Column

De redacteur schrijft zelf beter

Portret van Franca Treur Beeld Olivia Ettema

Ik lees een manuscript van een vrouw die ermee wil debuteren. De bedoeling is dat ik het aanbeveel en dat zal ik met plezier doen, ook al was ik aanvankelijk nog wel sceptisch. 

Dat laatste komt omdat ik altijd manuscripten opgestuurd krijg van boeken die over boeren of geloof gaan, dit keer zelfs over allebei. Maar de roman heeft me overtuigd. Als het verschijnt, zal ik er nog wel een keer inhoudelijk aandacht aan besteden. Nu heeft dat geen zin, want het komt pas na de zomer en wie onthoudt zulke dingen als er geen gezicht en kaft bij horen?

De schrijfster ken ik niet. Ik weet dat ze iets ouder is dan ik en dat ze redactiewerk doet, en dat intrigeert me. Want waar komt dat boek ineens vandaan, zo halverwege het leven? Is dat natuurtalent? In hoeverre hielp het dat ze ook andermans teksten beter maakt?

Leuke man

De afgelopen week maakte ik ook kennis met de Amerikaanse landschapsschilder Bob Ross. Vrij laat, begrijp ik van Wikipedia, hij is al bijna een kwarteeuw dood, maar ik ben nu eenmaal spuit elf als het gaat om televisieprogramma’s.

Bob Ross! Wat een leuke man! Ik ben meteen buitengewoon gecharmeerd van zijn televisiecolleges, omdat je haast nooit ziet dat iemand die iets kan zijn trukendoos helemaal voor je openlegt. Zijn optimisme is een warm bad. Hij laat je erin geloven dat het echt zo makkelijk is, het schilderen van een berglandschap met links of rechts enkele nice little trees. Als je maar zorgt voor goede, droge kwasten, de juiste, natte ondergrond, en als je verder zijn stappen maar een voor een volgt. En wie weet, misschien is succes inderdaad gegarandeerd als je precies doet wat hij zegt. Ik heb het niet geprobeerd. Maar wat een vooruitzicht: dat er iets uitkomt wat je sowieso wel ergens in de hal kunt hangen.

Voor schrijven bestaat zoiets niet. Er zijn wel schrijfcursussen en er is een schrijversvakschool. Op Amerikaanse universiteiten kun je creative writing volgen, maar daar krijg je geen stappenplan en gegarandeerd succes. Degene die lesgeeft heeft geen idee waar het met een nog te schrijven tekst naartoe moet. Het is altijd andersom: cursisten schrijven iets, en daarop krijgen ze feedback. En wie het ooit serieus heeft geprobeerd, een roman schrijven, die weet waarschijnlijk ook wat wanhoop is.

Ik kan het beter

Ik heb lang geleden een cursus gedaan bij schrijfster Anja Sicking, bekend van haar bekroonde debuut ‘Het Keuriskwartet’. Het meest leerde ik van haar feedback op andermans teksten. Eigenlijk werden we allemaal opgeleid tot redacteur. Had iemand een mooie metafoor bedacht, dan zei Sicking: ‘Tja, het lijkt wel een beetje het eerste wat in je opkwam. Wie weet wat er uitgekomen was als je nog even had doorgedacht.’ Dat sloeg ik voor altijd in me op. Er was een cursist die haar hoofdpersoon Mo had genoemd, maar we mochten niet denken dat het van Mohammed kwam, want met islam had haar verhaal niets te maken. Als je dat niet wilt, zeiden wij, inmiddels volleerde redacteuren, dan moet je dat op een of andere manier expliciteren. Of misschien toch even een andere naam kiezen.

Aan die sessies moet ik denken, nu ik het manuscript uit heb van deze redacteur. Het kan bijna niet anders, of ze heeft bij haar redactiewerk heel vaak gedacht: volgens mij kan ik dat echt veel beter. En dat is waarschijnlijk ook zo.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden