ReportageMunchmuseum

De Schreeuw en zijn schepper Edvard Munch hebben een gloednieuw onderkomen in Oslo

Het Munchmuseum in Oslo staat aan het Oslo-fjord en is ongeveer 60 meter hoog. Beeld Getty Images
Het Munchmuseum in Oslo staat aan het Oslo-fjord en is ongeveer 60 meter hoog.Beeld Getty Images

Op een schitterende locatie in Oslo is het nieuwe dertien verdiepingen tellende Munchmuseum verrezen. Helemaal gewijd aan deze getormenteerde expressionistische kunstenaar.

Anne Grietje Franssen

Bezien vanaf de Oslo-fjord is de Noorse hoofdstad nagenoeg onherkenbaar, voor wie de stad een jaar of tien niet heeft gezien. In deze nieuwe wijk aan het water, Bjørvika, verrees eerst al een spierwit operahuis dat als een ijsrots uit het water lijkt te komen. En vorig jaar opende hier de nieuwe openbare bibliotheek in een net zo markant gebouw, met een pui van glas en een overhangende bovenste etage.

Ernaast staat nu een enorme, zilvergrijze kolos die zestig meter de lucht in reikt. Het is het nieuwe Munchmuseum, kortweg MUNCH: dertien verdiepingen opgedragen aan de nalatenschap van de getormenteerde Noorse kunstenaar die zo bekend werd om zijn Skrik (De Schreeuw). Het is de grootste collectie ter wereld die is gewijd aan het werk van één artiest. En het museum was er bijna niet gekomen.

Tijdens de Duitse bezetting legde kunstenaar Edvard Munch in zijn testament vast dat hij al zijn bezittingen naliet aan de stad Oslo. Dit om confiscatie door de Duitsers te voorkomen, die zijn werk als entartet zagen, ontaard, niet-Arisch. Toen hij in 1944 stierf, erfde de hoofdstad circa 28.000 kunststukken plus een stapel teksten, brieven, foto’s en persoonlijke bezittingen.

Zelfportret van Edvard Munch. Beeld Munchmuseum
Zelfportret van Edvard Munch.Beeld Munchmuseum

Wie was Edvard Munch?

Edvard Munch (1863-1944) groeide op in Kristiania, het huidige Oslo, als de zoon van legerarts Christian Munch en zijn vrouw Laura. Toen Munch vijf was, stierf zijn moeder aan tbc. Munch bleek een ziekelijk kind, hij bleef hele winters thuis van school. Daardoor had hij alle tijd om te tekenen. Op zijn 17de schreef Edvard in zijn dagboek: ‘Nu neem ik het besluit schilder te worden.’

Zijn jeugd werd overschaduwd door de godvrezendheid en instabiliteit van zijn vader en de dood van eerst zijn moeder en later zus Sophie. Munch werd sterk beïnvloed door impressionisten als Manet, Van Gogh en Gauguin, maar op den duur vond hij het impressionisme en naturalisme te beperkend. Munch wilde zijn gemoedstoestanden afbeelden, in plaats van de externe realiteit. Hij begon te schilderen in sterk vereenvoudigde vormen, kenmerkend voor het latere expressionisme.

Tot begin 1900 bewoog Munch zich in Parijse en Berlijnse kunstenaarskringen, maar na een zenuwinzinking keerde hij terug naar Noorwegen. De laatste twee decennia van zijn leven bracht hij grotendeels in eenzaamheid door op zijn landgoed in Ekely, nabij Oslo.

Het oorspronkelijke museum opende de deuren in 1963 in Tøyen, een paar kilometer buiten het stadscentrum van Oslo, precies 100 jaar na de geboorte van de artiest. Al snel werd duidelijk dat het gebouw in zijn functie tekortschoot. De interesse in de kunstenaar oversteeg alle verwachtingen. Het pand kon de stromen bezoekers en het uitdijende personeelsbestand amper aan. In de communis opinio was het vooral een teleurstellend eenvoudig omhulsel voor het oeuvre van een zo fenomenale Noor.

Een nieuw, beter beveiligd gebouw was nodig. Vooral na de geslaagde inbraak, in 2004, waarbij op klaarlichte dag en onder het toeziend oog van tientallen bezoekers gewapende overvallers een versie van De Schreeuw en De Madonna buitmaakten. Maar het zou nog bijna twee decennia duren eer het zover was. In 2016 werd de fundering eindelijk gelegd en sinds 22 oktober is het museum open.

Een verticaal museum

Het Spaanse architectenbureau Estudio Herreros won in 2009 de opdracht met een voorstel voor een verticaal museum, opgebouwd uit een groot aantal verdiepingen van uiteenlopende hoogtes. “Van de twintig internationale architectenbureaus die meedongen, waren wij de enige met een verticaal ontwerp”, vertelt Jens Richter, de helft van het architectenduo achter het instituut. “Een verticaal museum is nogal een statement. Het verandert het stadsgezicht.”

Tegelijkertijd, zegt Richter, was hun ontwerp ingegeven door praktische en ruimtelijke overwegingen. Tentoonstellingsruimtes zijn nu als een blokkendoos op elkaar gestapeld en dat biedt flexibiliteit: Munchs schetsen en afdrukken zijn te zien in kleinere zalen met lage plafonds, terwijl een paar van zijn mega-schilderijen in riante ruimtes geëxposeerd zijn.

In het ontwerp hebben de architecten letterlijke verwijzingen naar de kunst van Munch proberen te vermijden. “Wel hielden we rekening met Munchs sterke relatie met de buitenruimte. Hij schilderde in de zon, in regen en storm. Hij bewaarde een deel van zijn portfolio buiten – iets waar de conservatie-afdeling hem nu om vervloekt. Maar zijn blik naar buiten was voor ons een inspiratiebron.”

Doorschijnend aluminium

Zo is de museumfaçade bedekt met geperforeerd, doorschijnend aluminium dat volgens Richter fungeert als een ‘reactieve huid die het licht en de weersomstandigheden in Oslo reflecteert’. “De buitenzijde is veranderlijk. Met zonnig weer is het aluminium ondoorzichtig. Als de zon ondergaat, wordt het pand transparanter.”

Ook de stad wilde inspraak: het pand moest tevens een publieke functie vervullen. Richter: “Het restaurant op de bovenste verdieping, met een panorama over fjord en stad, is toegankelijk voor iedereen, ook als je geen kaartje voor het museum hebt. Er zijn een kinderafdeling met schildercursussen, een bioscoop en een auditorium.”

In het Munchmuseum zijn ook de werken van kunstenaar Tracey Emin te zien, zij is geïnspireerd door het werk van Munch. Beeld Munchmuseum
In het Munchmuseum zijn ook de werken van kunstenaar Tracey Emin te zien, zij is geïnspireerd door het werk van Munch.Beeld Munchmuseum

Een onopgemaakt bed van Tracey Emin

Boven in het nieuwe Munchmuseum is een tijdelijke tentoonstelling te zien, The Loneliness of the Soul, van de Britse controversiële kunstenaar Tracey Emin (58), die enorm geïnspireerd is door Munch. Haar schilderijen en sculpturen staan en hangen naast door haar geselecteerde werken van hem, en zijn veelal ingegeven door vergelijkbare emoties en demonen: angst voor de dood, verval, lust, eenzaamheid. Haar bekendste werk dat in Oslo te zien is, is My Bed: een onopgemaakt slaapkamertafereel geënt op Emins depressieve periode waarin ze dagenlang op bed lag en dronk. De lakens op het bed zijn sjofel en bevlekt, op en naast het matras ligt ondergoed met menstruatievlekken, er liggen condooms, pantoffels en papiertjes, peuken, troep. Het geheel ademt apathie en droefgeestigheid – een gemoedstoestand die ook Munch niet vreemd was.

Is MUNCH vanbuiten al behoorlijk overweldigend – van binnen is de ruimte dat zeker ook. Bij de entree bekruipt je het gevoel in de galmende vertrekhal van een luchthaven te zijn beland. Het pand is een en al roltrappen en glazen balustrades, chroomkleurige vloeren en plafonds, duizelingwekkende uitzichten over kust en operagebouw. De schaal van dit alles maakt nogal nietig.

Dat geldt ook voor het volume van de collectie. Het is verdieping na verdieping Munch. Hier vind je duizenden schilderijen, tekeningen, prenten, lithografieën, houtsnedes, sculpturen en foto’s. De werken zijn thematisch georganiseerd: de tentoonstelling Infinite op de vierde verdieping behelst een overzicht van Munchs belangrijkste onderwerpen en inspiratiebronnen, zoals de Madonna. De expositie Up Close, op de zevende, is volledig gewijd aan zijn houtsnedes.

Door een gat naar binnen getakeld

Monumental, op de zesde etage, exposeert zijn immense, monumentale doeken die hij begin 20ste eeuw schilderde voor de universiteit van Oslo. De grootste, De onderzoekers, heeft een oppervlakte van zo’n 50 vierkante meter en moest door een gat in de zesde verdieping naar binnen worden getakeld.

Voor zover mogelijk hebben de curatoren de man zelf van zijn werk gescheiden; de persoon Munch vind je hier ook, mits je minutieus alle verdiepingen afgaat. Zo is zijn laatste kunstenaarswoning virtueel nagebootst. Als bezoeker loop je door namaakkamers van Munchs huis. In vitrinekasten vind je Munchs sigarettenpeuken, versleten fauteuils, brieven, boeken, de materialen waarmee hij zijn kunsten schiep. Hij was een geplaagde ziel, leren we, wiens moeder vroeg aan tbc stierf en die zelf als kind al de dood een paar keer in de ogen keek.

Die geplaagde ziel spreekt uit een aanzienlijk deel van zijn kunst – maar natuurlijk bij uitstek uit de eindeloos gekopieerde, gecommer­cialiseerde en gepersifleerde Schreeuw. De Schreeuw was aanvankelijk een tekst, een dagboeknotitie, van een avond, eind 19de eeuw, waarop Munch met twee vrienden aan de wandel was. Plotseling werd hij overvallen door een staat van moedeloosheid. Hij leunde doodmoe tegen een hek en bleef daar staan, terwijl zijn vrienden onwetend doorliepen. ‘Trillend van angst’ voelde Munch op dat moment ‘de grote Schreeuw van de natuur’.

De Schreeuw werd een terugkerend motief in zijn werk. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, bestaan er verschillende versies. De collectie van MUNCH bevat drie varianten: een schilderij, een lithografie en een krijttekening, waarvan er steeds maar een zichtbaar is. Om het uur vindt een wissel plaats; verdwijnt de ene versie achter twee luiken en wordt een volgende versie onthuld. Het maakt dat hier een verwachtingsvolle opstopping plaatsvindt van dralende mensen die hopen een glimp op te vangen van ten minste nog een andere Schreeuw.

Lees ook:

De wanhoop en woede van Edvard Munch

In de Kunsthal in Rotterdam opent vandaag een tentoonstelling over Edvard Munch (1863-1944). ‘De Schreeuw’, zijn bekendste werk, is er niet te zien. De wanhoop en ontzetting die in het schilderij tot uiting komen wel, maar dan op minder bekende doeken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden