De paradox van Porgy: is deze zwarte opera toe aan een witte make-over?

Eric Owens (Porgy) met Adina Aaron, die de rol van Bess speelt. Beeld Baus

Het ligt testamentair vast: in Gershwins opera ‘Porgy and Bess’ mogen uitsluitend zwarte zangers zingen, inclusief die in het koor. Is dit nobele uitgangspunt in deze tijden nog verdedigbaar? In de nieuwe productie van De Nationale Opera is iedereen in ieder geval zwart.

Summertime, and the livin’ is easy…’ Wie krijgt bij het lezen van deze woorden niet meteen de bijbehorende melodie in de oren? In George Gershwins opera ‘Porgy and Bess’ (1935) is ‘Summertime’, na de korte en flitsende ouverture, het eerste dat je te horen krijgt, meteen als het doek opgaat. Het werd een enorme hit. ‘Summertime’ is misschien wel het meest gezongen en gearrangeerde lied ooit. Elke vocalist van naam – of die nu in klassiek, jazz, pop, musical of opera gespecialiseerd is – heeft het wel een keer gezongen. Een echte aria, getransformeerd tot een song die past bij elke zanger, ongeacht stijl, stemtype of opleiding. En ongeacht huidskleur.

Toch ligt dat laatste net even ingewikkelder, want ‘Summertime’ dient gezongen te worden door een zwarte sopraan. Gershwin schreef ‘Porgy and Bess’ expliciet voor zwarte zangers. Testamentair ligt vast dat bij scenische uitvoeringen van de opera de zangers allen zwart moeten zijn. Dus niet alleen de solisten, maar ook het hele koor. Dat gegeven heeft de carrière van veel zwarte zangers een mooie duw gegeven. Maar tegelijkertijd heeft het de opera internationaal dwarsgezeten, omdat goede zwarte zangers lang niet altijd en overal voorhanden waren.

Tegenwoordig is dat probleem zo goed als opgelost, maar er dient zich een nieuw probleem aan. Want in een wereld waarin zwarte zangers iconische witte rollen kunnen zingen als de oer-Weense Sophie in Strauss’ ‘Der Rosenkavalier’, of de Italiaanse revolutionair Cavaradossi in Puccini’s ‘Tosca’, moet het dan ook niet mogelijk zijn dat Porgy wit is?

Gershwin legt het onsterfelijke ‘Summertime’ in de mond van Clara, een arme, ploeterende, zwarte vissersvrouw die in Charleston, South Carolina woont. Het is een eenvoudig slaapliedje – ‘So hush, little baby, don’ yo’ cry’. In de tweede akte zingt Clara er nogmaals een geruststellend couplet van, tijdens de orkaan die haar even later het leven zal kosten. Ten slotte klinkt ‘Summertime’ in de derde akte, nu gezongen door Bess, een aan haar gewelddadige vriend én aan cocaïne verslaafde vrouw, die de zorg voor Clara’s kindje op zich heeft genomen. ‘Summertime’, dat zonnige, zorgeloze liedje, dat iedereen op de wereld kan meeneuriën, is dus niet zo zorgeloos. Het leven is helemaal niet zo ‘easy’ voor deze mensen, verre van. Het zijn losers, vergelijkbaar met de personages in Alban Bergs opera ‘Wozzeck’, een partituur waar Gershwin dol op was.

Zijn ontmoeting met Berg in Europa maakte grote indruk op de Amerikaan. In Bergs opera zingt Wozzeck al aan het begin: ‘Wir arme Leut’. Ook daar geen zonnig, zomers leven en Gershwins personages zijn net als die van Berg ‘arme Leut’. In Gershwins opera laten maar liefst vier personages het leven, in die van Berg ‘slechts’ één.

Onwaarschijnlijke liefde

Kritiek was er meteen na de première al. Was er eindelijk een opera over en voor zwarte mensen, zat de hoofdpersoon Porgy als gehandicapte de hele avond op zijn knieën. Het verhaal ging weliswaar hoofdzakelijk over de onwaarschijnlijke liefde die opbloeit tussen deze kreupele Porgy en de flamboyante Bess, maar eromheen ging het vooral over gokken, criminaliteit, drugs, vrouwenmishandeling en moord. En dan zong iedereen ook nog eens in een krom dialect, waarin men het niet zo nauw nam met werkwoordsvormen en zo. ‘Bess, you is my woman now’, of ‘I loves you Porgy’.

Natuurlijk deed het werk ook veel voor de emancipatie van de zwarte zangers. Bij een uitvoering in Washington D.C. kregen de protesterende zwarte zangers het daar voor elkaar dat de segregatie in het theater voor de duur van de voorstellingen werd opgeheven. Maar het is de paradox van Porgy dat die emancipatie moest voortkomen middels een verhaal over mislukte, mismaakte en misdadige zwarte personages, verzonnen én op het toneel gezet door (superieure) witte mannen. De kritiek op Gershwin van mensen als de witte componist Virgil Thomson en de zwarte entertainer Duke Ellington was niet mals, waarbij het opviel dat men zich vooral in de zwarte gemeenschap gekwetst voelde.

Een soort van zelfde kritiek kreeg Giacomo Puccini, die dertig jaar eerder een Japanse geisha en haar entourage ten tonele voerde in zijn ‘Madama Butterfly’. Puccini zou een westerse, paternalistische kijk op de oriëntaalse wereld hebben, inclusief de bijbehorende quasi-Japanse muzikale motiefjes en harmonieën. De opera’s van Puccini, en zeker ‘Madama Butterfly’, waren voor hedendaagse opera-regisseurs lange tijd amper interessant, omdat je er die dik opgekwaste couleur locale maar moeilijk uit kon halen.

Tegenwoordig weten regisseurs wel raad met Puccini’s ‘voorschriften’, maar bij ‘Porgy and Bess’ blijft dat lastig, omdat de erven Gershwin er bovenop zitten. Zij dulden geen tegendraadse interpretaties van het verhaal, en ze zien erop toe dat alle zangers zwart zijn. En dus kon De Nationale Opera zijn prima eigen koor in deze productie niet laten opdraven. Hier zingt een koor van zwarte zangers, die speciaal in Londen geauditeerd zijn.

Meesterwerk

Maar even los van dit alles. George Gershwin schreef – met de beste bedoelingen – een meesterwerk. Zoals bariton Eric Owens het hiernaast verwoordt: “Hij gaf de wereld een cadeau”. ‘Porgy and Bess’ is misschien wel het beste bewijs van Gershwins status als klassiek componist, iets wat hij zo graag wilde zijn. In zijn eigen woorden wilde hij met zijn ‘folk opera’ een combinatie tot stand brengen tussen Wagners ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ en Bizets ‘Carmen’. Een mengvorm dus van een lange, komische opera over hoge Duitse kunst en een passioneel drama over liefde, jaloezie en moord met een femme fatale in een zigeunergemeenschap. Dat is hem wonderwel gelukt, en dat zijn ontmoeting met Alban Berg en diens opera ‘Wozzeck’ indruk maakten is op veel plekken in de partituur goed terug te horen. Bij de Amerikaanse première van ‘Wozzeck’ in Philadelphia (1931) had Gershwin in het publiek gezeten.

En vergeten we tenslotte niet dat hij in 1937 stierf aan de gevolgen van een hersentumor. Hij was slechts 38 jaar, ongeveer even oud als Mozart toen die stierf. Het wereldwijde succes van zijn Porgy heeft hij niet meer meegemaakt.

In ‘Porgy and Bess’ – een verhaal over mislukte, mismaakte en misdadige zwarte personages – is het leven helemaal niet zo ‘easy’. Beeld Baus

ERIC OWENS: WITTE PORGY MOET KUNNEN, MAAR IS HET WENSELIJK?

In Amsterdam zingt de Amerikaanse bariton Eric Owens voor de vierde keer in zijn carrière de rol van Porgy. “Het was wel steeds in een andere versie”, zegt Owens, “omdat er verschillende varianten zijn. In de originele versie zit meer dan vier uur muziek, dat is te lang. Dan kom je als Porgy naar het einde toe met je stem in de problemen. Gershwin zag dat ook wel in en sneed zelf in de partituur. Ik heb veel versies gedaan dus, maar ik heb nooit ergens mijn debuut willen maken als Porgy. Als Porgy debuteren in een operahuis ligt, als je een zwarte zanger bent, te veel voor de hand. Daarom wilde ik bij een voor mij nieuw gezelschap altijd eerst een andere rol zingen. Hier in Amsterdam deed ik eerder ‘Doctor Atomic’ van John Adams.”

Het is een vergelijkbaar verhaal met dat van de legendarische zwarte sopraan Leontyne Price, die in de jaren vijftig wereldwijd beroemd werd als Bess, maar die weigerde om haar debuut te maken aan de Metropolitan Opera in New York als de Nubische prinses Aida. Ze eiste eerst een ‘blanke’ rol, en kreeg die.

Owens kent het verhaal goed. “Price had gelijk. Ik wil ook niet geassocieerd worden met de rol van Porgy, hoewel ik veel van hem hou. Maar ik wil in gelijke mate een koning van Schotland kunnen zingen of om het even welke andere rol. Als je veel Porgy’s doet, is de kans groot dat je een sticker krijgt opgeplakt en dat mensen zich afvragen of je wel goed genoeg bent om ‘een echte operarol’ in de Scala van Milaan te zingen.” Owens heeft in Chicago met veel succes de rol van de oppergod Wotan gezongen in Wagners ‘Der Ring des Nibelungen’, een witte rol bij uitstek. Zijn collega Simon Estes, die eind jaren zeventig al met veel succes in het Wagner-Walhalla in Bayreuth had opgetreden in de titelrol van ‘Der fliegende Holländer’, mocht daar evenwel geen Wotan zingen omdat hij als zwarte zanger volgens de regisseur niet geloofwaardig kon zijn als Noorse god. Estes, die ook succes had als Porgy, heeft altijd gezegd dat de Gershwins de zwarte community niet geholpen hebben met hun strikt vasthouden aan de regel dat alleen zwarte zangers in ‘Porgy and Bess’ mogen zingen.

Begrijpt Owens die stellingname?
“Ja, ik snap die houding heel goed. Kijk, Porgy and Bess gaat over een speciale zwarte vissersgemeenschap in South Carolina. Maar dat verhaal wordt niet verteld door die gemeenschap zelf. De opera is gecomponeerd door een witte componist op teksten van twee witte schrijvers. Ik begrijp dat mensen daar moeite mee hebben. Hoe kunnen zij weten wat die personages drijft, wat ze echt voelen? De makers zijn wel heel dicht bij die gemeenschap gekomen, hebben gebivakkeerd op de plek waar het verhaal zich afspeelt. Veldwerk dus. En toch blijft er iets knagen, dat voel ik ook. Al heb ik dan weer geen enkele moeite met het plaatselijke dialect dat de personages in de opera moeten spreken en zingen. Sommigen vinden dat je met dit rare koeterwaals de mensen belachelijk maakt, maar zo spraken ze nou eenmaal daar en toen.”

Provocatie

In de jaren zeventig heeft Opera Forum (voorloper van de Nederlandse Reisopera) Gershwins opera uitgevoerd in een Nederlandse vertaling en met – op Bess na – alleen maar witte zangers. Begin vorig jaar baarde de Hongaarse Staatsopera in Boedapest de nodige ophef door na lange onderhandelingen de restricties van de erven Gershwin te negeren en een geheel witte ‘Porgy and Bess’ op de planken te zetten.

“Ik denk dat die voorstelling in het Hongarije van Viktor Orbán meer een provocatie was. Maar een witte Porgy moet kunnen. De vraag is alleen of het wenselijk is. Vandaag de dag kan dit verhaal zich in elke gemeenschap afspelen, ook hier en nu. Maar vergeet niet dat Gershwin specifiek om zwarte zangers vroeg om daarmee Al Jolson en zijn minstrelshows te omzeilen. In die populaire shows werden blanken met schoenpoets zwart gemaakt, wat een belachelijk stereotype opleverde. En hoeveel opera’s zijn er nou speciaal voor zwarte zangers geschreven? Waarom zou je daar dan witte zangers voor vragen?”

Interessant idee

De enscenering in Amsterdam is heel traditioneel zegt Owens, en dat vindt hij heerlijk, hoewel hij regelmatig werkte met regisseur Peter Sellars, die zich altijd heeft ingezet voor de zwarte gemeenschap en er niet voor terugschrikt werken geheel naar zijn hand te zetten. Hoe zou Sellars ‘Porgy and Bess’ aanpakken?

“Ik zou het niet weten, maar wow, wat een interessant idee. Hij zou er in ieder geval iets mee doen dat relevant is voor onze tijden. Het zou een statement zijn, al weet ik niet welk, en hij zou vooral een verhaal vertellen. Want verhalen vertellen, dat kan Sellars als geen ander. Maar laten we niet vergeten hoe revolutionair deze opera was toen hij in première ging. Als we het over de opera’s van Verdi hebben dan komen termen als politiek, religie, onderdrukking al snel om de hoek kijken. Bij ‘Porgy and Bess’ is het niet anders.

“Gershwin gaf de wereld een cadeau, dus laten we niet moeilijk doen over genres en zo. Opera, musical, jazz, je kunt het op zoveel verschillende manieren horen. Porgy huist in verschillende werelden. De muziek uit de opera is ook door mensen als Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Louis Armstrong en tal van andere jazz- en popzangers de wereld in geholpen. Liefhebbers die via deze grote namen eens een keer naar de hele ‘Porgy and Bess’ gaan kijken, die gaan meestal niet naar een opera van Verdi. Die gaan met een bepaald verwachtingspatroon naar de voorstelling, en zullen waarschijnlijk wel wat moeite hebben met een witte Porgy.”

‘Porgy and Bess’ is vanaf morgen acht keer te zien in Nationale Opera & Ballet. Zie voor meer informatie www.dno.nl.

Lees ook:

Noah Stewart: ‘Het gevoel dat ik mij als zwarte tenor dubbel moet bewijzen, is er altijd’

Hij ziet eruit als een basketballer, maar Noah Stewart is operazanger. Bij de Nederlandse Reisopera debuteert hij in Puccini’s ‘Tosca’. ‘Het gevoel dat ik mij als zwarte tenor dubbel moet bewijzen, is er altijd.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden