Review

De psychische kronkels van een gekweld mens

Geen twijfel mogelijk, in de literatuurgeschiedenis speelt de schrijver Herman de Man (1898-1946) maar een bescheiden rolletje. En dan vooral vanwege die ene oer-Hollandse roman over het typische Delta-probleem, 'Het wassende water'. In 1986 drukte deze krant dat boek nog als feuilleton af, haast een soort slotakkoord want ik geloof niet dat bijvoorbeeld tijdens de recente overstromingen in Nederland iedereen massaal De Mans klassieker uit de kast trok.

En dat terwijl De Man toch een van onze voornaamste 'vertellers' was, iets waarvoor hij zich overigens niet schaamde. Aan Theun de Vries zei hij ooit: ,,Weet je wat het succes van dit boek is? Het vertellen. Goed vertellen, met veel knapperigs en oubolligs in de taal, met malse boerenwoorden en wendingen; dat dompelt de lezer meteen onder in de materie.'' Daar valt weinig aan toe te voegen. Om de psychologie en het fijnzinnig literair vernuft hoef je De Man niet te lezen, en dat werd eigenlijk tijdens zijn leven al vastgesteld door Ter Braak en consorten, voor wie De Mans werk uiteraard veel te aards en te weinig intellectueel was.

Toch is Herman de Man niet volstrekt van de literaire landkaart geveegd. Zo bestaat er een 'Vereniging Herman de Man' heb je merkwaardige liefhebbers van zijn oeuvre zoals Martin Ros, die in De Man een soort miskende Jean Giono ziet, en een paar jaar geleden verscheen er zelfs een zwaarwichtig proefschrift van Jean Groot, over de psychologische duiding van De Mans werk, verdedigd aan nota bene de Sorbonne.

En dan nu een biografie, waarop menig gevestigd auteur jaloers zou zijn. Geschreven door Gé Vaartjes, voormalig redacteur van 'De vier waarden', het periodiek van de Vereniging Herman de Man, maar met die club heeft de auteur kennelijk mot gehad want hij wijdt er in zijn voorwoord stekelige woorden aan.

Ook met het werk van De Man loopt neerlandicus Vaartjes niet echt weg, krijg je de indruk. Hij geeft het zelf ook min of meer toe en laat niet na tijdens de levensbeschrijving van De Man voortdurend op onvolkomenheden in zijn werk te wijzen. Waarom dan toch zo'n dikke biografie? Omdat Herman de Man zo'n interessante persoonlijkheid was, zo'n moeilijke man, vol duivelse trekjes, een vat vol psychologische tegenstrijdigheden. En omdat het literaire belang dus niet voorop staat, moet je dit boek vooral lezen als een psychologische casestudy van een opmerkelijk mens.

Wat mijzelf overkwam toen ik mijn eerste boeken van De Man las, overkwam blijkens deze biografie meer lezers: dat ze De Man op grond van zijn naam aanzien voor een typisch Hollands auteur, wortelend in Hollandse bodem, uit een familie met bij wijze van spreke een heraldisch wapen van zwarte kousen. Maar Herman de Man was jood, heette oorspronkelijk Salomon Hamburger en mat zich pas op latere leeftijd zijn zo Hollands klinkende pseudoniem aan, dat overigens ook zijn officiële naam zou worden. Hij werd geboren in Woerden, in de streek van de Lopikerwaard, die ook de locatie van zijn voornaamste boeken zou worden.

Misschien dat die joodse achtergrond en zijn ermee samenhangende speciale positie in een calvinistische wereld, zijn karakter hebben gevormd. Zeker is dat hij zijn hele leven iets verscheurds heeft gehad. Vaartjes beschrijft hem aan de ene kant als een onvervaard godzoeker, misschien een beetje zoals de hoofdpersoon van 'Het wassende water', Giel Beyen, ook een godzoeker was. Maar juist het zwaartillende milieu waaruit Hamburger zijn stof haalde, stond hem ook tegen. Hij ontwaarde er veel schijnvroomheid en geborneerdheid in. Zelf een veel bourgondischer type, neigde hij in zijn religieuze aspiraties veeleer tot de mystiek en uiteindelijk werd hij dan ook met zijn hele gezin rooms-katholiek. Een jood dus, die katholiek werd en over calvinisten schreef.

De religieuze drang van Herman de Man was misschien opmerkelijk maar Vaartjes gaat er niet zeer diep op in; het lijkt of hij er zelf weinig affiniteit mee heeft. Veel meer nadruk komt er te liggen op de andere kant van Herman de Mans persoonlijkheid. Zijn demonische trekjes. Op z'n onschuldigst was Herman de Man een onverbeterlijke plaaggeest, wiens practical jokes geregeld de grens van het betamelijke overschreden. Maar hij had ook iets écht sadistisch. Zo liet hij, bij wijze van pedagogische maatregel, zijn kinderen hun vingers in het stopcontact steken, want ze moesten 'sterk' worden. In zijn huwelijk was hij een tirannieke driftkop, die erop los sloeg.

In een ander opzicht was hij een echt conservatief kind van zijn tijd, hij was tegen geboortebeperking en onanie (zijn vrouw kreeg dan ook acht kinderen te baren). Maar hij was ook een levensgenieter, die zich op latere leeftijd een motor aanschafte, die als het ware zijn eigen snelle levensstijl symboliseerde. In zijn jonge jaren belandde hij enige tijd in de gevangenis en in het algemeen lijkt hij nogal onbetrouwbaar te zijn geweest. Regelmatig liet hij huurbazen met onbetaalde rekeningen zitten, of streek hij voorschotten op zonder er iets voor terug te doen.

Wie Vaartjes' biografie helemaal gelezen heeft, zit eigenlijk nogal onthutst achterover, want De Man verschilt op sommige momenten niet veel van een ordinaire oplichter. In tegenstelling tot de promovendus Groot, die zich zo diep in De Mans psyche begaf en bijvoorbeeld diens verbondenheid aan Moeder Aarde verklaarde uit de matriarchale ordening van het joodse gezinsleven, houdt Vaartjes zich bewust verre van verklarende modellen. Daar valt iets voor te zeggen, een psychologische puzzle is nooit compleet. Toch had ik in het extreme geval van De Man wel iets meer psychoanalyse verwacht. De man zat, als je het leest, zo verknipt maar in z'n drastische tegenstrijdigheden toch ook zo menselijk herkenbaar in elkaar, dat je er toch iets van een structuur in zou willen ontdekken. Nu blijft hij vooral een intrigerend raadsel.

Niet alleen het karakter van De Man fascineert, ook zijn leven zelf verliep roerig en tragisch. De twaalf ambachten en dertien ongelukken uit zijn jonge jaren, de gevangenisstraffen, zijn vaak onduidelijke en nooit langdurige verbintenissen bij kranten en tijdschriften, zijn polemieken met Jan en Alleman, of het nu de Vereniging 'De Hollandsche Molen' was, of schrijvers die hem niet welgezind waren, uit alles spreekt zijn gauw overkokende persoonlijkheid.

De oorlog bracht hij door in Frankrijk, waar hij toevallig tijdens de meidagen van 1940 was, later in Londen, waar hij voor Radio Oranje werkte. Zijn vrouw, die overigens op het punt stond van haar heerszuchtige eega te scheiden, en vijf van zijn kinderen vonden de dood in concentratiekampen. Zelf kwam hij in 1946 om bij een vliegtuigongeluk. Een leven als een wervelwind, gekenmerkt door schuldbesef, minderwaardigheidsgevoelens, zelfvernedering en zelfverheffing. Kortom, het leven van een gepassioneerd, moeilijk, grillig, soms zelfs slecht mens. Eigenlijk een roman waard, over de psychische kronkels van een getormenteerde, maar aan diep boren kwam De Man zelf niet toe. Hij vluchtte in sappige romans met ondubbelzinnige karakters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden