Review

De rotgans een Stalinslachtoffer

Nederland is een land van grote waterwerken. De Afsluitdijk van voor de oorlog en het Deltaplan van na de oorlog behoren tot de vermetelste ondernemingen uit de geschiedenis van het waterbeheer. Nu leert diezelfde geschiedenis dat beschavingen die uitmuntten in grootse waterbouwprojecten, altijd despotische staten waren. Dat is althans de stelling van Karl Wittfogel in zijn boek 'Oriental Despotism' uit 1957. Het kwam niet in Wittfogels hoofd op dat het democratische Nederland zijn theorie weerlegde.

ANTOINE VERBIJ

Wittfogels favoriete voorbeeld was het Egypte van de farao's, dat dankzij een sterk centraal gezag en een gigantisch leger slaven de Nijl had weten te bedwingen. Zijn meest recente voorbeeld was de Sovjet-Unie van Stalin. Het 'oriëntaalse despotisme' van de communistische dictator hing ten nauwste samen met diens megalomane waterbouwplannen, meende de Duitse antropoloog.

Ook Frank Westerman komt niet op de gedachte dat het Nederlandse voorbeeld een flinke buts slaat in het theoretische bouwwerk van Wittfogel. In 'Ingenieurs van de ziel' betoont Westerman zich gefascineerd door Wittfogels stoutmoedige hypothese, waarmee hij als twintigjarige ingenieur-in-opleiding kennismaakte op de Landbouwhogeschool in Wageningen.

In diezelfde tijd las hij 'De sluizen van Jepifan', een verhaal van de sovjetschrijver Andrej Platonov over de mislukte poging van tsaar Peter de Grote om een kanaal te graven tussen de Wolga en de Don. Het verhaal bevestigde Wittfogels theorie, moest Westerman bekennen.

Dat kanaal ligt er inmiddels, gebouwd onder de despoot Stalin en bewierookt door de sovjetschrijver Konstantin Paustovski. Westerman citeert uit Paustovski's 'De geboorte van de zee', dat hij in 1952 schreef na een bezoek aan het waterbouwproject. ,,En geregeld vraag je je af: wiens visie, die met zo'n indringende kracht de toekomst doorboort dat zij voor ons helder en begrijpelijk wordt tot in de kleinste schakering, wiens machtige wil, wiens onbegrensde moed hebben ons land naar de huidige tijd gevoerd, die terecht de tijd van de grootste scheppende werken wordt genoemd? Dat zijn de visie, wil, toewijding en moed van Stalin, vriend van de gehele arbeidende mensheid!''

Paustovski? Die zachtmoedige schrijver, wiens fijngevoelige memoires miljoenen lezers over de hele wereld hebben ontroerd? Kan deze moreel smetteloze man zulke platte propaganda hebben bedreven? Westerman moest ook even slikken. Hij kende het boek niet, maar was er op opmerkzaam gemaakt door Paustovski's stiefdochter Galja, die hij in de nazomer van 2001 opzocht. Ja, bevestigde zij, Paustovski was gezwicht voor Stalins wens een jubelboek over het grote waterbouwproject te zien verschijnen.

De spil van 'Ingenieurs van de ziel' is Paustovski's vertelling-annex-reisverslag 'De baai van Kara-Bogaz' uit 1932. Westerman was jarenlang correspondent voor NRC Handelsblad in Moskou en was al die tijd min of meer in de ban van Paustovski's verhaal. Nu hij zijn correspondentschap heeft beëindigd, doet hij verslag van zijn hardnekkige speurtocht naar de lotgevallen van boek en baai. Het resultaat is een intrigerende geschiedenis, aanzienlijk boeiender dan de gebruikelijke bundels artikelen waarmee correspondenten van hun standplaats afscheid nemen.

Westerman bouwt zijn verhaal knap op. Hij werpt voortdurend raadsels op, om die vele pagina's verderop ineens tot een verrassende oplossing te brengen. In het begin van het boek vertelt hij bijvoorbeeld hoe hij een kaart van de Sovjet-Unie bemachtigt, waarop geen spoor van de baai van Kara-Bogaz te vinden is. Heeft Paustovski de baai, een oostelijke uitstulping van de Kaspische Zee, soms verzonnen?

De baai blijkt wel degelijk te bestaan en ligt in de voormalige sovjetrepubliek Turkmenistan. Westerman reist in de voetsporen van Paustovski naar de Centraal-Aziatische republiek. Hij heeft inmiddels ontdekt dat Paustovski wel dicht in de buurt van de baai is gekomen, maar hem nooit werkelijk heeft bereikt. Het geld was op en dat dwong de schrijver alsnog een doodzonde tegen het vigerende realisme te begaan door een deel van zijn verhaal te verzinnen.

Westerman haalt de baai wel. Op het eind van zijn boek beschrijft hij de trieste resten van de chemische industrie, die in de jaren dertig aan de oevers van de baai uit de grond was gestampt als onderdeel van Stalins eerste vijfjarenplan. Van de zeldzame stoffen die uit het water van de baai werden gewonnen, rest dankzij een reeks miskleunen van de sovjet-autoriteiten alleen nog het waardeloze keukenzout. Een van die blunders was de afsluiting van de baai in de periode tussen 1982 en 1992. De landkaart waar Westerman zijn verhaal mee begon, stamde uit die periode, de tijd waarin de baai tijdelijk van de aardbodem was verdwenen.

De lotgevallen van de baai van Kara-Bogaz vormen een mooie rode draad door 'Ingenieurs van de ziel'. Maar Westerman wil meer vertellen. Hij wil de Sovjet-Unie als een despotische waterbouwsamenleving typeren. Daarom

gaat hij ook de lotgevallen na van andere megaprojecten op het gebied van het sovjetwaterbeheer. Zoals het al genoemde kanaal tussen de Wolga en de Don. En natuurlijk het gigaproject van de 'perebroska': de omkering van de rivierenloop, die ertoe moest leiden dat water uit het arctische noorden naar het droge zuiden werd geleid.

Een begin van die 'perebroska' had het Belomorkanaal moeten worden, ook al een project uit Stalins eerste vijfjarenplan. Het kanaal bij de Witte Zee werd gegraven door een gigantisch leger dwangarbeiders, ondergebracht in een uitgestrekte Goelag. Het kanaal dankt zijn faam niet alleen aan zijn fenomenale afmetingen maar ook aan een opmerkelijke brigade die in 1933 bij het graafwerk arriveerde. Op voorstel van literatuurpaus Maksim Gorki waren honderdtwintig schrijvers afgereisd om van het prestigeproject verslag te doen. Het boek dat eruit resulteerde, stelde de Goelag voor als een arbeidersparadijs.

Het boek werd de opmaat tot de totale gelijkschakeling van de sovjetliteratuur onder de banier van het 'socialistisch realisme'. Westerman vertelt in grote lijnen hoe dat in zijn werk is gegaan. Hij stelt het iets te gemakkelijk voor als een één-tweetje tussen Stalin en Gorki. Ook zijn weergave van wat dat socialistisch realisme inhield, is nogal oppervlakkig. De lezer houdt er de indruk aan over dat sovjetschrijvers voortaan alleen nog maar over de aanleg van kanalen en sluizen mochten schrijven.

Toen het socialistisch realisme in 1934 op het eerste congres van de Unie van sovjetschrijvers dwingend werd voorgeschreven, waren de criteria voor wat er wel en niet aan voldeed zo vaag en tegenstrijdig dat eigenlijk geen enkele schrijver wist waar hij aan toe was. Hij moest de werkelijkheid 'waarachtig' weergeven, maar die werkelijkheid tegelijk 'in haar revolutionaire ontwikkeling' begrijpen. Met andere woorden: de waarheid moest revolutionair worden bijgesteld.

In die jaren werd ook de term 'ingenieurs van de ziel' als een omschrijving voor schrijvers, geoormerkt. Dat Westerman die term tot titel van zijn boek heeft gekozen, is enigszins misleidend. Die term sloeg op de rol die de sovjet-literatuur had te spelen in de opvoeding van de 'nieuwe mens'. De bijdrage die het waterbouwproza daaraan leverde, was betrekkelijk gering. En Westerman haalt die er ook niet uit naar voren. Hij heeft het vooral over ingenieurs en nauwelijks over de ziel.

Westermans uitweidingen over de sovjetliteratuur trekken het boek uit balans. Het boek springt voortdurend van het ene been, de waterbouw, op het andere, de literatuur. Westerman belooft de lezer in zijn proloog twee reizen: een reële reis langs de monumenten van de sovjetwaterbouw en een denkbeeldige dwars door de sovjetliteratuur. Westerman is een journalist -die eerste reis gaat hem heel wat beter af dan die tweede.

Westerman bezoekt het Belomorkanaal, het Wolga-Donkanaal, de baai van Kara-Bogaz. Hij spreekt met oude, schilderachtige ingenieurs die hem een blik gunnen in de ontwerpkamers van de sovjetwaterbouw. Hij toetst Wittfogels stelling over de samenhang van waterbouw en despotisme. En hij tekent dat allemaal op in het soepele proza zoals we dat uit zijn NRC-reportages en uit zijn veelbejubelde boek 'De graanrepubliek' kennen.

Schrijvers spelen in die waterbouwgeschiedenis geen onbelangrijke rol, al moet die niet worden overdreven. Westerman is echter geneigd mee te gaan met een nogal wilde stelling van een van zijn zegslieden op het Moskouse Instituut voor Watervraagstukken. Die meent dat het de schrijvers (de 'liriki') zijn geweest die met hun jubelproza de waterbouwingenieurs (de 'fiziki') tot onverantwoorde projecten hebben aangezet.

De schuld voor het over de kop slaan van de sovjetwaterbouw kan toch waarachtig niet aan iemand als Paustovski worden toegedicht. En al helemaal niet aan Andrej Platonov en Boris Pilnjak, twee andere schrijvers op wie Westerman uitvoerig ingaat. Zij schreven slechts sporadisch waterbouwproza en deden dat bovendien op een volstrekt eigenzinnige manier, die de goedkeuring van de censor zelden of nooit kon wegdragen.

Helaas weet Westerman Platonov en Pilnjak niet echt tot leven te brengen. Ze blijven bij hem papieren figuren, in tegenstelling tot Paustovski, die hij met een mengeling van bewondering en mededogen portretteert. Voeg deze zwakte bij de genoemde onbalans in het boek en bij het feit dat het hele verhaal op twee aanvechtbare pijlers rust (de theorie over waterbouw en despotisme, en de stelling over de schuld van de 'liriki'), en je moet haast concluderen dat het boek mislukt is.

Maar daarvoor is 'Ingenieurs van de ziel' toch te goed geschreven. Het verhaal wil maar niet vervelen. Het sleept de lezer mee van de ene verrassing naar de andere. Neem de rotganzen. Westerman ontdekt tijdens zijn bezoek aan het Belomor-kanaal dat ze in de Noord-Russische Goelag en masse werden afgeschoten om de eetketels van de dwangarbeiders te vullen. Dat verklaart, meldt hij, waarom in de jaren dertig de rotganzentrek in de Waddenstreek tot verbazing van de lokale ornithologen nagenoeg stil kwam te liggen. We hadden het dus allemaal meteen al kunnen weten, van die Goelag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden