Review

De opvang van vreemden was toen ook een rommeltje

Stadsgeschiedenissen zijn ' in'. Prachtige boeken verschijnen er, over Zwolle, Den Haag en nog veel meer. Maar de geschiedenis van Amsterdam is nu eenmaal meer dan lokale of zelfs nationale geschiedenis. Jan Kuijk bespreekt twee Amsterdam-boeken over de tijd dat de stad ' het centrum van de wereld' was.

Jan Kuijk

an het slot van haar proefschrift A over het 17de-eeuwse Amsterdam als migrantenstad geeft Erika Kuijpers zich op verrassende wijze rekenschap van het werk dat zij zojuist heeft afgesloten. Zij bewondert geleerden die systematische twijfel als uitgangspunt van de wetenschap hebben genomen en heeft nu dezelfde keuze gedaan: ,,.... altijd nieuwsgierig en volstrekt onbevangen bij het experiment. Als er niet uitkomt wat verwacht is, is het experiment niet minder geslaagd.” Dat klinkt als een excuus achteraf, maar daarvoor is allerminst reden. Het is waar: in haar boek geeft ze dikwijls blijk niet altijd even zeker te zijn, geeft zij aan hoe ontoereikend haar bronnen op sommige punten zijn, dubt zij menigmaal tussen ja en nee. Maar het door haar aangedragen materiaal (opgedolven in jarenlang archiefonderzoek, vooral in het Duitse Sleeswijk-Holstein) is zo nieuw en zij overziet dat zo vaak met een arendsblik, dat wij ons wel gewonnen moeten geven.

Die arendsblik weerhoudt haar er niet van ons met persoonlijke details of anekdotes blij te maken. Zo weet ik nu van haar op welke wonderbaarlijke wijze onze eigen Jan Leeghwater in 1634 aan de dood is ontkomen bij een grote watersnood op het Duitse eiland Fahretoft voor de kust van Holstein: een ramp die zij nodig heeft om uit te leggen waarom zoveel Oost-Friezen in die tijd, toen daar ook nog de Dertigjarige Oorlog woedde, naar het economisch welvarende Amsterdam zijn getrokken. Kuijpers' boek schildert een aanzienlijk minder rooskleurig beeld dan het beeld dat veel Nederlanders dierbaar is, van die grootscheepse immigratie in het Amsterdam in de eerste helft van de 17de eeuw. Er was nauwelijks beleid (de autoriteiten wisten het soms ook niet en zagen de ontwikkeling in zekere zin als een natuurgebeuren) en heel wat autochtonen hadden moeite de nieuwkomers te verwelkomen en op te nemen. Deze moesten vaak in eigen kring blijven hangen. Gescheiden werelden. Het komt ons allemaal bekend voor. Dat het meestal uitgedragen beeld zo positief is, verklaart Kuijpers uit het feit dat wij goed gedocumenteerd zijn over de gang van zaken bij de elite. Zij daarentegen heeft de anonieme, onbekend gebleven duizenden onderzocht. Ze is zelfs een immigrant zonder benen tegengekomen, wiens spoor zij helaas niet heeft kunnen natrekken. En zij concludeert, in één zin: ,, Migratie naar de stad en de groei van metropolen als Amsterdam was de definitieve uitkomst van het proletariseringsproces in West-Europa.” Dat proces zal nog lang doorwerken.

Kuijpers is ook medewerkster aan het tweede deel (in twee banden) van de grote vijfdelige geschiedenis van Amsterdam, waar zij samen met haar promotor Maarten Prak deze episode behandelt. Dezelfde stof dus, maar haar boek maakt door de veelheid van het materiaal, en niet in de laatste plaats haar overtuigende wijze van presenteren, meer indruk.

Veel van het moois dat (ook in deze krant) is opgeklonken over het eerste deel van deze Amsterdamse stadsgeschiedenis, kan worden herhaald. Een voorbeeldig boek, alleen al om te zien en in te bladeren, veel prachtige en dikwijls onbekende illustraties (we komen warempel een 17de-eeuwse wildplasser tegen), mooi papier, mooie letter . Kortom, het ideaal van elke boekliefhebber.

Maar anders dan bij het eerste deel vallen nu een paar (onvermijdelijke) zwakheden op. Hajo Brugmans kon nog in de jaren dertig van de vorige eeuw in z'n eentje de hele Amsterdamse geschiedenis in acht delen samenvatten. Maar onze kennis is sindsdien zo vermeerderd dat een breed opgezet werk als dit in handen van specialisten moest worden

gesteld en het vervelende van specialisten is nu eenmaal dat zij niet allemaal geboren en onderhoudende vertellers zijn en dat ze dikwijls ook nog door wetenschappelijke schroom worden bevangen - iets waarvan Erika Kuijpers in haar boek op een verstandige wijze geen blijk gegeven heeft. Een consequentie is dat de geschiedenis in deze aanpak erg thematisch uitpakt, waarbij het doorlopend verhaal en de chronologie in de verdrukking komen, doublures niet vermeden worden en er ook sprake is van open en niet-afgemaakte eindjes.

Zo valt het op dat Joke Spaans' bijdrage over het godsdienstig leven (' Stad van vele geloven') niet doorloopt tot 1813, maar al in 1795 eindigt, terwijl zich juist daarna grote veranderingen voltrokken. De rooms-katholieken hoefden zich niet langer in hun huiskerken te verschansen. Maar de enige aanwijzing daarvoor in déze geschiedenis is een fraaie prent van de gevel van de in 1796 gebouwde kerk De Duif aan de Prinsengracht.

Helemaal ontbreken de rumoerige overgang en de interne tegenstellingen die de joodse gemeenschap na 1795 doormaakte. Een deel van de gemeente wilde gretig van de pas verkregen burgerrechten gebruikmaken. Maar een ander deel was bang voor assimilatie en liet het liefst alles bij het oude. Het liep allemaal ook nog uit op relletjes en arrestaties, waarbij de Nationale Garde zelfs de synagoge binnenging. Een boeiend verhaal, dat wij elders moeten zoeken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden