BoekrecensieDe opgang

‘De opgang’ van Stefan Hertmans is een literair avontuur

Stefan Hertmans in 2014Beeld ANP

In ‘De opgang’ onderzoekt Stefan Hertmans motieven en wederwaardigheden van Willem Verhulst, collaborateur met de nazi’s, maar uiteindelijk begraven naast zijn eerste (Joodse) vrouw.  

Stefan Hertmans (1951) was altijd al een gerespecteerd Vlaams schrijver, met een roman als Naar Merelbeke (1995) en ook met zijn talloze gedichten en essays, maar sinds het publieke succes van zijn roman Oorlog en terpentijn uit 2013, waarmee hij de AKO literatuurprijs won, lijkt hij ook een soort nationale schrijver te zijn geworden. De opvolger van Louis-Paul Boon en Hugo Claus, die een heel andere stijl bezigden­­ dan Hertmans, emotioneler en barokker. Naast hen is Hertmans een wonder van beschouwelijkheid en analyse, en misschien is Vlaanderen daar aan toe na die betrekkelijke­­ overvloed aan sappige Vlaamse literatuur.

Oorlog en terpentijn ging over de Eerste Wereldoorlog­­-ervaringen van Hertmans’ grootvader, en vooral ook over het dan weer oplaaiende conflict tussen Vlamingen en Walen. Zijn jongste roman De opgang leest als een vervolg daarop. Opnieuw scherpt Hertmans de geest van de Belgische geschiedenis, nu aan de hand van de Tweede Wereldoorlog en van een andere ‘bekende’ van de schrijver, de man in wiens huis Hertmans zelf in 1979 komt te wonen, Willem Verhulst, voormalig SS’er, collaborateur, daarbij een soort kleine Eichmann, man van joden- en communistenlijsten. Verhulst is ook nog eens de vader van Hertmans’ leermeester professor Adriaan Verhulst. Hertmans zoekt zijn inspiratie kortom dichtbij, maar niet per se in zijn eigen leven. Dat geeft ook precies de status van zijn oorlogsproza aan, hij is betrokken, maar niet persoonlijk geraakt.

Beeld -

Hertmans is een hardnekkige, maar niet fanatieke inquisiteur. Hij laat in De opgang, net als in Oorlog en terpentijn, het raadsel van dubieuze toewijding en landverraad grotendeels voortbestaan, zonder er een gemakkelijk moreel oordeel over te vertellen. Natuurlijk deugt Willem Verhulst volstrekt niet, maar het is aan de lezer om dat te ontdekken. Verhulsts leven leest in zekere zin als het verslag van een verscheurdheid. Hij is een flamingant, getrouwd met een Joods meisje dat vrij spoedig overlijdt, daarna trouwt hij met de boerendochter Mientje uit Zevenaar met wie hij zijn kinderen opvoedt, een brave huisvader die zijn vrouw ‘mammie’ noemt. Mientje is een gelovige, protestantse vrouw, die niets moet hebben van de politieke overtuigingen van haar man, die hij beter kwijt kan bij zijn minnares (en latere, derde echtgenote). Als hij, ver na WO II, sterft, wil hij niettemin bij zijn eerste, Joodse echtgenote worden begraven.

Ongrijpbaar en verknipt

Verhulsts wandaden liegen er intussen niet om, hij zorgt er ‘unempathisch’ voor dat mensen worden opgepakt, is verantwoordelijk voor de dood van menigeen, maar hij lijkt ook een soort opportunistische sukkel, meegesleept door het Vlaams-Waalse conflict dat bij hem rabiate proporties aanneemt. Die spanning tussen Hertmans’ onderzoekende, rationele aanpak en die ongrijpbare en verknipte hoofdpersoon, is de voedingsbodem van De opgang.

Overigens levert het ook, als bijvangst, een prachtig portret van Verhulsts tweede vrouw Mientje op, een monument van standvastigheid, iemand die Verhulst helemaal niet verdiende, maar hem volkomen trouw blijft. Tussendoor leren we de schrijver zelf kennen, onverdroten bezig met archiefonderzoek om de geschiedenis te ontsluiten, maar ook verbaasd wandelend door zijn eigen huis met de beladen geschiedenis.

“De man die ik wil leren begrijpen, komt langzaam in beeld. Hij wandelt tegen de avond door het dorp, een haveloze eenzaat uit België met een oudere, doodzieke Joodse vrouw, er wordt geroddeld in Oud-­Zevenaar. Soms gaat een vitrage even opzij, een deur gaat op een kier.” Het is niet in de laatste plaats Hertmans’ verbeelding die door het ware verhaal gevoed wordt, en soms misleid – hij heeft het over het Liedboek voor de Kerken als dat nog niet bestaat en citeert in de jaren veertig uit de jongste bijbelvertaling, pekelzondes in dit grote verhaal over fout Vlaanderen.

Heldere, objectieve pen

Hertmans beschrijft niet alleen de oorlog, maar vooral het menselijk conflict erachter. Het is niet de geschiedenis die doolt maar de mens. In dat opzicht doet hij mij sterk denken aan de Duits-Britse schrijver W.G. Sebald, net als Hertmans persoonlijk op zoek naar oorlogssporen. En net als Sebald voegt Hertmans enigszins duistere fotootjes toe van objecten en plaatsen die hij tegenkomt. Sebald is een donker, melancholisch schrijver, Hertmans daarentegen hanteert een heldere, objectieve, enigszins intellectuele pen waarmee hij de wortels van zijn vaderland onderzoekt dat misschien wel net zo verscheurd is als die Willem Verhulst.

Onderhuids proef je meer tegenstrijdigheden, bijvoorbeeld in het mistige verhaal van een vrouw die Maria zou hebben gezien versus het voorbeeldige protestantisme van Mientje. Het maakt van De opgang een roman vol opposities. Duidelijke standpunten verkondigt Hertmans niet, hij is geen moraalridder, eerder een bevlogen en verbaasde historieschrijver met een gouden pennetje. Dat maakt De opgang een literair avontuur.

Stefan Hertmans
De opgang
De Bezige Bij: 420 blz. € 24,90

Lees ook: 

Terugkijken hoeft niet altijd zeer te doen’

Stefan Hertmans (Gent, 1951) is schrijver, dichter en essayist. Hij ontving vele prijzen waaronder in 2014 de AKO Literatuurprijs voor ‘Oorlog en Terpentijn’. Onlangs verscheen bij De BezigeBij zijn nieuwe roman ‘De Bekeerlinge’.

Lange tocht door gistende contreien

Na ‘Oorlog en terpentijn’ stort Stefan Hertmans zich in de duistere twaalfde eeuw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden