Opinie

De Rotterdamse Dansgroep danst voor haar leven

Als het zwaard van Damokles hangt de Cultuurnota boven De Rotterdamse Dansgroep. Maar niet alleen daarom dansen de twaalf dansers onder artistiek leider en choreograaf Ton Simons alsof hun leven ervan afhangt. In dezelfde periode dat de commissie dans van de Raad voor Cultuur hun doodsvonnis tekende, wist Simons vanuit alle hoeken van de danswereld een hecht, academisch geolied team te formeren. Of ze nu uit New York, Moskou, Berlijn of Rotterdam komen, allen vormen het levende (bewijs)materiaal van prachtige persoonlijkheden op de dansvloer. Hun beste actiemiddel om te protesteren is hun danskunst zelf en Simons maakt daar optimaal gebruik van.

Doorgaans worden kunstenaars als Ton Simons choreografen, dus 'dansschrijvers' genoemd, maar in zijn geval kan beter van beeldhouwer gesproken worden. Het materiaal waaruit hij zijn plastieken vormt of construeert bestaat niet uit levenloos wit, grijs of zwart steen, maar uit de energie van lichaam en geest.

Zijn nieuwste bewegende beeldenreeks, die dinsdag voor een afgeladen zaal in de Rotterdamse Schouwburg in première ging, beslaat vijftien episodes. In anderhalf uur worden allerlei aspecten van de duetvorm van voren, boven, opzij, veraf en dichtbij belicht. Met verwijzing naar een beroemde dichtregel van T.S. Eliot kreeg deze miniaturenreeks de prachtige titel 'In that room the women come and go talking of Michelangelo'.

Natuurlijk moet dat niet letterlijk worden genomen. Eliot zelf schreef immers: ,,To lead you to an overwhelming question... Oh, do not ask, 'What is it?'. Let us go and make our visit''.

Wie de werkkamer van deze choreograaf en dansers betreedt moet niet willen begrijpen, maar zich door de schoonheid van dit dansmateriaal van vlees en bloed laten overrompelen. En dat is allesbehalve moeilijk. De Rotterdamse Dansgroep laat er met volle teugen van genieten. Hun lokaal is niet voor smaakmakers maar voor fijnproevers. Niet alleen voor de uitvoerenden is het daar werken voor de kost. Ook de toeschouwers worden als medereizigers in de maak- en wordingsprocessen van een duet betrokken. In alle aangeboorde gelaagdheden en keuzemomenten mogen zij hun eigen associaties en beweegredenen leggen. Dus moeten zij zich openstellen voor de dramatische suggestie van een exacte vingeraanwijzing vanuit een draaiende heup, een balans op de bal van de voet of een opgetrokken knie tegen de okselholte van een wegtrekkende partner. In die context van lichamelijke constructies kan zelfs een enkel tikje met fraai gewelfde wreef een wereld van majestueuze superioriteit suggereren. Caroline Harder laat dat fenomenale moment even opflitsen. Om voor altijd te onthouden.

Drie delen van Mozarts laatste piano concert (Allegro 1, Larghetto en Allegro 2) liggen aan de opbouw van de wit-grijs-zwart gepolijste dansminiaturen in een open werkvloer zonder coulissen ten grondslag. Het gefragmenteerde concert wordt aangevuld en opengebroken met beitelend geklop, scherp snijdende viool en celloklanken en elektronische uitbarstingen van Hindemith, Gubaidulina, Bach, Marc Lancaster, Morton Feldman en Carbon. Al een kwart eeuw heeft Simons zijn meesterschap getoond in het bieden van visuele houvasten door vaste paren of trio's die als rode draden in zijn onzichtbare weefgetouw terugkeren. Die draden twijnt en splitst hij, laat hij door de grondpatronen verschuiven of met elkaar contrasteren in steeds wisselende combinaties. Op het eerste gezicht is hun verloop onvoorspelbaar, want op toevalsfactoren gebaseerd. Pas na het totaal is duidelijk waarom toeval zo'n determinerende rol heeft gespeeld.

Al worden de vijftien episodes als het ware uit het handboek van deze meester-choreograaf geschud, samen vertellen zij het verhaal van een danswereld onder druk. Ze beginnen in meedogenloos witte bodystockings, maar het glimmend zwart in die tweede dansershuid trekt steeds meer op, als een niet te definiëren onheil. De kleuring die deze dansers door hun persoonlijke, unieke kwaliteiten aan hun lichaamskunst geven wordt doelbewust aan de glans van hun beheersing overgelaten. Simons schept vooral orde en overzicht, geeft richtlijnen en een lay-out voor alle tekens. Omdat schoonheid zich in het oog van de toeschouwer bevindt zal ieder het glijdende spel met lichaamscontouren anders ondergaan. Maar hoe je ook kijkt, de hartslag en bloedsomloop in deze compositie is het ogenschijnlijke gemak, het plezier, de lust en last waarmee de twaalf hun ledematen schaven en politoeren. Alles is gebaseerd op die fascinerende combinatie van kwaliteit en kunde.

'Let us go and make our visit', spoorde Eliot aan. Dat geldt zeker ook voor de cultuurwoordvoerders in de Tweede Kamer. Alleen al de gedachte dat deze groep, met al dat gulle talent, binnen enkele maanden in de museumvitrine van Nederlandse dans van topkwaliteit zal belanden, maakt woedend en somber tegelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden