Beeldende kunstMesdag Collectie

De schilderijen van Antonio Mancini brengen Italiaanse sentimenten naar Den Haag

Zelfportret van ­Antonio Mancini, (1852-1930). Beeld Galleria D’Arte Moderna Firenze

Antonio Mancini was een buitenbeentje. Hij stopte glasscherven, metaal en dikke lagen verf in zijn portretten. De Mesdag Collectie in Den Haag stelde een tentoonstelling samen over Mancini’s wonderlijke werk en leven.

Het begon in 1885 met een brief van Rome naar Den Haag. De Italiaanse schilder Antonio Mancini had begrepen dat er in Nederland een verzamelaar woonde van zijn werk, ene Mesdag. Iemand die zelfs schilderijen van hem tentoongesteld had in Brussel. Mancini had zijn leven lang geldgebrek, met een grote familie om te onderhouden en een gat in zijn hand. Dus de Italiaan klom in de pen: wilde die verzamelaar misschien nog iets van hem kopen?

Tot Mancini’s verbazing kreeg hij niet alleen antwoord, er kwam ook meteen geld, en niet te zuinig. Hendrik Willem Mesdag, die zelf ook kunstenaar was, stuurde meteen een heel jaarloon naar Rome. Wat hij daarvoor wilde was niet helemaal duidelijk: ‘Schetsen of schilderijen’, meer toelichting kreeg Mancini niet. Twintig jaar lang hakkelden ze zo heen en weer, de Nederlander met vage opdrachten en de Italiaan

in gebrekkig Frans. Maar het leverde wel wat op: in totaal zou Mesdag zo’n 150 schilderijen, tekeningen en pastels naar Nederland laten komen. De meeste verkocht hij door, hij was ook een kunsthandelaar. 

Nu is in Den Haag, in de Mesdag ­Collectie – nog steeds in het museum dat Mesdag en zijn vrouw en kunstenaar Sientje Mesdag-Van Houten in 1885 aan de Laan van Meerdervoort ­lieten bouwen voor hun kunstverzameling – een tentoonstelling te zien van Mancini’s werk uit die tijd. De portretten komen er prachtig tot hun recht. De brieven, foto’s en ook een paar mislukte verf-experimenten maken het tot een fraaie introductie op de in Nederland vrij onbekende naam. 

In Italië kreeg de kunstenaar bij zijn overlijden in 1930 een staatsbegrafenis, en zijn er nog heel regelmatig tentoonstellingen. En terecht. Qua onderwerp zijn de schilderijen niet revolutionair. De eerste werken die Mesdag van Mancini had gezien, in Parijs, waren portretten van familieleden of op straat opgepikte kinderen. Sentimenteel, dicht tegen het alombekende huilende zigeunerjongetje aan. Mesdag kocht een portret van een meisje, leunend tegen een kussen, ‘Het zieke kind’ heette het. Later zou Mancini zich ook richten op volwassenen, vaak verzonken in ­gedachten.

‘In gedachten verzonken’, olieverfschilderij van ­Antonio Mancini, circa 1895-1898. Beeld De Mesdag Collectie, Den Haag

Het is Mancini’s manier van schilderen die de tentoonstelling tot een feestje maakt. Stoffen uit de kleding zijn vaak betoverend qua kleuren. Lichtte er iets op in het portret, dan smeerde de kunstenaar – ooit opgeleid als beeldhouwer – extra veel verf op het doek. Was dat niet genoeg, stopte hij er rommeltjes in: stukjes glas, steen, wat hij maar voor handen had, soms tot meerdere centimeters dikte. Die vrije houding werkt, samen met het vakkundige kleurgebruik (en ondanks de soms wat suffige onderwerpen) nog steeds verfrissend.

Toch bleef Mancini onzeker of dat wat hij schilderde, wel il vero, de werkelijkheid was. Om dat op te vangen werkte hij met zijn graticula, een zelf-ontworpen rastersysteem van gespannen draden. Dat gebruikte hij niet, zoals gebruikelijk, om een schets uitvergroot op doek over te zetten, hij paste het toe op de werkelijkheid: hij zette zijn model direct met zijn of haar neus tegen dat raamwerk van draden. Op zijn ezel had Mancini vervolgens precies hetzelfde dradenpatroon gespannen, schots en scheef zodat het de compositie ondersteunde. Hij verfde direct over de draden, vaak zo dik dat ook op het eindresultaat het hokjespatroon nog zichtbaar is. 

Ondanks de internationale successen, tot aan de Londense society aan toe, was en bleef de Italiaan onzeker. Hij had last van stemmingswisselingen. En de geldzorgen bleven. Hij zou z’n eten in het restaurant soms betalen met een haastig beschilderd bord, in Den Haag hangt een aandoenlijk exemplaar met zelfportret.

Eén keer stond Mancini voor de deur van het Museum Mesdag. Aanbellen durfde hij niet. “Ik schaamde me voor mijn armoedigheid”, zei hij volgens de overlevering. Mancini had het gezicht van zijn weldoener ondanks de langdurige uitwisseling dus nooit in il vero gezien. Maar tot aan het eind van zijn leven zou hij Mesdag herinneren. Bij een zelfportret in 1929, te zien op de tentoonstelling, schreef hij de namen van de collecties waar zijn werk is opgenomen. ‘Mesdag Aia’, Mesdag in Den Haag, staat bovenaan. De huidige tentoonstelling, die een prachtig overzicht van zijn werk biedt, had Mancini vast nog verlegener gemaakt.

★★★★☆ 
Mancini. Eigenzinnig en Extravagant, van 3 juni tot 20 september in De Mesdag Collectie, Den Haag. demesdagcollectie.nl

Lees ook:

Waarom #tussenkunstenquarantaine zo’n hit is

Kunstwerken imiteren: het is een gigantische hit op Instagram en verslavend om naar te kijken. Een wasrekje doet dienst als harp, een tablet als kantwerkje. Zoek de verschillen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden