BoekrecensieFamiliegeschiedenis

De schade van de auto achter aan de kettingbotsing

In Californië vinden de ouders van Mieke Eerkens na hun oorlogstrauma’s vooral eenzaamheid.

“Mijn vader zat als kind in een Japans interneringskamp, een zogeheten jappenkamp. De ouders van mijn moeder werden gearresteerd op verdenking van collaboratie met de nazi’s. Dat zijn feiten. Wat ook feiten zijn: mijn vader maakte deel uit van een koloniaal systeem dat mensen onderdrukte. Mijn moeder werd naar een weeshuis gestuurd en haar ouders werden gemarteld.” Het is de eerste alinea van ‘De oorlog van horen zwijgen’ en direct ook een kernachtige samenvatting van het boek.

De oorlogservaringen van het echtpaar Sjef en Else Eerkens-de Kock hebben volgens hun dochter, de Amerikaans-Nederlandse auteur Mieke Eerkens, meer met elkaar gemeen dan dat ze verschillen. Ze worstelt daarmee en weet dat ze controverse oproept door op een van de laatste pagina’s van de door haar geschreven familiegeschiedenis te betogen dat er allerlei soorten oorlogsslachtoffers zijn en dat wie fout was ook slachtoffer kon zijn.

Het debat over die stelling is gepolariseerd. Op een gevoelige, eerlijke en geslaagde wijze probeert Eerkens te verhelderen waarom dat in haar ogen onnodig en pijnlijk is. Ze stelt zich kwetsbaar op.

Lid van de NSB

Ja, haar grootvader van vaderskant was een koloniaal. Weliswaar geen man van het soort dat de Indonesiërs op zijn plantage liet werken – maar toch, hij was arts bij het KNIL en kan daarmee gezien worden als deel uitmakend van een repressief koloniaal systeem.

Ja, haar grootvader van moederskant was een nationaalsocialist. Weliswaar geen man van het soort dat erop lossloeg in de kampen of zijn buren met Joodse onderduikers verlinkte – maar toch, hij was lid van de NSB en kan daarmee gezien worden als deel uitmakend van Hitlers repressieve regime.

Eerkens vergoelijkt haar voorouders niet. Ze verzwijgt niet het antisemitische artikel dat haar grootvader in 1942 schreef en waarin hij aanvoerde “dat de Jood niets kan presteren, dat ons iets te zeggen heeft, zoomin als de Papoea, de Chinees, de Eskimo of de Niam-Niam-neger zulks doen”.

Na de Duitse capitulatie moest opa zijn nazisympathieën berouwen. Hij zat anderhalf jaar in een interneringskamp en het gezin viel uiteen. Zijn in 1939 geboren dochter Else, Miekes moeder, hoort nog de buurtkinderen zingen over haar grootouders, omgekomen bij een bombardement. “Je oma, en opa zijn do-hood, do-hood, do-hood. Haha, vuile NSB’er!” In de eerste weken na de capitulatie verschuilt Else zich iedere keer wanneer er op de deur wordt geklopt, bang dat voor haar bijltjesdag is aangebroken.

Eerkens: “Ik bedenk opeens dat mijn beide ouders zich als kind in hetzelfde jaar allebei onder het bed hebben moeten verstoppen uit angst voor boze knokploegen.”

Want najaar 1945 is het vader Sjef die wegkruipt onder zijn ledikant als een groep agressieve gewapende Indonesiërs voor zijn huis staat. Ze willen onafhankelijkheid, de kolonisten moeten het land uit. Of nog beter: sterven.

Verstoten

Dan heeft Eerkens al beschreven hoe Sjef als 12-jarig jongetje ontsnapte aan de dood toen hij werd opgesloten in Kamp Bangkong. Het is een inktzwart verhaal van jongens die hun moeder missen, die worden gemarteld en misbruikt, die sterven aan ziekten en honger. Vogelkooien noemen ze elkaar spottend, wijzend op hun uitgemergelde ribbenkasten.

Sjef en Else krijgen in de jaren zestig een relatie. In Californië willen ze een nieuw leven beginnen, hun trauma’s en het verleden achter zich laten. Eenvoudig is dat niet. Waar haar ouders door de gemeenschap werden verstoten, heeft Else zichzelf verbannen door te emigreren, denkt Eerkens. Ze is eenzaam. Sjef ook, maar hij kan in zijn werk vluchten. En in de kapotte spullen die hij bijeenscharrelt. Die kunnen altijd nog van pas komen, maar ondertussen staat elke kamer vol dozen.

Terwijl haar vader geen afstand kan doen van een kapotte tuinstoel, hergebruikt Eerkens haar flosdraad meerdere malen. De stuk of wat verzinsels die ze in haar boek verweeft, zijn met zulke onverbloemde bijzonderheden overbodig.

Tijdens het schrijven begrijpt Eerkens steeds beter hoe de oorlog haar ouders heeft getekend, en hoe zijzelf daardoor is gevormd. “Oorlog kwetst degenen die eraan deelnemen, degenen die erin worden meegezogen en iedereen die na hen komt.” Het is als met een kettingbotsing in de mist, legt ze uit. De auto’s achteraan hebben geen idee wat er vooraan is misgegaan, maar voelen evengoed de klap en raken van de weg.

Oordeel: gevoelig, eerlijk en geslaagd boek over daders die ook slachtoffers waren.

Mieke Eerkens
De oorlog van horen zwijgen. Een familiegeschiedenis
Vert. Patricia Piolon. De Geus; 300 blz. € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden