Jan Jansen. Beeld Eddy Wenting
Jan Jansen.Beeld Eddy Wenting

Mode

De ontwerpen van Jan Jansen zijn zo vaak gekopieerd. ‘Dan verzin verzin ik gewoon weer een nieuwe schoen’.

Dior, Armani, Prada - de grote merken gingen schaamteloos aan de haal met het werk van schoenontwerper Jan Jansen. In zijn memoires blikt hij mild terug: “De lol is dat ik het allemaal bedacht heb, dat weegt zwaar op tegen het ongemak.”

Wat zag hij daar nou in de etalage van de chique winkel van Giorgio Armani? Een regelrechte kopie van zijn ‘tutti piedi’, de geplooide suède veterschoen die hij in 1981 had ontworpen. Het was 2005, ontwerper Jan Jansen was op bezoek bij zijn jongste zoon Lok die in Tokio woont, en zijn doorgaans goede humeur kreeg een flinke knauw. Het was bepaald niet de eerste keer dat een ander met zijn ontwerp aan de haal ging. “Ik ben misschien wel de meest gekopieerde schoenenontwerper ter wereld”, zegt hij.

Jansen liet het er niet bij zitten. Armani moest van de rechter alle schoenen uit de handel nemen. Maar om financieel gecompenseerd te worden, zou Jansen in Milaan een bodemprocedure moeten starten. Een bevriende Italiaanse ontwerper raadde hem dat af: “Jan, blijf er ver vandaan. Er zijn twee mensen in Italië tegen wie je niet kunt procederen: de paus en Giorgio Armani.”

Black is beautiful with snake ‘n steel. Beeld Christine Vesters Fotografie
Black is beautiful with snake ‘n steel.Beeld Christine Vesters Fotografie

Ja, er zijn heel wat mensen rijk geworden van zijn creativiteit, blijkt uit de autobiografie die de inmiddels 80-jarige Jansen in coronatijd schreef. Hij stelt nuchter vast dat hij met verschillende ontwerpen de wereldpers haalde, maar een ander er doorgaans meer aan verdiende dan hij zelf.

In 1977 ontwierp hij zijn revolutionaire high heeled sneaker, een sportschoen met een hoge hak eronder. Die werd onder zijn neus vandaan gestolen uit de fabriek in Italië waar ze gemaakt waren. In Nederland was er gedoe met de opdrachtgever, waardoor de productie werd stopgezet.

Maar een Amerikaanse importeur zag de schoenen, liet er een fiks aantal bij maken en presenteerde ze op de schoenenbeurs in New York. Er werd uiteindelijk een miljoen paar verkocht – het logo Jan Jansen stond weliswaar in de rubberzool, maar de ontwerper zag er geen cent voor. Jansen moest het doen met een ‘fikse afkoopsom’ van de Nederlandse opdrachtgever.

Ook de Zippy met een schuine rits, een mannenschoen uit 1979, werd schaamteloos gekopieerd. “Ik had geen notie van auteursrechten , dus dat heb ik maar laten gaan.”

En dan was er Jansens waarschijnlijk beroemdste ontwerp: het hooggehakte model van rotan uit 1973, die in de internationale pers tot ‘bamboo-shoe’ werd gebombardeerd. Prada vergreep zich er aan. Door een zooltje toe te voegen claimde het beroemde modehuis een origineel ontwerp te hebben. “Ze kunnen de hele P.C. Hooftstraat opkopen als ze willen”, zegt Jansen. “Ze hadden me ook mogen vragen om een nieuwe variant te ontwerpen.”

Jansen kan er ook om lachen – schamper weliswaar. Wat een creatieve armoede. Zijn oplossing is: “Gewoon iets nieuws verzinnen, zodat anderen weer iets te kopiëren hebben. De lol is dat ik het allemaal bedacht heb, dat weegt zwaar op tegen het ongemak.”

Laarzen voor Fong Leng,1974. Beeld Christine Vesters Fotografie
Laarzen voor Fong Leng,1974.Beeld Christine Vesters Fotografie

Soms geeft het hem zelfs een goed gevoel als anderen aan zijn creativiteit verdienen. In het geval van de ‘crochet ballerina’ bijvoorbeeld, waarvan in Taiwan honderdduizenden paren werden nagemaakt. “Daar hebben een hele hoop gezinnen die in de fabriek sliepen van kunnen eten”, stelt hij tevreden vast.

Overigens hoopt hij dat zijn memoires niet lezen als een verbitterde afrekening met de mensen die hem een hak hebben gezet. Dat is zeker niet het geval. Het fris van de lever geschreven relaas barst vooral van de lol in het leven.

Zijn schoenen brachten hem overal. Italië werd zijn tweede thuis, hij zag hoe Jan Cremer in een New Yorkse club de dollarmunten liet rollen over de buik van een danseres. Hij sloeg op het nippertje een glas slangenbloed af op een markt in Taiwan en verbleef een maand in Brazilië om met een team van kundige schoenmakers laarzen te ontwerpen. ‘s Avonds werd er gezamenlijk gegeten en gedronken.

Ook in Nederland genoot hij van het mondaine leven, immer vergezeld door zijn jeugdliefde Tonny, zijn muze die de verkoop van de schoenen in hun eigen winkel voor haar rekening nam. Ook al verkeerden ze in het gezelschap van Karel Appel, Frans Molenaar en Jan des Bouvrie, ze woonden heel gelukkig in de Amsterdamse Bijlmer. Ze verruilden in 1968 opgelucht hun koude etage in de Jordaan voor een flat met centrale verwarming.

Heerlijk vonden ze de nieuwbouwwijk. Hun twee zoons, Olivier en Lok, konden er eindeloos buiten spelen. “Ze zijn ons er nog steeds dankbaar voor”, zegt Jansen. Later kochten ze er zelfs een huis met een tuin. Toen de kinderen groot waren, gingen ze weer in de binnenstad wonen. Boven hun beroemde winkel aan het Rokin.

 Woody, 1969. Beeld Christine Vesters Fotografie
Woody, 1969.Beeld Christine Vesters Fotografie

In al die jaren had Jansen altijd meer creatieve ingevingen dan hij kon uitvoeren, zegt hij. “Ze komen door uit de kosmos.” Soms droomt hij van een prachtige schoen, en als hij wakker wordt tekent hij het ontwerp en maakt hij de schoen. Want hij is bovenal vakman. Jansen is er trots op dat hij zelf zijn leesten maakt. Dat hij het hele proces van het schoenmaken beheerst en niet een vaag schetsje aflevert en het echte werk overlaat aan de ambachtsman.

Dat hij schoenontwerper werd, komt omdat zijn vader vertegenwoordiger was bij de Nimco, een schoenenfabriek in Nijmegen. “Als hij meubelverkoper was geweest of architect, dan was ik meubels of huizen gaan ontwerpen.”

Na een stage in Rome begon hij voor zichzelf in een zaakje ‘zo groot als een toilet’ achter de Dam in Amsterdam. Aanvankelijk maakte hij daar unica, maar hij ging al snel in zee met schoenproducenten. Ook daar stootte hij een paar keer zakelijk zijn neus.

De eerste die hem een loer draaide was modehuis Dior in 1964. Jansen was op huwelijksreis met Tonny. Naar Parijs natuurlijk. Bij Dior wilden ze zijn ontwerpen best hebben, maar betalen? Nee, hij mocht zeggen dat hij voor het beroemde modehuis werkte.

Twee keer stond in kranten te lezen dat hij failliet was, maar dat was beide keren niet waar, schrijft hij. De onderneming waarmee hij in zee was gegaan, verklaarde zich failliet. Vooral de tweede keer pakte dat voor Jansen dramatisch uit. In 2015 verloor hij niet alleen zijn winkel aan het Rokin, maar ook zijn naam. Die kon hij terugkopen bij de curator, voor 5000 euro. Het was contractueel weer eens niet waterdicht geregeld. “Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen zeggen: mijn hemel leert die man het nou nooit?”

Bamboeschoen,1973. Beeld Christine Vesters Fotografie
Bamboeschoen,1973.Beeld Christine Vesters Fotografie

Maar eerlijk gezegd heeft hij er nooit een nacht van wakker gelegen. “Geld is maar een dingetje van je geluk. Er zijn veel intensere zaken.” Dat hij twee gezonde zonen en twee kleinkinderen heeft. En dat hij sinds zijn 17de samen is met Tonny. Internationale erkenning geniet, tentoonstellingen heeft in musea.

Toen hij aan zijn memoires begon, dacht Jansen dat het wel zo’n beetje afgelopen was met zijn carrière. Hij maakte nog sporadisch schoenen voor vaste klanten, maar op een grote opdracht had hij niet meer gerekend. Onterecht. ‘Vanuit het niets’ meldde schoenenbedrijf De Hooijer Groep zich. Komend voorjaar komt er een compleet nieuwe lijn Jan Jansen schoenen uit. “Het wordt een collectie met klompjes, sandalen en een linea erotica, de hoge sexy pumps.” Daar kan hij zich op zijn tachtigste ontzettend op verheugen.

 Patchwork, 1997. Beeld Christine Vesters Fotografie
Patchwork, 1997.Beeld Christine Vesters Fotografie

Expositie in Museum JAN

In Museum JAN in Amstelveen zijn tientallen schoenen van Jan Jansen te zien. Ze worden gecombineerd met kledingstukken van hedendaagse ontwerpers als Ronald van der Kemp en Bas Kosters. Door die vaak treffende combinaties valt nog eens op hoe tijdloos de ontwerpen van Jan Jansen zijn. De ontwerper zegt er zelf over: “Ik doe niet aan modetrends. Ik denk dat mijn schoenen over honderd jaar nog bestaan.”

De kleurrijke expositie wordt afgesloten in een soort schoenwinkel, waar tientallen schoenen staan uitgestald. De liefhebber wordt hier ongetwijfeld heel hebberig van.

‘Op de leest van Jan Jansen - 60 jaar schoenen & Dutch Design’, t/m 29/8. museumjan.nl

‘Werken - De memoires van Jan Jansen’ , Waanders Uitgevers, €24,50.

Lees ook:

Toeristische iconen met een twist

Klompen, kaas, molens en tulpenbollen zijn waarschijnlijk de bekendste toeristenclichés van Nederland. Op het terrein van het Zuiderzeemuseum geven kunstenaars die vooroordelen een eigentijdse draai.

Reuzenbadeend-kunstenaar Florentijn Hofman maakte enorme ‘stadscocon’ voor Schiedam: ‘Je moet op kunst kunnen zitten, erin kunnen klimmen’

Florentijn Hofman werd wereldberoemd met zijn reuzenbadeenden. Voor Schiedam maakte hij een enorme groene ‘stadscocon’ in de Sint Janskerk. Iedereen is welkom om even in een compleet andere wereld te stappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden