Review

De pseudo-predikant is niet te benijden

Kerkelijk werkers staan even volop in de belangstelling: vorige week een rapport van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland, nu een symposium en een proefschrift over hun beroepsgroep. De kerkelijk werker moet een duidelijkere positie in de gemeente krijgen, vindt promovendus Henk Post.

Het onderzoek naar de positie van de kerkelijk werker, waarop Henk Post (1952) vanochtend aan de Amsterdamse Vrije Universiteit promoveert en waaraan vanmiddag in Putten een symposium is gewijd, werd uit onvrede geboren. Na een loopbaan in het bedrijfsleven volgde Post de hbo-opleiding theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede en was hij in drie gemeenten kerkelijk werker.

„Ik heb aan die functie geen behoefte meer”, zegt hij gedecideerd aan zijn huiskamertafel in Veenendaal. „Het is niet bevredigend. Gemeenteleden vragen: Bent u nu dominee of ouderling? Anderen spreken je gewoon aan met dominee. Men ervaart je zo, terwijl je het niet bent.”

Voor kleine, armere gemeenten is de relatief goedkope kerkelijk werker-met-preekbevoegdheid een uitkomst. Al snel komt dan wel de vraag of hij óók wil dopen en het avondmaal bedienen, zegt Post. Men snapt het onderscheid niet: waarom mag de kerkelijk werker wél preken, maar niet de sacramenten bedienen? Alleen daarvoor moet dan een predikant uit de omgeving opdraven, die dat niet leuk vindt.

Aan de andere kant, zegt Post, mopperen bewoners van een verzorgingshuis als zij de kerkelijk werker op bezoek krijgen, terwijl medebewoners die bij een andere wijkgemeente horen een ’echte’ dominee op de thee krijgen.

Het ’cruciale probleem’ is volgens Post dat alleen duidelijk is wat de kerkelijk werker niet is – geen ouderling, dominee of diaken, zodat hij gezag mist. Maar wat is hij dan wel ?

Van die verwarring hebben predikanten ook last. Post: „Zij hebben liever een collega-predikant, want die is ’volwaardig’, mag ook preken en de sacramenten bedienen.”

Kerkelijk werkers verkeren als de ’pseudo-predikanten’ die ze vaak zijn in een weinig benijdenswaardige positie, zegt Post. Ze zijn, anders dan een dominee, ondergeschikt aan de kerkenraad. Die bestaat vooral uit vrijwilligers die het beleid maken en dat door de professionele kerkelijk werker laten uitvoeren.

In de voorstellen van het synoderapport ’Pastor in beweging’ wordt het verschil tussen ’ambt’ en ’niet-ambt’, dat de academicus nu nog van de hbo-theoloog onderscheidt, tot genoegen van Post opgeheven. Er komt één beroepsgroep, die van de ’pastores’.

Minder blij is Post met het toekennen van het ambt van ouderling of diaken aan kerkelijk werkers die een andere taak in de gemeente vervullen. „Dat geeft verwarring. Traditioneel zijn die ambten voor kerkelijke vrijwilligers, niet voor professionals. Ik stel daarom een vierde ambt voor: de ’gemeentewerker’. Dan houd je het ambt van ouderling en diaken zuiver. Bovendien is er niets op een vierde ambt tegen. Het Nieuwe Testament verzet zich daar niet tegen en de opvattingen van Calvijn al evenmin.”

De drie ambten predikant, ouderling en diaken zijn door de tijden heen ’ongeveer heiligverklaard’, zegt Post. „Het lijkt wel een dogma geworden. Was er behoefte aan een tweede beroepskracht in de gemeente, dan moest dat maar een niet-ambt worden. Onderscheid maken bínnen het ambt van predikant heeft de kerk altijd afgewezen. Dan zou er een clerus minor – mindere geestelijkheid – ontstaan en dat kon niet, want hiërarchie binnen het ambt was in strijd met de ambtsleer.”

Met de invoering van een junior en een senior pastor breekt de PKN met deze traditie. Post gaat nog verder. „Ik wil een duidelijk onderscheid maken in bekwaamheid, naar Calvijns voorbeeld. Bij hem is het laagste ambt de diaken. Doet die het goed dan kan hij doorgroeien naar het hogere ambt van presbyter (oudste). Uit de presbyters wordt vervolgens de bisschop (opziener) gekozen.”

Post vertaalt dat in de trits junior-pastor, pastor, senior-pastor. „Is iemand eenmaal uitgegroeid tot senior, een niveau dat lang niet iedereen zal kunnen bereiken, dan kan hij leiding gaan geven aan de andere pastores. Dat vergroot de besluitvaardigheid. Leidinggeven is een zwak punt binnen de kerk. De senior kan optreden als iemand niet goed functioneert.”

Wat de senior is binnen een plaatselijke kerk, wordt in Posts voorstel op regionaal niveau de ’bisschop’, al ligt die term ’gevoelig’ binnen Nederlandse protestantse kerken.

Het tekort aan predikanten (zie box) kan door de toestroom van hbo-dominees straks wel eens snel omslaan in een overschot aan ’pastores’. Post doet met zijn bedrijfskundige achtergrond de nuchtere constatering dat maar moet blijken welke opleiding het beste voldoet. „Is een academicus een betere dominee, dan gaan die hbo’ers vanzelf wel door naar de universiteit. Laten de universiteiten en het hoger beroepsonderwijs de competitie maar aangaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden