null Beeld

RecensieWildevrouw

De nieuwe Olyslaegers: ‘Game of Thrones’ in 16de eeuws Antwerpen

Olyslaegers overdondert je in Wildevrouw met zijn robuuste taal en laat humor in de duisternis weerklinken.

‘De maand augustus is weer begonnen. Tijdens die maand, nu tien jaar geleden, in het jaar onzes Heren 1567, ben ik gevlucht uit Antwerpen, samen met de wildevrouw en haar kind. Tijdens de vlucht werd mij de wildevrouw ontnomen. Ik heb haar bloederig lijk moeten begraven terwijl haar kind huilde en ik mezelf zo vervloekt heb geacht dat ik ter plekke wilde sterven aan dat graf tussen de duinen, niet ver van een vissershut.’ Hier spreekt herbergier Beer, in een lange biecht tot God. De wildevrouw is niet de eerste die hij aan de aarde heeft toevertrouwd. Drie vrouwen stierven in het kraambed, twee verlieten de wereld met een voldragen baby in hun buik, de derde liet een zoon achter, een kind behaard als een dier. Vervloekt is Beer, met al die vrouwen die maar blijven spoken in zijn leven. ‘En het was niet gedaan. Er kwam nog een beproeving, een waardoor ik alles heb moeten achterlaten.’

Vier jaar geleden verscheen Wil, Jeroen Olyslaegers’ met vijf literaire prijzen bekroonde roman over de morele tweestrijd van een Antwerpse collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Protagonist Wilfried Wils was wat Olyslaegers ‘een tweezak’ noemt: een held én een lafaard, niemand gaat immers compromisloos door het leven, niemand is zuiver op de graat. Wil was een grandioze verkenning van goed en kwaad, in Wildevrouw spelen dezelfde thema’s een rol.

Schuinsmarcheerders, hoeren en narren

Olyslaegers is dieper in de geschiedenis van Antwerpen gedoken, centraal staat de zestiende eeuw, waarin een volksopstand tegen de Spaanse koning Filips II tot een bloederige revolutie leidt. Beer (ook een tweezak) bevindt zich in het hart van de misère, met zijn herberg vol intellectueel gekonkel en zatlapperij, vol schuinsmarcheerders, hoeren en narren. Pieter Bruegel schildert er op de muur, een blinde bestiert de keuken en in een achterkamer zijn een wildevrouw en haar kind opgesloten, als beesten worden zij tentoongesteld aan betalend publiek. Antwerpen staat aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog. Er worden flinke handelssuccessen geboekt, het is een van de grootste steden van de Renaissance.

Jeroen Olyslaegers  Beeld  Stephan Vanfleteren
Jeroen OlyslaegersBeeld Stephan Vanfleteren

Maar tijdens een onbarmhartige winter sluipt de waanzin de stad binnen. De kleine ijstijd legt de havenactiviteiten stil, er is honger en een gebrek aan turf, men durft niet meer zonder dolk de straat op en er zijn – uiteraard –profiteurs. De gemeenschap – ooit een eenheid – versplintert, de val van Antwerpen is dan nabij. ‘Tijdens de allerlaatste dagen van dat lange seizoen kwam er nog nauwelijks rook uit de schoorstenen, maar in het hart van velen brandde de hoop op gerechtigheid en op wraak.’

De heersers van de stad proberen het opkomende verzet van het volk te beteugelen met een wreed optreden. Twee jongens worden ter dood veroordeeld voor een gewelddadige beroving. Vastgebonden op een rad worden hun botten met hamerslagen gebroken, waarna de vermorzelde ledematen door de spaken van het rad gevlochten worden. De beul neemt er de tijd voor. Het publiek, normaal wel in voor een publieke terechtstelling, vervalt in afgrijzen. Het is een misselijkmakende scène, Olyslaegers is geen schrijver die veel aan de verbeelding overlaat. Hij overdondert, pakt groots uit en combineert op fenomenale wijze literair vakmanschap met een indrukwekkende kennis van feiten. Zijn verhaal heeft vaart, laat humor in de duisternis weerklinken, zijn zinnen zijn robuust, rauw en hebben een zuigende werking. Je ruikt de aangekoekte stront in de straten zowat. Meesterlijk is dat.

Een zinderende roman waarin koppen rollen

“Ik hoop dat jonge mensen de zestiende eeuw ontdekken”, zei de Vlaamse schrijver in een interview. Zijn zinderende roman is in ieder geval een wel heel smakelijke geschiedenisles. De kleine ijstijd, de Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk, de Spaanse Furie; Wildevrouw is niet minder spannend en entertainend dan bijvoorbeeld ‘Game of Thrones’, er rollen overigens ook niet minder koppen.

Beer valt uiteindelijk ten prooi aan een verraad waar hij zelf deel aan heeft gehad en ontvlucht de stad. Hij vestigt zich in Amsterdam met de dochter van de wildevrouw, begint er een herberg in de Warmoesstraat, en sombert zich beneveld door de dagen heen. Veilig is hij er voor de Spaanse huurlingen, die hun uitzinnige woede op Antwerpen richten nadat ze er berooid zijn achtergelaten door hun koning. Het wordt een slachtpartij die drie dagen en drie nachten duurt. ‘En toen werd het stil. Geen huilen, geen roepen, niks. Stiller dan dat is een stad nooit geweest. Zelfs de zwarte vogels die neerstreken om zich tegoed te doen aan de lijken maakten geen geluid.’

Een decennium later vraagt Beer zich af wat er gebeurt wanneer alle gruwel waarheid wordt. Het blijkt een vraag die van alle tijden is.

null Beeld -
Beeld -

Jeroen Olyslaegers
Wildevrouw
De Bezige Bij; 480 blz. € 26,99

Lees ook:

Mooiste zin van het jaar gaat over pilaarbijters en lijkbidders

De mooiste zin uit de Nederlandse literatuur van het afgelopen jaar is geschreven door Jeroen Olyslaegers.

Lees ook:

Dichter dekt zich in

Olyslaegers schetst Antwerpse collaboratie via leven en lijden van lafhartige ‘tweezak’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden