BoekrecensiesDe oorlog tegemoet & De koning van het schimmenrijk

De Spaanse Burgeroorlog trekt nog steeds diepe sporen

Vrouwen bij een militaire oefening gedurende de Spaanse Burgeroorlog.Beeld AFP

Twee boeken over de Spaanse Burgeroorlog belichten strijders uit beide kampen.

De huidige Spaanse regering onder leiding van premier Pedro Sanchez kondigde onlangs nog een herziening aan van de wet van het Democratisch Geheugen aan. Het land moet volgens de socialist nog altijd in het reine komen met een van de zwartste bladzijdes uit zijn verleden, de Spaanse Burgeroorlog. Na bijna drie jaar van bikkelharde gevechten legden de aanhangers van de linkse republikeinse regering het in het voorjaar van 1939 definitief af tegen de door rechtse generaals aangevoerde nationalisten. In de ruim tachtig jaar daarna hielden beide kampen vast aan hun verhaal of ze hulden zich in stilzwijgen.

In twee pas verschenen boeken gaat het over de burgeroorlog en de soms haast even pijnlijke nasleep. Lodewijk Petram en Samuël Kruizinga beschrijven in De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939 de rol van vrijwilligers tijdens de ouverture van de Tweede Wereldoorlog. Een bijdrage die niet beslissend was, maar wel bijdroeg aan verhoogd moreel. Schrijver Javier Cercas puzzelt in De koning van het schimmenrijk zoveel mogelijk informatie over zijn op negentienjarige leeftijd gesneuvelde oudoom Manuel Mena bij elkaar, een man van wie meer niet dan wel bekend is. Als nationalist streed hij aan de andere kant. Als provinciaal intellectueel raakte hij volgens Cercas ‘verblind door het romantisch-totalitaire schijnsel‘ van Franco’s Falange.

De koning van het schimmenrijk bewijst nog eens hoe moeilijk de burgeroorlog ligt. Cercas heeft het onderwerp lang voor zich uitgeschoven. Als hij de plannen voor een onderzoek naar zijn familielid openbaart, regent het waarschuwingen. Wat hij ook schrijft, het zal altijd bepaalde groepen tegen de haren instrijken. In gesprekken stuit Cercas nog altijd op lastig te slechten muren en ouderen die volharden in oude verhalen.

Portretfoto van de oudoom in uniform

Lang blijft Manuel Mena voor Cercas dan ook een schematische figuur, de man die strijdend voor zijn ideaal een zogenaamde mooie dood stierf en een straat naar zich vernoemd kreeg in eigen dorp. Maar met als startpunt een in de familie gekoesterde portretfoto van de oudoom in uniform (ogend als een jongen, maar met de lege blik van iemand die al te veel heeft gezien) komt toch meer en meer boven water. De familiemythe wordt weer mens.

Straatgevechten tijdens de Spaanse Burgeroorlog.Beeld AFP

De schrijver koppelt Mena’s ervaringen aan de voorstellingen van oorlog door twee van de grootste Spaanse kunstenaars. Diego Velázquez (1599-1660) schilderde de gedroomde versie met roemrijke overwinningen en waardige, ridderlijke helden. Francisco Goya (1746-1828) benaderde de weerzinwekkende realiteit dichter met zijn beeldverslag ‘De gruwelen van de oorlog’. Manuel Mena liet zich verleiden door het Velázquez-beeld, maar raakte door de werkelijkheid à la Goya al snel gedesillusioneerd.

Cercas maakt met zijn petite histoire goed invoelbaar hoe en hoezeer de Spaanse Burgeroorlog destijds ingreep en hoe diep de sporen nog zijn. Hij had het wel beknopter kunnen opschrijven. Met inzet van al zijn kunde en trucs als schrijver spint hij zijn verhaal erg lang uit.

Minder literaire zwier

Kruizinga en Petram schrijven het relaas van de Nederlandse vrijwilligers aan republikeinse zijde met wat minder literaire zwier maar helder op. Het echte slagveld komt er relatief bekaaid vanaf, maar de ideeënstrijd achter het geweld wordt prima uitgewerkt.

Waar eerder met coulance was gekeken naar landgenoten die als Zouaaf hadden gestreden voor de paus of aan Afrikaner zijde voor de paus, werd veel minder coulant opgetreden tegen de vreemde krijgsdienst van de Spanjegangers. Het Nederlanderschap werd hen afgenomen. Ze werden stateloos.

De eerste vrijwilligers die gingen, maakten zelf de keuze. In een tijd, waarin totalitaire ideologieën terrein wonnen, konden ze voor hun gevoel eindelijk iets betekenen. Sommigen zagen het als de laatste kans om een nieuwe wereldoorlog te voorkomen. Bij een enkeling trok de belofte van avontuur. De CPN wachtte aanvankelijk af en engageerde zich pas in tweede instantie.

Maar in de beeldvorming van veel andere politici liepen alle vrijwilligers aan de leiband van Moskou en vormden ze bij terugkomst (als ze niet sneuvelden) een gevaarlijke vijfde colonne (saillant detail: die term stamt uit de Spaanse Burgeroorlog).

De polarisatie was destijds zo ver gevorderd, dat in de beeldvorming vrijwel alleen plaats was voor schematisch Goed en Kwaad. Het ene kamp zag in de Spaanse Burgeroorlog de strijd van antifascisten tegen de internationale opmars van bruin- en zwarthemden. Het andere kamp beschreef het conflict eerder als een confrontatie tussen atheïsten/anarchisten tegen de kerk en vaderlandslievende krachten. Voor nuance was weinig plaats.

De bereidheid over en weer om naar elkaar te luisteren nam zienderogen af. Toen Nederlandse vrijwilligers terugkeerden uit Spanje, kwamen op het Parijse Gare Austerlitz behalve een aantal medewerkers van het Nederlandse gezantschap in de Franse hoofdstad ook een aantal journalisten aan boord van de trein. Toen duidelijk werd dat een van hen een verslaggever van De Telegraaf was, brak grote consternatie uit. “D’r uit! En gauw ook! Vuile provocateurs!”, klonk het. En: “Gooi hem het raam uit!” De journalist sloot zich tijdens de rest van de korte rit naar Gare du Nord waarschijnlijk –voor zijn eigen veiligheid – op in het toilet.

Vrijwel geen enkel land in Europa trad zo streng op tegen Spanjegangers als Nederland. Wellicht had het wat te maken met de angstvallig bewaakte neutraliteit.

Blijvendere erkenning voor de vrijwilligers van destijds 

In later jaren zou het beeld van de vrijwilligers nog een aantal keren kantelen. Trouw lopend aan de lijn van de partijleiding ver­dedigden voormalige communistische strijders tegen het fascisme van Franco vanaf 1939 toch het Molotov-Ribbentroppact, de samenwerking­­ tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Later tijdens de bezetting kozen velen echter voor actieve deelname in het verzet. Er kwamen uiteindelijk meer Nederlandse Spanjestrijders om in de jaren 1940-1945 dan tijdens de burgeroorlog op het Iberisch schiereiland. Die heroïsche rol leverde na de bevrijding waardering en een soepelere houding van de autoriteiten op. Maar die houding verdween weer, nadat internationale spanningen begonnen op te lopen als gevolg van de Koude Oorlog. Veel van het ongedaan maken van eerder onrecht en blijvendere erkenning voor de vrijwilligers van destijds moest wachten tot vlak voor en na de millenniumwisseling.

Lodewijk Petram & Samuël Kruizinga
De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939
Atlas Contact
320 blz. € 22,99

Javier Cercas
De koning van het schimmenrijk
Vertaling Jos den Bekker.
De Geus
320 blz. € 21,50

Lees ook:

Spanje herdenkt de oorlog niet - of toch: de Spaanse Burgeroorlog

De Tweede Wereldoorlog leeft niet erg in Spanje. De Spaanse Burgeroorlog des te meer, legt historicus Angel Viñas Martín uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden