Poëzie

De porno van Cinema Royale maakte plaats voor het bakkersgilde en zijn brood

Janita Monna Beeld Maartje Geels

Terwijl in België het wel of niet ondertekenen van het Marrakesh-pact tot een regeringscrisis leidde, raakte ik gegrepen door een boekje met de intrigerende titel ‘International Bakery (Voorheen Cinema Royale)’. 

Een ‘poëtisch schotschrift’, aldus de achterflap van het boekje - die verschijnen niet dagelijks. Het werd geschreven door de Vlaamse auteur David Nolens.

Je zou dit schotschrift een aanval op de geïndividualiseerde samenleving kunnen noemen. Een aanval in de vorm van veelstemmige verzen waar ook nog eens een verhaallijn doorheen geweven is. Dat verhaal speelt zich af in Antwerpen. Een schrijver is op weg naar de ‘Cinema Royale’, een pornobioscoop: “Want daar is ach het zweet en trillende benen / Van de singulariteit die weldra en dan weer binnenwerelds op / herbeleving wacht”.

Nieuwe taal

Maar seksfilms kijken gaat niet meer. Aan het Antwerpse Astridplein, waar de bioscoop eens stond, zit nu de ‘International Bakery’.

Hoogstpersoonlijk genot heeft plaats moeten maken voor een gemeenschap van bakkers. Kleur of kleding doen er niet meer toe in deze bakkerij, brood is de nieuwe taal: “In het midden van de zaal meer dan tien bakovens en meterslange tafels / waar vrouwen en mannen het deeg kneden vanuit hun verleden”.

Maar waar iets ouds verdwijnt en iets nieuws begint, ontstaat wrijving. Zo ook in dit verhaal, dat veel meer is dan een vrijblijvend - en wel vaker gehoord - protest. En daar wordt het interessant. De schrijver onderzoekt zijn eigen houding tegenover saamhorigheid en individualisme. Al essayerend speelt Nolens met vooroordelen en clichés. De ‘ik’ voelt zich zowel ‘een verdwaalde toerist in eigen stad’ als “opgenomen in het echte van dit / Al die culturen en nationaliteiten”. 

Schatplichtig is de auteur aan Paul van Ostaijen, al zijn er ook veel andere stemmen door dit pamflet gekneed. Van Nijhoff tot Simone de Beauvoir tot die van de kleine kruidenier en de Antwerpse politieke werkelijkheid.

Trends

Of ik het afgelopen jaar nog trends in de poëzie had bespeurd, had de redactie van dit katern gevraagd. En ik had geantwoord dat ik daar geen duidelijk antwoord op wist: is wat mij opvalt niet vooral een spiegel van mijn eigen interesses en preoccupaties?

Had ik Nolens’ ‘International Bakery’ niet zo geboeid zitten lezen omdat de thema’s die hij aansnijdt, ook onderwerpen zijn die mij bezighouden? Toch geloof ik dat ‘Het juk van het grote niets’ zoals Joost Zwagerman het dertig jaar geleden noemde, niet langer drukt op de Nederlandstalige dichtkunst - in ieder geval niet op de dichters die ik graag lees. David Nolens voeg ik daar op de valreep van 2018 aan toe. Om de talige werkelijkheid die hij schept, die werelds is en persoonlijk.

“De machteloze hand van de oude bakker wiens leven voorbij is gevlucht / ten gevolge van altijd maar vooruit te plannen naar het westen waar hij / nu is aangekomen zonder nog veel toekomst te verwachten / is ambtelijk een vuistdik kluwen”

International Bakery

Daar slaapt een man van zeventig op zijn brood uit pure gelukzaligheid
Rijst dat hoofd op en neer tot een klant het komt halen dat brood
Daar wordt een kind gemaakt en geboren
De moederkoek verdwijnt in de INTERNATIONAL BAKERY
Akkers en zeeën en bergen en woestijnen verdwijnen in de
INTERNATIONAL BAKERY
Dat u de wereld hoort in de INTERNATIONAL BAKERY
Mensen eten elkaars brood en spreken de taal
Mensen spreken elkaars brood en eten de taal
Die zat al in het brood

David NolensInternational Bakery (Voorheen Cinema Royale)
De Bezige Bij; 96 blz. € 19,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Lees ook:

Al huppelen Lorcas woorden en zijn ze vol kleur, wie ze een tweede keer leest, voelt de donkerte

Bij het opruimen van een kast vond ik een oude camera. De foto’s wilde ik overzetten op mijn computer. Kwestie van een paar minuten, dacht ik. Maar ik had beter moeten weten. Oude foto’s slingeren je nu eenmaal terug in de tijd. Even zijn de kinderen weer klein, ben je zelf weer jong.

De voetpaden in deze ballade van Lars Gustafsson zijn meer dan rustieke wandelpaadjes

Een tijdje terug liep ik rond het middaguur met mijn hond in het bos. Een man kwam me tegemoet en hield me staande. ‘Mag ik u iets vragen?’ Ik knikte. Hij vroeg: ‘Mevrouw, is het gezelliger om met een hond te wandelen dan alleen?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden