COLUMN

De seksuele bevrijding wijst ons op de ontoepasselijkheid van de genitale groet

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Bij Montaigne lees ik iets over de wijsgeer Pasicles van Thebe die eens bij iemand tot wie hij zich wendde zijn hand op diens geslachtsdelen legde in plaats van op zijn knieën, zoals in die contreien kennelijk de gewoonte was. 

De ander was daarvan niet gediend en duwde hem weg waarop Pasicles zei: "Wat nu, die horen toch net zo goed bij je als je knieën?" Pasicles behoorde tot de zogeheten 'cynische' school waarvan de bekendste de 'hondmens, filsofoof en nietsnut' (zo noemt Peter Sloterdijk hem) Diogenes van Sinope was. Je kunt je voorstellen dat Pasicles het 'hondse' van de cynische filosofie letterlijk wilde uitdragen met zijn genitale groet; immers ook honden snuffelen bij voorkeur aan elkaars geslachtsdelen als ze elkaar tegenkomen.

Pasicles' gedachtengoed doet me ook denken aan de 'penisgroet', waartoe in 1967 de Vlaamse dichter Herman J. Claeys, jammerlijk vergeten dat wel, opriep: in plaats van elkaar de hand te schudden moest men elkaar maar in het kruis tasten. Claeys en zijn maten waren een soort Vlaamse provo's en de penisgroet was bedoeld om de ouderwets-burgerlijke manier van elkaar begroeten eens aan de kaak te stellen. Noem het onbehagen in de cultuur.

Of het er ook in de praktijk van kwam, weet ik niet. In elk geval kwam de politie het blaadje waarin Claeys zijn oproep deed in beslag nemen, maar misschien voelde de omstreden Belgische bisschop Vangheluwe zich een heimelijke volgeling toen hij, reagerend op de beschuldiging van misbruik van zijn neef, zei: "Van penetratie was geen sprake, wel van aanrakingen van de geslachtsdelen. Het was een stukje intimiteit dat tussen ons plaatsvond." 

#MeToo

Het lijkt mij dat het voorstel van Pasicles en Claeys in onze #MeToo-tijden tot flinke misverstanden zou leiden. En het is ook onzin. Onze geslachtsdelen horen weliswaar bij ons, zoals Pasicles terecht beweert, maar ze vervullen toch een heel andere functie dan onze handen of onze mond. Ook onze neus hoort bij ons maar daarom lopen we er nog niet op!

Je zou kunnen menen dat het preutsheid is die ons ervan weerhoudt elkaars geslachtsdelen niet bij wijze van groet aan te raken. Maar het is juist de seksuele bevrijding die ons wijst op de ontoepasselijkheid van de genitale groet. Nu we, in tegenstelling tot vroeger, erotische films mogen kijken zonder direct als viezerik te worden weggezet, kunnen we zien dat de geslachtsdelen gewoon nog altijd voor erotiek en seks worden gebruikt. Het zijn niet de ellebogen of de voetzolen van de mens waarvoor we komen. Wat dat betreft is er sinds Adam en Eva die uit schaamte vijgenbladen voor hun geslachtsdelen bonden weinig veranderd.

En ook de Victoriaanse gewoonte om alles wat aan seks deed denken, tot aan de stoel- en tafelpoten toe, weg te moffelen, drukt hetzelfde uit, namelijk dat geslachtsdelen functioneren in het geslachtelijk verkeer en niet als een soort 'Hallo'. De hardnekkigheid waarmee we ze, ondanks vrijmaking en taboedoorbreking, blijven gebruiken voor seks en voortplanting, wijst erop dat ze daarvoor ook bedoeld zijn.

Meer columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden