De Sint Servaas in Maastricht

De enorme vierkante parasols van de terrassen ontrekken de grote kerk vrijwel geheel aan het zicht. Vanaf hier is nog net de voet van de stenen kolos zichtbaar. Het ochtendstille Vrijthof wordt omzoomd door gevlekte platanen.

Tegenover het theater staat het toeristentreintje met de gele, rode en blauwe wagonnetjes al te wachten tot het gevuld wordt met passagiers die zich gewillig over de hobbelige kinderkopjes laten slepen. Vrachtwagens en bestelbusjes worden leeggehaald zodat de terrassen deze dag genoeg voorraad zullen hebben om de net op gang komende mensenstroom van voedsel en drank te voorzien.

Door het vagevuur – de onheilspellende naam van het straatje tussen de Sint Janskerk en de Sint Servaas basiliek – loop ik op de ingang van het imposante gebouw af. Aan de westkant van de basiliek strekken twee stenen armen zich uit naar wat eeuwenlang de proosdij was; de ambtswoning van de belangrijkste hoogwaardigheidsbekleder van het Sint-Servaaskapittel, de proost. Vandaag dient het gebouw als residentie van de Liefdezusters van den Heilige Carolus Borromeüs, eenvoudiger bekend als de Zusters Onder de Bogen. De 12-eeuwse bogen dienen niet alleen ter ondersteuning van het westwerk van de basiliek maar staan door een loopgang ook in directe verbinding met het westkoor.

Voor de kerk staat de pastoor, herkenbaar aan het witte stukje karton onder de kin.

De klok luidt; koperachtig, nodigend. Bongg, bomm, kommm.

Nog even ga ik op het pleintje bij de ingang van de kerk zitten. Naast mij zit een toeriste die haar lunch eet. De pastoor passeert en zegt met onmiskenbare zuidelijke g-klank ‘daag’. En ook ‘smakelijk’. Schuin tegenover de ingang staat Sint Servaas. Nou ja, zijn stenen gelijkenis. Vanonder zijn voeten stroomt water klaterend een achthoekig bassin in. Het water is groenig. Of er muntjes op de bodem liggen is niet te zien.

Drie euro vijftig kost het, om dit Godshuis binnen te gaan. De loketman ziet me aan voor een student. Dat ben ik niet meer, maar hij is vastbesloten. ‘Vindt u het erg als ik er student van maak?’

Door gewelfde gangen ga ik richting het binnenste van de kerk. Ik houd van deze gangen, waar voetstappen en stemmen klinken mooier klinken dan anders. Waar alles van koele steen is; de vloeren, de muren, de ramen en het plafond. Langs de zijkant lopen lange stenen banken vanwaar de vermoeide zuster kan uitkijken op de groene binnenplaats.

Schatten

De schatkamer, die moet ook even bekeken worden. Bij binnenkomst kijk ik recht in de edelstenen ogen van een groot verguld borstbeeld van Sint Servaas. In een andere kamer zijn z’n inmiddels verkruimelde gewaden gevangen achter glas. Er is ook een noodkist. Ik snap dat niet. Voor het geval de gewone kist het begeeft? Twee vriendelijke loketmannen geven mij nadien uitleg over de gouden – ‘niet van koper!’ – kist. In de kist werd het overblijfsel van Sint Servaas vroeger door de stad gedragen, bijvoorbeeld als de pest heerste. Nu wordt de kist nog eens in de zeven jaar de stad rond gedragen. En, wanneer is het weer zover, vraag ik. De ene loketman zegt dat ik dan, als het zover is, misschien de kist wel aan kan raken. Erg enthousiast wordt ik niet van die gedachte, maar ik lach goedmoedig en knik wat.

Van mier tot olifant

Ik duw de zware houten deur open en stap naar binnen. Het valt bijna op me; de stilte, de wierooklucht. De onmiskenbare atmosfeer die in eeuwenoude kerken hangt. Ik ga zitten en kom ogen tekort. Soms wordt de stilte even onderbroken door fluisteringen, voetstappen, een deur die dichtvalt. Wie de basiliek binnengaat, kan niet anders dan eerbied hebben, net zoals de duizenden gelovigen die hier door de eeuwen heen hebben gelopen, gezeten, gebeden en geluisterd.

Het is bijna niet te geloven dat dit imposante gebouw begonnen is als een kleine houten kapel. Het kapelletje wordt gebouwd ter nagedachtenis aan de Tongerse bisschop Servaas die rond het jaar 384 naar Maastricht komt om een kerk te stichten. Enkele dagen na zijn aankomst in de stad overlijdt de bisschop. Op zijn graf wordt een houten kapel gebouwd. Sint Servaas vormde 16 eeuwen geleden letterlijk en figuurlijk het fundament voor de kerk in Maastricht.

Rond 550 wordt de kapel vervangen door een stenen kerk. Sindsdien is de kerk keer op keer herbouwd en hersteld. In 1874 probeerde het kerkbestuur Koning Willem III over te halen om een rijkssubsidie voor restauratiewerkzaamheden te geven. Ze zeggen over de kerk: ‘Zij is een monument dat meer dan elk ander belangrijk is voor de geschiedenis der middeleeuwsche bouwkunde, welke in hare geheele ontwikkeling met steenen letters op den ontzaggelijken bouw staat neêrgeschreven.Van het begin der romaansche bouworde tot aan de zoogenaamde Renaissance hebben alle eeuwen aanzienlijke bouwdelen aan de Sint Servaas kerk achtergelaten.’

In de 19e en 20e eeuw wordt de kerk gerestaureerd. Middeleeuwse schilderingen worden in ere hersteld en de kerk krijgt de Monumentenprijs van de stad Maastricht. Volgens de website van de kerk is de Sint Servaas voor Maastricht een monument van onschatbare waarde, ‘uit zowel religieus, cultureel, historisch als emotioneel oogpunt. De kerk staat er weer in al haar liturgische luister en schittering.’

Ergens in de kerk hangt een koperen plakkaat. De tekst is in twee talen: Latijn en Nederlands. ‘Ter ere van Sint Servatius heeft Paus Johannes Paulus II toen hij diens graf bezocht om er te bidden de Servaaskerk goedgunstig tot basiliek verheven, 14 mei 1985.’

Hoe een kerk promotie kan maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden