BoekrecensieSylvia Plath - Mary Ventura en het negende koninkrijk

De ‘nieuwe’ Sylvia Plath laat zien hoe de schrijfster met vorm experimenteerde

Sylvia Plath.Beeld Bettmann/CORBIS

Een ‘nieuw’ verhaal van Sylvia Plath werd door de bezorger ervan - en ex-echtgenoot - Ted Hughes destijds niet goed genoeg gevonden. Nu is opgenomen in een nieuwe bundel van de jong overleden literaire grootheid. 

Het is moeilijk, vind ik, werk van iemand die door zelfdoding om het leven kwam los te zien van dat tragische autobiografische gegeven. Dat geldt zeker voor Sylvia Plath. Ze was dertig toen ze een einde aan haar leven maakte. Pas na haar dood zou ze uitgroeien tot het literaire icoon dat ze nu is. In veel van haar teksten is een expliciete rol weggelegd voor de (zelfverkozen) dood.

Veruit de meeste Plath-publicaties (ook de wat mij betreft indrukwekkendste, haar dichtbundel ‘Ariel’) verschenen postuum. Alleen ‘The Colossus’ (ook poëzie) en haar debuutroman ‘De glazen stolp’ kwamen tijdens haar leven uit. Bewonderaars kunnen tegenwoordig een hele Plath-bibliotheek inrichten: verhalen, dagboeken, brieven, zelfs haar pentekeningen vonden hun weg naar de drukker. Begin dit jaar werd aangekondigd dat daar een nieuwe titel aan kan worden toegevoegd: er was een ‘nieuw’ verhaal van Plath ontdekt. ‘Mary Ventura en het negende koninkrijk’ (1952) verscheen deze herfst ook in het Nederlands, als een soort ‘toegift’ bij René Kurpershoeks nieuwe vertaling van ‘De glazen stolp’.

Plath was twintig toen ze het verhaal schreef. Na een halfjaar in een psychiatrische instelling te hebben doorgebracht (de periode die model stond voor ‘De glazen stolp’) had ze net haar studie weer opgepakt. ‘Mary Ventura’ was een schoolopdracht. Dat het verhaal ‘ontdekt’ zou zijn is wat stevig uitgedrukt, want het heeft al die jaren keurig gedocumenteerd in een universiteitsarchief gelegen, waar het kon worden ingezien door studenten en academici – wat ook geregeld gebeurde. Het was alleen nog nooit gepubliceerd.

‘Johnny Panic’

Dat geldt voor meer van Plaths proza. In 1977 stelde haar voormalige echtgenoot Ted Hughes ‘Johnny Panic en de droombijbel’ samen. Veel prozawerk, waaronder ‘Mary Ventura’ dus, viel buiten de boot. Hughes vond het niet goed genoeg.

Wat de bundel wel haalde is grofweg op te delen in twee categorieën. Enerzijds verhalen die sterk verwant zijn aan Plaths poëzie. Ze verbeelden subjectieve ervaringen en hebben een duister-claustrofobische, surrealistische sfeer. Het sterke titelverhaal bijvoorbeeld gaat over een vrouw die – net als Plath zelf geruime tijd – werkzaam is als receptioniste op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Stiekem houdt ze bij wat de patiënten vertellen over hun dromen. In al die dromen blijkt een hoofdrol te zijn weggelegd voor ‘Johnny Panic’, een personificatie van de angst, die zowel door de dromers als door haarzelf als een christusfiguur wordt vereerd. Naarmate het verhaal vordert ontstaat twijfel over de betrouwbaarheid van de vertelster: is zij werkelijk de receptioniste die ze zegt te zijn, of is ze zelf patiënt?

Ook ‘Mary Ventura’, een allegorie, past in dit rijtje. Het is een van Plaths vroegste verhalen, wat wel een beetje te merken is: beschrijvingen zijn nog wat onbeholpen (tranen zijn ‘nat’, koffie een ‘dampende bruine vloeistof’) en ook de symboliek wordt vaak wel erg vet aangezet. De kleur rood (alarm: narigheid!) komt op amper 20 pagina’s maar liefst 22 keer voor.

Mary trekt aan de noodrem

Het plot: Mary Ventura wordt door haar ouders op een trein gezet, richting het door vrieskou en bosbranden geteisterde ‘negende koninkrijk’. Onderweg leert ze een vrouw kennen – ‘bruine’ jas, ‘bladgroen’ breiwerkje – die fungeert als symbool voor ‘de creatieve krachten van de aarde’, aldus Plath in een eigen introductie op het verhaal. De vrouw spoort Mary aan haar lot in eigen handen te nemen en Mary trekt aan de noodrem. Zo slaagt ze erin de trein te ontvluchten (‘ze was vrij’), waarna ze via een guur trappetje terechtkomt in een prachtig, zonovergoten park.

Muurschildering Sylvia Plath in het Engelse Hebden Bridge waar Plath begraven ligtBeeld Hollandse Hoogte / Herman Wouters

In verschillende media werd ‘Mary Ventura’ getypeerd als een optimistische vertelling. Dat verbaasde me een beetje. De treinreis waartoe het hoofdpersonage door haar ouders veroordeeld wordt lijkt me een vrij evidente metafoor voor het leven. Als Mary, die in tegenstelling tot de andere passagiers nogal bezig is met de eindbestemming van haar reis, door ‘Moeder Aarde’ wordt aangemoedigd de noodrem te gebruiken, kan die actie in mijn optiek dan ook weinig anders symboliseren dan de zelfverkozen dood. De ultieme vorm van zelfbeschikking weliswaar, maar om het nu ‘optimistisch’ te noemen...

(Leuk detail: Plaths moeder, een typiste, tikte de tekst voor haar dochter uit, waarbij ze een Freudiaans aandoend typfoutje maakte. Waar in het origineel ‘flower garden’ stond – een verwijzing naar een paradijselijk oord – vergat Aurelia Plath de letter ‘f’. Aurelia’s versie moet als bron hebben gediend voor de Nederlandse vertaling, want René Kurpershoek spreekt over ‘het benedenpark’.)

‘Mary Ventura’ geeft wel een interessant inkijkje in de manier waarop Plath als beginnend schrijfster met vorm experimenteerde en zocht naar een eigen literaire stem. Haar inspiratiebronnen (ze had net Dantes ‘De goddelijke komedie’ gelezen, en Kafka’s verzamelde werk) zijn moeilijk te missen.

Plath zag haar proza als het ‘eigenlijke’ werk

De andere categorie van verhalen zou je (misschien wat oneerbiedig) als ‘situatieschetsen’ kunnen typeren. Hier lijkt Plath het symbolische en het subjectieve juist rigoureus te verwerpen. Haar beschrijvingen zijn klinisch. Registrerend. Als een bioloog brengt ze haar onderwerpen terug tot hun objectief waarneembare eigenschappen: bekleding van de bank, haarkleur, oogkleur, kleding, motiefjes op het behang. Zouteloze oefeningen in precies kijken zijn het, gespeend van emotie of interpretatie. Hughes: ‘Wat ze voornamelijk wilde in haar verhalen was de aanwezigheid van de objectieve wereld.’

Plath mag dan met name hebben uitgeblonken als dichter, zelf zag ze het schrijven van verhalen als ‘het eigenlijke werk’. ‘Voor mij,’ schreef ze, ‘is poëzie een ontduiking van het schrijven van proza.’ In ‘Een vergelijking’ (ook dit essay is opgenomen in ‘Johnny Panic en de droombijbel’) betreurt ze dat het haar nog nooit is gelukt om in een gedicht over iets simpels als een tandenborstel te schrijven, omdat zo’n voorwerp dan – louter door de literaire vorm – te veel wil gaan betekenen. Beelden in poëzie zijn haar ‘te trots’, zegt ze, te weerbarstig. Ze dringen zich op met ‘een manische beslistheid’. Proza daarentegen leent zich voor het onnadrukkelijke, het terloopse, het rommelige – een gemoedelijker focus, die haar voorkeur heeft.

Zowel in deze verhalen als in haar pentekeningen krijgt de spreekwoordelijke tandenborstel ruim baan. Zo natuurgetrouw mogelijk legde ze doodgewone spullen – een paar schoenen, een theepot, een paraplu – vast in zwarte inkt. Misschien dat de verbetenheid waarmee ze zich vastklampte aan het concrete, het stoffelijke, voor haar een manier was om zich te wapenen tegen haar door angsten en wanen geteisterde geest – om ‘Johnny Panic’ op afstand te houden. Helaas heeft het de getalenteerde schrijfster er niet van kunnen weerhouden om op 11 februari 1963 te kiezen voor de noodrem.

Sylvia Plath
De glazen stolp
Vert. René Kurpershoek. De Bezige Bij; 306 blz. € € 22,99

Sylvia Plath
Johnny Panic and the Bible of Dreams
 Faber and Faber; 352 blz. € 11,99

Lees ook:

Literaire groupies in Devon

Als echte groupie van dichteres Sylvia Plath moest Jann Ruyters een keer naar Devon. Om zichzelf aldaar glurend over een muur grafzerken terug te vinden.

Explosieve brieven Sylvia Plath

In op een veiling opgedoken brieven van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath aan haar psychiater, beschuldigt de dichteres haar man Ted Hughes, een Britse dichter, ervan haar geslagen te hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden