Poëzie

De schitterende nieuwe bundel van Anneke Brassinga biedt taal én muziek

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

De muziek zette ik even uit, anders kon ik de poëzie niet horen. Was dat niet vreemd? Ik zat toch gewoon te lezen?

Jawel, maar de bundel die ik in mijn handen had, was net zoveel taal als muziek, en al die woorden en klanken hadden ruimte nodig, daar kon niet ook nog eens een radio bij. Deze regels bijvoorbeeld, vroegen net zo goed om mijn oog, als om mijn oor. “Nog tweedgroen, discreet lispelend, staan ze pal achter Ting-Jie, / Miss Ginkgo, die rijk en sierlijk boven het gepeupel uit / gouden fanfare zou zijn als kleur klinken kon.”

Bomen zijn het die daar staan te lispelen, in een van de vele tuinen die Anneke Brassinga schiep in haar nieuwe bundel ‘Verborgen tuinen’. Hoe ze het doet, dat scheppen, weet de dichter misschien zelf ook niet precies. “Scheppen hult zich in roes / van klaarte; geen mens die het navertellen kan.”

Maar wat er vervolgens op papier staat vraagt misschien wel om totale overgave van de lezer. Omdat het zó allesomvattend is. Zeggen dat dit poëzie is over wat is en wat blijft, over leven en over vergankelijkheid en hoe wat eens was nooit zomaar verdwijnt, doet de bundel tekort. Al was het maar omdat de dichter het zoveel mooier kan zeggen: “alsof na de dood / de dood niet meer bestaan kon, alsof // na haar leven ons leven het bootje was / waaronder zij meezwom”.

Superschitterlipgloss

Zoals de rijke Brassinga-taal met z’n muzikale, vaak wat plechtstatige regels, vol inversies, vol bijna vergeten taal (‘wannen’, ‘verkorven’), vol woordrijgsels (‘haatbegeren’, ‘schemerovertogen’, ‘superschitterlipgloss’), vol citaten en allusies, taal waarin diepe ernst altijd samengaat met een licht soort humor, zich eigenlijk ook alleen maar laat ervaren: “Geen brullustige zeeleeuw (oewaaah-argh) schijnt gebrand op muziek / als cultuur, noch enige zeeleeuwerik, hoe jodelend ook - ‘toe-liè-kwietuu-wieoe’ -”.

Beeld De Bezige Bij

Voor het leven en alles wat daarbij hoort, is er plaats in deze intense gedichten: voor het uitspansel, voor de ziel, voor leermeesters, voor geluk, voor dierbaren, voor de krukas-sensor, voor sigarettenrook en voor appelbollen van bakker Meijssen (‘fris en mild, van onzwaar bladerdeeg’). En ook voor ongerijmdheden van het bestaan, voor wrange botsingen tussen cultuur en natuur: ‘Een olifant ontwaakt in zijn hiernamaals van ivoren toetsen’.

Een serie haiku’s opent de ‘Verborgen tuinen’. Trefzekere gedichten, geschreven bij foto’s van plekken in Berlijn. Beelden als een venster op iets waars. Een morsige flat en een onooglijk betonnen bunker zonder ramen. Brassinga ziet: “Spuuglelijkste stad,/ die je leerde houden van/ het lelijkst (zo mooi!).”

En dan zijn er nog vertalingen, een intrigerend duet met Piet Gerbrandy over Boëthius. Zoveel dat tot denken aanzet, zoveel dat, zoals dit ‘aandravend verleden’, overrompelt:

“We hoefden maar een rijpe peer te ruiken, vers brood, of / te denken aan iemands stem - en daar kwam het alweer / als bijna tedere, zware, dodelijke beer ons bedelven // met omhelzing”.

Bij de prelude opus 32 nr. 13 - Sergei Rachmaninov

Een olifant ontwaakt in zijn hiernamaals van ivoren toetsen -
slagtanden getemd maar welk ondier wil ooit leren
musiceren? En ook van nature fijnzinnig trillende rimboebomen

zijn, omgehakt, als lijk, met hoogglans gelakt, diep in hun pit
tegen elke dressuur gekant. Ik ben gewaarschuwd:|
op het balkon, achter ’t glas, staart de stekelpalm me aan -

zij vreest een volgend leven als preludepartituur.

Hoe dan haar trots vlijmende, alle uitlaatgassen tartende blad,
gepletwalst tot sneeuwig platitudepapier, doorkruist door lijnen
van gespannen prikkeldraad vol zwarte torrendrek en dode

vliegen vastgekleefd aan Sergei’s suikerplak, verdwarrelen moet

boven de straten van een immense, harteloze stad.
Ver weg kerkklokken in de toendra, naaldbomen vallen.
Of sneeuwberken? Wij nemen een ijsje met slagroom

en koffielikeur. Zelf denk ik geregeld aan planken vloeren
zwaar genoeg om meerdere kolossen overheen te laten klossen.
Of een schuimbad, op laag water. Grafkist voor muziek?

En dan, veel brokken in de keel, slurfsgewijs de rode serre uit.

Anneke Brassinga
Verborgen tuinen|
De Bezige Bij; 102 blz. € 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden