk optrekt, wijst Ottilia verrukt op de herschapen wereld. ,,Ik was vergeten hoe het was toen alles zichtbaar was, zei Ottilia. Dat er in alle dingen licht zat als het ware.' ,,Ik voor mij dacht dat er veel meer was, zei Elis.'

Hij gaat na de zomer op weg naar de Klavaberg, waarvan zijn vrouw had gezegd dat het bos op die berg het uitzicht verhinderde op wat zij 'de hele wereld' noemde. Kennelijk heeft die opmerking, Lindgren legt niets uit, Elis tot nadenken gestemd en is hij tot de conclusie gekomen dat hij tot taak heeft het bos om te hakken. Dat gaat hij doen: ,,als hij met zijn bijl de oeroude sparren raakte, denderden en zongen ze als kerkklokken.' Hij komt zo in de ban van dit project dat hij er niet aan denkt thuis te komen alvorens het volbracht is. Volkomen aan het eind van zijn krachten keert hij terug naar Ottilia die hem op een ochtend vindt op de stenen dorpel onder aan het trapje bij de deur. Zij tilt hem op in een lange, heel precieze en ontroerende beschrijving en legt hem op de keukentafel, ,,zoals ze placht te doen met lammeren die een poot hadden gebroken en met kalveren die gestopt waren met herkauwen en met biggetjes die door de zeug waren gebeten. Beesten konden vaak nog worden gerepareerd, ze werden niet zomaar voetstoots geslacht.'

Deze vertelling is grandioos en verliest ook na herhaalde lezing niets van haar geheimzinnigheid. Waarom velt Elis het bos? Uit liefde voor zijn vrouw? Om het uitzicht open te breken op 'de hele wereld'? Er zijn talloze antwoorden denkbaar op deze vraag, maar niet één staat in de tekst. In dit verhaal over de kracht van Elis is een ander verhaal opgenomen over Elis' kleinzoon Uno en daar staat over de mensen van die streek de volgende opmerking: ,,Er deed zich bij hen altijd een typische, angstvallige verheviging van hun opmerkingsvermogen en daarmee van hun bestaan voor, een vrome, onredelijke eenvoud gepaard aan een duistere, duizelingwekkende diepte in hun denken, en die heeft hen tot eenzaamheid en uitersten gedoemd.'

Het is heel moeilijk om een indruk te geven van de vaak luchtig aandoende ernst van Lindgrens werk. In de meeste vertellingen handelt het over scheppen en dood, maar wat zegt dat helemaal als je het zo zegt. Het openingsverhaal vertelt de ontstaansgeschiedenis van Mahlers 'Das Lied von der Erde', maar dat zegt vrijwel niets over het verhaal. Dat gaat over schilderkunst en muziek, alles in een historische setting, maar ook over hoe iemands leven van de ene op de andere dag veranderen kan, ogenschijnlijk ten goede, maar in werkelijkheid ten kwade. En over dankbaarheid, en over trouw, en over een beo, die de muziekgeschiedenis dank is verschuldigd.

Het tweede verhaal is het meest bovennatuurlijke, want daarin is de hoofdpersoon een boom geheten Una, die zowel verkwijning als opzwelling kan genezen. Toevallig doen zich een keer beide ziektes tegelijk voor en de bewoners van de streek volvoeren de rituele handelingen met de twee zieken op de juiste plaatsen, maar de boom verwisselde haar genezende krachten met elkaar en dat had de dood van de zieken tot gevolg. Zij wordt omgehakt, maar de bewoners zijn daarmee nog niet van haar af.

In dit niet minder mythische verhaal treedt een schilder op, die het interieur van de kerk moet beschilderen met engelen en duivels, apostelen en wondertekens. ,,En de werkelijke inhoud van mijn werk, zei hij, die heb ik nooit begrepen. Ik beeld de wereld niet af zoals wij haar zien, dat zou zinloos zijn, als ik zo vrij mag zijn: die wereld is er immers al!'

Vandaar waarschijnlijk dat de moeder in het volgende verhaal de ademhalingsproblemen van haar zoon wil verlichten met een navertelling van 'De openbaringen van Johannes', een tekst rijk aan verbeelding, waardoor het leed van deze wereld vergeten raakt. Ook dit verhaal heeft een Pietà-achtige passage, wanneer de moeder zich over haar kind buigt en het even oplicht. Dit beeld zou de zoon later graag van bovenaf willen schilderen.

Het titelverhaal sluit deze magnifieke bundel in majeur af, hoewel de vertelling voortdurend onderbroken wordt door een bezoek aan een sterfbed. Daarin ligt tante Lydia, ,,een tragisch mens, maar dat wist ze niet, daarom kon ze het zich vaak veroorloven gelukkig te zijn'. Zij heeft een keer in een ver verleden in haar pension in Norsjo prins Eugen een tijdje te logeren gehad, zonder hem te hebben herkend. Pas op het laatst zag ze wie hij was. De mooiste figuur van het verhaal is de schilder Bonte Bladen -zo genoemd door tante- die ook zijn intrek in het pension heeft genomen. Hij maakt aan de lopende band schilderijen van een meer met een huisje aan de rand en verder niets dan bossen en een berg. Hij verkoopt ze aan de mensen in de streek, die herkennen wat ze zien en weten wie er in dat huisje woont. Verrukkelijke gesprekken over kunst en de mate waarin men zich moet kunnen inleven zijn hiervan het gevolg. Bonte Bladen weet zelfs twee schilderijen aan een blinde te verkopen.

Dit verhaal gaat het meest speels om met het thema van de creativiteit in deze bundel. Het is, als de overige, meesterlijk vertaald door Bertie van der Meij, die in het Nederlands alles voortreffelijk laat uitkomen wat in het Zweeds aan de hand moet zijn: humor, precisie, ironie, natuurlijke dialoog en noem maar op. Zie de filosofie van het kant, volgens de schrijver Bruhn:

,,Kant, aldus Bruhn, streeft naar iets dat verder reikt dan het voltooide werkstuk, want kant is niet iets dat toereikend en af is, langs de rand streeft kant naar meer, uitvloeiend en tegelijkertijd uiterst strak van vorm als het is. Een weefsel afgezet met kant lijkt op een geheimzinnige manier naar de oneindigheid te verwijzen. In kant toont zich het bovenzinnelijke, om niet te zeggen geestelijke aspect van onze natuur.'

Ik denk dat Lindgren hier op zijn eigen werk doelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden