De opkomst van de doe-het-zelfdichter

Beeld Hollandse Hoogte / Richard Brocken

Doe-het-zelfdichters publiceren hun poëzie buiten klassieke uitgeverijen om. Verrijken zij de literatuur of produceren ze vooral baggerbundels?

De aankondiging baarde enig opzien: aan de prestigieuze Grote Poëzieprijs, voorheen VSB Poëzieprijs, mochten dit jaar voor het eerst ook dichters meedoen die hun poëzie in eigen beheer publiceren. Naast grootheden uit de stal van gerenommeerde uitgeverijen kon nu jan en alleman met zijn zelfgeprinte versjes meedingen. Zou de jury een tsunami van baggerbundels over zich heen krijgen?

Dat viel mee. Van de honderdvijftig ingezonden bundels was slechts 5 à 15 procent in eigen beheer verschenen, een stuk of tien bundels. Veel exacter valt het niet te kwantificeren, want ‘eigen beheer’ blijkt een diffuus begrip. Sommige dichters bereiden hun bundel helemaal zelf voor en besteden alleen het drukken uit. Andere huren een redacteur, vormgever of pr-specialist in. Of ze nemen een onbekend uitgeverijtje in de arm. Zo zijn er allerlei grijstinten ontstaan tussen ‘wilde’ en ‘traditioneel erkende’ publicaties.

Zoals de cynicus misschien al vermoedde, stootte geen van de eigenbeheerbundels door naar de longlist (vijftien titels) van de Grote Poëzieprijs, laat staan naar de vijfkoppige shortlist die woensdag bekend werd gemaakt. “De kwaliteit van eigen beheer ligt toch lager”, verklaart Joost Baars, een van de vijf juryleden en vorig jaar zelf winnaar van de laatste VSB-poëzieprijs. “Dat is niet zo vreemd. Uitgeverijen hebben een poortwachterfunctie; ze pikken eruit wat ze goed vinden en maken dat nog mooier.”

Toch kúnnen ook doe-het-zelfdichters pareltjes afleveren, vervolgt Baars, die in het verleden zelf in eigen beheer uitgaf. Hij noemt de bundel ‘Alles is een onderbreking van de lege ruimte’ (2016) van Estelle Boelsma (verschenen bij underground-uitgeverij Stanza), en ‘Seks, mystiek & urbanisatie’ (2015) van Johan Wambacq. Tussen de vrije inzendingen voor de Grote Poëzieprijs zat volgens Baars ook kwaliteit – alleen niet genoeg.

Sommige dichters die iets uit eigen beheer instuurden, vertrouwen het niet. Ze vermoeden dat er vooroordelen meespelen. De jury zou eigenbeheerbundels minder serieus hebben bekeken. Dichter Ton van ’t Hof schrijft op zijn blog zelfs dat eigenbeheerdichters ‘een poot is uitgedraaid’. Ze moesten wel het inschrijfgeld van 75 euro betalen, maar zouden nooit een schijn van kans hebben gehad.

Onzin, verzekert Baars: de jury heeft alle werken serieus gelezen en weet door de labels heen te kijken. Poetry International, een van de organisatoren achter de Grote Poëzieprijs, vindt de kritiek eveneens ongegrond, en spijtig bovendien. “Er klinken al oproepen om nooit meer iets uit eigen beheer in te zenden voor de prijs, maar dat zou ik erg jammer vinden”, zegt Jan Coerwinkel van Poetry International.

De prijs kampte vorig jaar met geldgebrek toen sponsor VSB wegliep, maar dat was niet de reden om eigenbeheerbundels toe te laten. Het doel was volgens Poetry International om de volle breedte van het poëzieaanbod in beeld te brengen. “Er wordt steeds meer uitgegeven in eigen beheer. Daar zou best iets tussen kunnen zitten”, zegt Coerwinkel. “Het is een experiment. Over een aantal jaren kunnen we de balans opmaken.”

Diversiteit

De opmars van het eigen beheer begon in 2005, zegt Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Dankzij een wetswijziging kregen toen ook ongediplomeerde, niet-erkende uitgevers toegang tot de boekenmarkt. Sindsdien is eigen beheer ‘een enorme trend’, ziet Kuitert, al moet ook zij de omvang schatten.

“Vorig jaar zijn er in Nederland ruim 450 poëziebundels met een ISBN-nummer uitgekomen. Van alle boeken samen – dichtbundels, romans, kookboeken, enzovoorts – verschijnt grofweg een zevende via ‘printing on demand’ (drukken per besteld exemplaar - red.), en dat is vaak eigen beheer. Als je dat naar poëzie vertaalt, krijg je ongeveer een indruk”, aldus Kuitert. Iets van 65 bundels per jaar dus.

Tsead Bruinja, sinds begin dit jaar Dichter des Vaderlands, bracht zijn eerste twee bundels ook in eigen beheer uit, maar stapte daarna over naar een gerenommeerde uitgever. Die heeft hij nodig voor de distributie en de publiciteit, zegt hij. De samenwerking met belezen redacteuren bevalt hem ook goed. “Maar het is fijn dat je tegenwoordig om uitgeverijen heen kunt, zeker voor een beginnende dichter. Dat vergroot de diversiteit. Beide werelden kunnen naast elkaar bestaan en elkaar scherp houden.”

Onno-Sven Tromp (51)

“Tot nu toe heb ik vijf bundels in eigen beheer uitgegeven. Ik schrijf sonnetten en haiku’s. Die genres zijn niet in de mode. Bij uitgevers raak ik mijn werk dan ook lastig kwijt. Ik heb het wel geprobeerd, totdat ik dacht: waarom doe ik het niet zelf?

“Ik heb als redacteur gewerkt bij uitgever Querido, dus ik wist hoe het moest. Ik kende een freelancevormgeefster. We kropen samen achter de computer. Daarna heb ik offertes aangevraagd bij drukkers. Een paar weken later stonden de boekjes op de stoep: drie- à vijfhonderd exemplaren, dat was begin jaren negentig het minimum.

“Inmiddels gaat het veel eenvoudiger. Bij een self-publishingplatform als ‘Brave new books’ kun je je manuscript online uploaden. Je kiest een formaat, layout en kaft. Je maakt een omslagtekst en krijgt een indicatie van de kosten. Die platforms zijn aangesloten op bol.com en de boekhandel, dus de afzetkanalen heb je al. Het drukken gaat via ‘printing on demand’: ze drukken alleen wat de handel bestelt. Zo blijf je nooit met boekjes zitten.

“Ik redigeer mijn werk zelf. De uitgever mis ik alleen voor de publiciteit; met een bekend label krijg je sneller recensies. Dat snap ik. Dichtbundels in eigen beheer zijn gemiddeld minder goed dan die van uitgevers, maar er zit ook kwaliteit tussen. Zelf heb ik aardig wat prijzen gewonnen. Ik ben ook voor de derde keer doorgedrongen tot de finale van de Turing-gedichtenwedstrijd.

“Financieel levert een publicatie in eigen beheer nauwelijks iets op. Zeg twee euro per boekje, en daar moet nog belasting af. Maar via een uitgever is het net zo slecht. Ik kan er niet van leven. Gelukkig heeft mijn vrouw een inkomen. Daar redden we het mee, als we niet te ruig doen. Ik voel een noodzaak om gedichten te schrijven. Het is een offer, maar ik heb het ervoor over.”

Haiku van Onno-Sven Tromp

de blauwe reiger

hapt met een scherpe snavel

zijn spiegelbeeld stuk

Gershwin Bonevacia (25)

“Ik heb mijn dichtbundel ‘Ik heb een fiets gekocht’ in eigen beheer uitgegeven. Het is mijn debuut. Ik ben eerst langs uitgeverijen gegaan. Die wilden mijn werk best uitgeven, maar ik vond de voorwaarden ongunstig. Ik zou aan elk verkocht boekje hooguit een euro overhouden, de rest ging naar de uitgever en de boekhandel.

“Wat uitgeverijen doen – redactie, distributie en publiciteit – kan ik net zo goed zelf. Ik heb freelancers ingehuurd voor de redactie, de vormgeving en het marketingplan. En de verkoop loopt grotendeels via mijn website. Ik doe de boekjes vaak zelf op de post. Zo is 100 procent van de opbrengst voor mezelf.

Op Instagram heb ik dankzij mijn optredens een groot aantal volgers. Veel van die mensen wilden mijn boekje kopen, zei ik tegen de uitgevers, maar die geloofden daar niet in. Ze durfden daarom alleen een piepkleine oplage te drukken. Dat wilde ik niet. In eigen beheer heb ik meteen vijfhonderd bundels besteld. Die waren binnen een week weg. Inmiddels heb ik er ruim vijfduizend verkocht, dat is enorm voor een dichtbundel.

“Met eigen beheer draag je zelf het risico van je investering. Dat was het grootste struikelblok. Voor de eerste vijfhonderd bundels moest ik drie euro per stuk betalen, dus 1500 euro, plus de kosten van de ingehuurde freelancers. Maar uiteindelijk houd ik er zo toch meer aan over dan via een uitgever. En het heeft me veel voldoening gegeven om alles zelf te doen.

“Dichtbundels uit eigen beheer zijn niet per se slechter dan die van een uitgever. Maar wil je als dichter groeien en prijzen winnen, dan werkt het prestige van een uitgever wel in je voordeel. Daarom denk ik erover om mijn volgende bundel toch bij een uitgever uit te brengen. Ik heb nu bewezen dat mijn bundels verkopen. Hopelijk sta ik daardoor sterker in de onderhandeling, ook financieel.”

Millennials

Als het raar is om alle Harry Potter-spreuken

uit je hoofd te kennen,

laat mij dan maar raar zijn.

Maar vraag niet om hulp,

als Dementors jouw Facebook time-line

depressief maken.

Een tweet zal geen steun bieden,

wellicht wel een foto op Instagram.

Je weet wel, zo’n halve naakte.

Daaronder een quote van Kendrick

met iets als “be humble’’

en een # die trending is.

Lees ook:

Nieuwe sponsor maakt dat VSB Poëzieprijs toch door kan

Er komt een opvolger voor de VSB Poëzieprijs. “We hebben nog geen nieuwe naam, maar de prijs blijft overeind”, aldus Bas Kwakman, directeur van de Stichting Poetry International en organisator van de prijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden