Review

De profeet heeft ook weleens een dipje

Ons brein is een verzamelplaats van grootste en banale gedachten. ’Spijsamen’ brengt de moderne verwarring ironisch en sarcastisch in kaart.

Peter de Boer

Rob Schouten is al sinds zijn debuutbundel in 1978 een meester van het zelfgesprek. Hij is een egocentrist die tenminste twee ikken opvoert die zelden met elkaar op één lijn zitten. Dat geeft zijn extreme ik-poëzie een universeel karakter: je kunt met de ene of met de andere ik meegaan en je tegelijk onderdompelen in de vilein ironische, soms sarcastische botsingen tussen beide. In dat laatste geval heeft hij je waar hij je hebben wil: midden in de verwarring van een tijdgeest die de overgang van een elitaire naar een gemassificeerde maatschappijvisie belichaamt. Waar ligt ons fundament? Bij Jezus of Joling? Bij Jahweh of Jamai?

Het interessante van zijn poëzie is dat hij de fundamenten van zowel de hogere als de lagere cultuur fenomenaal geestig sloopt en tegelijk in hun verwarrende vermenging de nieuwe voedingsbodem ziet waarop hij verder moet. Talloze malen heeft hij in zijn poëzie het geloof van zijn vaderen (religieus danwel politiek-cultureel) aan de schandpaal gezet, en evenzovele malen zette hij de gehypte goeroes die hen opvolgden nog erger te kijk!

In zijn nieuwe, tiende, bundel ’Spijsamen’ zet hij het hogere en lagere nog één keer scherp tegenover elkaar en constateert hij met zelfspot, ironie en soms sarcasme dat je ze wel kunt onderscheiden, maar niet scheiden.

Het gevolg is een volkomen gespletenheid. In ’Twee loopverzen’ zet hij in op ’druilerig en halfstok leven’: ’Grootse gedachten de deur uit’! En dan? Dan wandelt de dichter ’opgelucht’ richting ’onbelang’: ’langs het Concertgebouw / en deze regels uit / die stiekem misschien anders hopen’. Een zeer dubbelzinnige slotregel, die het ’onbelang’ toch weer ombuigen naar iets groters wellicht.

Verwarring alom dus. In het gedicht ’Groeve van Sylvius’ (een gebied in de linker frontaalkwab dat de spraakfuncties realiseert) komt voor de zoveelste keer in Schoutens oeuvre het brein ter sprake, ’[de] rammelende schedel’ en de ’achterlijke hemisferen’. Kern: wat moeten we met onze ’grootse gedachten’ als dat wrakke brein ons niet eens uitsluitsel geeft ’of het / persoonlijke wel juist is waargenomen’? Wat moeten we met de ’verwarde man’ die in een ander gedicht voor zich uit mompelt dat hij rust wil, ’geen Irakezen of zeehondjes’, en die het liefst de hele menselijke teringzooi maar af zou schieten: ,,En dan, als het Pieter Baan Centrum / er niet tussenkomt, / in een cottage [wenst te gaan] wonen, / ein Deutsches Requiem te draaien’? Het Pieter Baan Centrum óf het Concertgebouw: that’s the question.

Vijf portretten van profetische ’dwarsliggers’ voert Schouten op: de heidense Bileam (‘uitzendprofeetje’), de grote man Elia, ’met een zeldzaam gevoel voor ironie / maar ook vol fijne menselijke dipjes’, Jona, een der Kleine profeten dus een ’keuterziener’ en bovendien ’met een grote bek / en dus voor straf ook in een grote bek’, Maleachi (‘een modale profeet’) en tot slot: ’Rob’ Jawel! ’Rob’: die zich met deze mannen wel verwant voelt maar er in deze gemassificeerde en gefortuyniseerde tijden toch niets mee weet aan te vangen: ’Nu zie ik ze / met vogelnestjes aan hun kin / en pisvlekken in broeken / wel scharrelen bij het Leger des Heils’.

Kortom, en nogmaals: het grootse is het grootse niet meer en wat ervoor in de plaats gekomen is, is verre van beter. Met morsige, soms norsige humor schetst Schouten het moderne drijfzand waarin we leven. Een uitweg lijkt er nauwelijks te zijn. ’Spijsamen’: we raffelden onze gebedjes (Herezegedezespijsamen) zelfs in onze onbezoedelde jeugd al af Amen. Punt. Afgelopen!

Het kadergedicht stelt dan ook niet de grootse gedachte maar een ’misgedachte’ centraal, zo’n loedertje dat beter een misgeboorte (‘een skeletje’, zie strofe 3) had kunnen zijn dan een volwaardige gedachte. Niettemin groeit hij toch (strofe 2) tot ’iets onbedaarlijks / in de zwarte spelonk van het verstand’ uit! Hoe nu? Worden we ’warhoofd, Seriemoordenaar?’ Of experimenteren we louter in het brein toch maar liever literair met de gedachte sec en laten de gruwelijke werkelijkheid erbuiten? Schouten – komisch – kiest voor het laatste: ’Waarlijk, ten zeerste aanbevolen: dichter!’ Dat hij de spanningen in ons overbewuste brein erkent, en er veelal met scherpzinnige ironie een draai aan geeft die de druk wat verlicht, is Schoutens grote verdienste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden