Review

De psyche van de terrorist

Trouw bespreekt films uit de dvd-box ’Movies that Matter’. Als laatste: ’Paradise Now’, over de laatste 24 uur van twee zelfmoordterroristen.

’Paradise Now’ heeft de Palestijns-Nederlandse filmer Hany Abu-Assad (Nazareth, 1961) onder meer een Golden Globe opgeleverd, een Oscarnominatie, een Gouden Kalf, een huis en een carrière in Hollywood (inclusief een volgende film met Nicholas Cage) en toch zullen er de afgelopen tweeënhalf jaar momenten zijn geweest dat hij het succes heeft vervloekt.

Vanaf de première in Berlijn in 2005 maakte ’Paradise Now’ de regisseur wereldwijd tot woordvoerder in de Palestijnse kwestie. Tijdens de Oscarvoorbereidingen vorig jaar moest Abu-Assad iedere dag weer tientallen malen dezelfde vragen over Israël en Palestina beantwoorden, klaagde hij in een speciaal bijgehouden dagboek. „Je had ook een film kunnen maken waar niemand iets over wilde weten”, zei zijn vriendin toen. Waarna Abu-Assad bedacht dat ze een waar woord sprak, en weer in zijn lot berustte.

’Paradise Now’ is niet een film die geen vragen oproept, het is een film die het nodige overhoop haalt. Het is ook een film die iedere keer als je hem ziet, beter wordt. Juist wie de afloop van de ’laatste 24 uur’ van twee zelfmoordterroristen in Nabloes al kent, heeft meer ruimte vrij in het hoofd voor wat ’Paradise Now’ vertelt en vooral voor hoe de film dat doet.

Abu-Assad toont het gewone, saaie leven van twee jongens in Nabloes. Ze werken in een garage, roken waterpijp, drinken thee, kletsen wat. Hij laat ook zien waarin die levens wel afwijken van de onze. De controleposten die ieder tochtje met de auto zomaar ergens tot stilstand brengen; de afspraakjes die om de beperkingen van de bezetting heen worden gebouwd; de afwezige vaders die een gewelddadige dood zijn gestorven of gehandicapt zijn.

De last van het laatste merk je het meeste op in Saïd, de zoon van een geliquideerde collaborateur. De jonge man oogt vanaf het eerste beeld wezenloos, depressief. Ergens vertelt hij over de uitzichtloosheid van zijn leven, geboren in een vluchtelingenkamp, later wonend in Nabloes.

Het is een leven dat pas in beweging lijkt te komen op het moment dat een man met baard komt vertellen dat Saïd en Khaled zijn uitverkoren om hun volgende stap te zetten in het gewelddadige conflict. „Wie niet bang is voor de dood, heerst over het leven”, citeert deze man de Koran. Je kunt je zo voorstellen dat dat een verleidelijk gedachte is voor onmachtige jongeren die hun leven in de bezette gebieden ervaren als een saaie film waar geen einde aan komt.

Niet alles overtuigt in ’Paradise Now’. Waar Abu-Assad ingrijpt in het alledaagse (de grapjes met de zelfmoordvideo’s, de setting van het laatste avondmaal) heeft dat iets gekunstelds. Anderzijds houdt hij de godsdienstwaan die een grote rol speelt bij Palestijnse terreuracties, juist weer al te rustig. Aan de terloopse vaststelling door de man met de baard dat na hun daad twee engelen hen zullen komen halen, lijken deze jongens lange tijd genoeg te hebben. Abu-Assad houdt hen zo redelijk mogelijk. Hij brengt hen ook om beurten aan het twijfelen over de zin van het voorgenomen geweld.

Dat ’Paradise Now’ niettemin een evenwichtig beeld geeft van wat er aan een zelfmoordaanslag vooraf zou kunnen gaan, bewezen de gelijkluidende reacties in Israël en Palestina. Ontheiliging van onze helden, riepen de Palestijnen. Vermenselijking van monsters, meenden de Israëliërs. Overigens is de film door deze beide groepen het minst bekeken. De Palestijnen hebben nauwelijks meer bioscopen en in Israël was er weinig belangstelling voor een film over een fenomeen waar zij in de werkelijkheid al te vaak en gruwelijk mee geconfronteerd worden.

Elders is ’Paradise Now’ echter wel zeer ter harte genomen. Na Abu-Assads film zijn er ook weer volgende films over zelfmoordaanslagen gemaakt, maar dat zijn of abstracte, apolitieke films (’United 93’, ’Day Night Day Night’) of films vanuit het perspectief van de slachtoffers (’World Trade Center’).

Abu-Assad is nog steeds de enige filmmaker die zich op het lastige terrein van de psyche van de zelfmoordterrorist waagde. Hij maakte van ’Paradise Now’ geen cynische maar juiste een idealistische film.

Zolang er twijfel is, is er hoop, zei Wouter Bos vorig jaar toen hij op het Nederlandse Filmfestival ’Paradise Now’ als zijn favoriete ’Nederlandse’ film presenteerde. Wie twijfelt, die denkt na, die is in voor verandering, is geen fundamentalist. Het witte beeld aan het slot hoef je niet op te vatten als een scherm dat slachting en bloed verhult, het biedt de ruimte om een nieuw en beter verhaal te bedenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden