Reizen Hongarije

De onbekende Jugendstil-gebouwen van Hongarije

Glas in lood-raam in het Magyar Muzeum Iparmuveszeti van architect Odon Lechner en Gyula Partos. Beeld Getty

Hongarije heeft een schat aan onbekende Jugendstil-gebouwen, en die staan niet alleen in hoofdstad Boedapest. Correspondent Runa Hellinga kiest de mooiste exemplaren. 

Gaudí, is het eerste wat bij veel mensen op­komt als ze de Postspaarbank in Boedapest zien. De Catalaanse architect had weliswaar niets met het ontwerp te maken, maar de met mozaïeken versierde gevel en het kleurrijke dak vol vreemde wezens doen inderdaad aan zijn werk denken.

Bij de bouw vonden veel Boedapesters al die dakversieringen maar onzin, vooral omdat je er van beneden nauwelijks iets van zag. Maar architect Ödön Lechner meende dat de vogels zo ook wat te bekijken hadden.

Lechner geldt als belangrijkste ver­tegenwoordiger van de szecesszió, secessie, Hongarije’s variant op de rond de vorige eeuwwisseling zo populaire art nouveau. De overeenkomsten met Gaudí zijn niet helemaal toevallig. Net als de Catalaanse modernisten liet Lechner zich inspireren door de nationale volkscultuur.

Zijn ontwerpen hadden enorme invloed op tijdgenoten en behalve Boedapest wilden veel provinciesteden graag hun prestige verhogen met wat toen buitengewoon moderne architectuur was. Overal op het Hongaarse platteland vind je dan ook architectonische pareltjes waar zelden iemand langskomt.

Ingang van Museum voor Toegepaste Kunst in Boedapest. Beeld Roger Viollet

Boedapest

Een rondreis langs de Hongaarse secessie begint logischerwijs in Boedapest. Overal in de stad staan schitterende gebouwen, zoals de Liszt Ferenc Muziekacademie, het Museum voor Toegepaste Kunst en de orthodoxe synagoge. Maar wie een snel overzicht wil, kan het beste naar het Szabadság tér gaan, een autovrije oase op een steenworp afstand van het parlement, met plantsoenen, bomen, talloze standbeelden, een fontein en een plezierig café in het midden. Daar, op en rond misschien wel het mooiste plein van de stad, staan een paar van de fraaiste secessiepanden, waaronder die kleurrijke Postspaarbank.

Dat gebouw zelf staat in een zijstraat, maar vanaf het plein kun je het Gaudi-achtige dak het beste bewonderen. Voor veel mensen blijft het daarbij, maar het is de moeite waard de hoek om te lopen.

Pas van dichtbij zie je de details, zoals nijvere bijen die langs de muur op weg zijn naar gele bijenkorven op het dak. Ze symboliseren de oorspronkelijke functie van het pand als eerste spaarbank voor het gewone volk. Nu zit de ‘schatkist van de staat’ in het pand en tijdens kantooruren is de opmerke­­lijke entreehal vrij toegankelijk. Binnen vind je een kleine expositie over Lechner. Tegenover het gebouw staat een markthal met op de eerste verdieping tal van eettentjes.

Exterieur van het Geologie Instituut in Boedapest. Beeld Roger Viollet

Even verderop, in de Honvéd utca, laat het Bedö ház zien hoe veelzijdig de secessie was. De familie die het pand liet bouwen had een zwak voor art nouveau. De gevel is versierd met bloemen van keramiek, het koffiehuis op de bega­ne grond is in dezelfde trant ingericht.

Wie in stijl wil overnachten, en echt veel geld heeft, verblijft in het Gresham Palace Four Seasons Hotel, het duurste hotel van de stad. Maar ook voor normale stervelingen die alleen maar het art nouveau smeedijzer en mozaïek in de hal willen bewonderen, zwaait de portier de deur gedienstig open. Vergeet vooral niet de gevel goed te bekijken.

Kecskemét

Een uur rijden van Boedapest ligt Kecskemét, een voormalige marktstad die zichzelf graag presenteert als hoofdstad van de secessie. Misschien wat overdreven, maar het wemelt er van de secessiegebouwen. Samen met een aantal kerken staan ze vrijwel allemaal op of rond het Kossuth tér, het hoofdplein van de stad. Het stadhuis, een mengsel tussen art nouveau en namaakmiddeleeuws, laat goed zien hoe rijk deze stad destijds was. Als de mogelijkheid zich voordoet om de raadszaal te bezichtigen, vooral doen!

Het Cifrapaleis aan de andere kant van het plein werd niet ontworpen door Lechner, maar in de slingerende stenen randen en Gaudí-achtige schoorstenen herken je zijn invloed duidelijk. De gevel is geïnspireerd op kleurige folkloristische bloemmotieven. Er zit een museum in en de fraaie Pauwenzaal binnenin is een goede reden voor een bezoekje.

Zo lichtvoetig als het Cifrapaleis oogt, zo zwaarwichtig is het gereformeerde gymnasium even verderop. De motieven op de gevel zijn geïnspireerd op Transsylvaanse boerenkunst en zo gestileerd dat ze haast aan vroege art deco doen denken.

Szeged Beeld Runa Hellinga

Szeged

Voor een bloeiend nachtleven moet je niet echt in Kecskemét zijn, dus voor het vallen van de avond kun je beter afzakken naar het Zuid-Hongaarse Szeged, een levendige studentenstad met veel leuke cafeetjes en restaurants. Behalve om fraaie gebouwen staat Szeged bekend om zijn vissoep. Verwacht geen bouillabaise, de soep wordt gemaakt met karper en paprikapoeder en heeft een geheel eigen smaak. Tussen liefhebben en verafschuwen zit erg weinig ruimte.

Szeged heeft tientallen secessiegebouwen, maar enkele, zoals het Gróf-palota en het Ungar Mayerhuis, springen er echt uit. Pronkstuk is het Reok-palota, met een buitengevel versierd met lila viooltjes. Het roept associaties op met een Frans boudoir. Ook de recent gerenoveerde synagoge staat te boek als secessie. Op de glas-in-loodramen na valt daar overigens over te twisten, maar het gebouw is desondanks absoluut de moeite van een bezoek waard.

Wie toch in Szeged is, moet een dagje langer blijven en een retourtje naar het Servische Subotica nemen. Tot honderd jaar geleden was dat ook zo’n welvarende Hongaarse provinciestad en dat zie je zodra je het station uitkomt. Dan loop je recht aan tegen het huis dat architect Ferenc Raichle voor zichzelf bouwde. Het imposante stadhuis verraadt dezelfde grootsteedse ambities als in Kecskemét en is een bezoek waard, net als de geheel in secessie gebouwde synagoge.

Pécs Beeld Runa Hellinga

Pécs

De secessie is eigenlijk ondenk­baar zonder Pécs, of beter, zonder de Zsolnay-keramiek­fabriek in die stad. Het bedrijf gold in de negentiende eeuw als koploper op het gebied van kera­mische innovatie. Zsolnay’s pyro­graniet weerstaat een eeuw later nog steeds de koude Hon­gaarse winters en hete zomers. Van zulke klimatologische uit­dagingen had Gaudí geen last, maar zonder pyrograniet waren Lechners kleurrijke daken en bonte mozaïeken ondenkbaar geweest.

Het fabrieksterrein, inclusief de villa van de directeur, werd in 2010 helemaal opgeknapt. Diverse tentoonstellingen geven een beeld van de veelzijdigheid van het bedrijf. Maar ook in de binnenstad van Pécs is veel Zsolnay-fraais te bewonderen, waaronder een fontein en de prachtige klok in de hal van het stadhuis.

Wie in stijl wil slapen, kan terecht bij het Palatinushotel. Veel betaalbaarder dan het Greshampaleis in Boedapest, en met Zsolnay-keramiek in de hal. Maar ja, er staat geen portier die de deur voor je opent. 

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken, met reistips. U vindt ze op trouw.nl/reizen of op deze kaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden