Interview

De New York Philharmonic is blij met nieuwe orkestleider Jaap van Zweden: 'Hij is een echte leider'

Het openingsgala van het de New York Philharmonic, met de nieuwe chef-dirigent Jaap van Zweden. Beeld Chris Lee / New York Philharmonic

In 1987 nam violist Jaap van Zweden voor het eerst schutterig een dirigeerstokje in zijn handen. Het onopmerkelijke begin van een dirigentencarrière. Drie decennia later begint Van Zweden, die door critici hier veeleisend wordt genoemd, als chef-dirigent van de New York Philharmonic. ‘Ik ben grootvader geworden, dan treedt de mildheid binnen.’

“Dat was behoorlijk rampzalig”, luidde het commentaar van Leonard Bernstein. De beroemde Amerikaanse maestro wilde in 1987 tijdens een repetitie met het Concertgebouworkest in de zaal gaan luisteren hoe Mahlers Eerste symfonie daar klonk, en vroeg concertmeester Jaap van Zweden de baton tijdelijk over te nemen. Die had nog nooit zo’n ding in zijn handen gehad. Maar ondanks Bernsteins vernietigende commentaar op dat ‘dirigeerdebuut’ zag hij iets in Van Zwedens gestuntel. Hij moest er maar eens serieus over nadenken, over dat dirigeren. Het zaadje was geplant. Drie decennia later, afgelopen donderdag, werd Van Zweden geïnstalleerd als chef-dirigent van de New York Philharmonic, Bernsteins oude orkest.

Op de feestelijke gala-avond zou Bernstein, mocht hij nog geleefd hebben, waarschijnlijk hartelijk hebben gelachen om zijn uitspraak. Want wat Van Zweden hier aan dirigeerkunst liet zien was allesbehalve rampzalig. Het orkest at uit zijn handen, vooral in het slotstuk, Stravinsky’s ‘Le sacre du printemps’. Echt muziek voor Van Zweden en dit virtuoze orkest. De uit graniet gehamerde ritmes kwamen massaal aan en de musici gingen soepel mee in de verraderlijke tempo-overgangen. Mooi dat Van Zweden zijn kruit niet te vroeg verschoot, waardoor de echte climaxen donderend hun effect sorteerden. Logisch dat de zaal vol prominenten, onder wie opvallend veel BN’ers, joelend uit zijn dak ging. Even verderop downtown kleurde het Empire State Building vlammend rood, de kleur van het orkest, als teken dat Van Zweden gearriveerd was.

Met de wereldpremière van Ashley Fure’s ‘Filament’ had Van Zweden toen al een waar statement gemaakt. Hij noemt het zelf liever een verrijking, maar dit is wat hij wil – goede, nieuwe muziek presenteren. Met een heus lichtplan, zangers met megafoons en instrumentalisten verspreid door de zaal, had dit stuk bestaande uit louter futuristische klankvelden wel iets weg van de betere stukken van Stockhausen. Het was gedurfd en theatraal, maar New York reageerde opgetogen. Daarna begeleidde Van Zweden de Rus Daniil Trifonov in Ravels Pianoconcert in G. Tovenaar Trifonov nam even de schijnwerper van Van Zweden over met zijn onnavolgbaar goede spel.

Inauguratie

Even later zette orkestdirecteur Deborah Borda Van Zweden weer in het felle licht als ze vertelt hoe blij ze is dat hij in het 177-jarige bestaan van het orkest de 26ste chef-dirigent is. Ze hebben hem een mooie facsimile gegeven van de partituur van Beethovens Vijfde symfonie, zoals die gebruikt is door dirigent Ureli Corelli Hill bij het allereerste concert van het orkest in 1842. Het is het enige, officiële gedeelte van de avond. Het dure diner na afloop in de foyers is voor genodigden en voor hen die er flink voor betaald hebben

Een dag eerder laat Van Zweden zijn kantoor zien. Partituren op zijn geordende bureau, potloden, gummen, en de dikke biografie van Harvey Sachs over Arturo Toscanini, een van Van Zwedens roemruchte voorgangers in New York. Een bladwijzer geeft aan dat hij al ongeveer halverwege is, ondanks de drukte. Het is deze dagen een komen en gaan van journalisten en televisieploegen. Van Zweden voelt zich vereerd met alle aandacht voor zijn inauguratie, zegt hij, en is vooral verbaasd dat de Nederlandse pers zo prominent aanwezig is om dit historische moment te verslaan.

Dat moet heel anders gevoeld hebben toen u als zestienjarige violist in New York kwam studeren? “En of!”, reageert Van Zweden en staat op om naar het raam van zijn kantoor te lopen. “Kom kijken!” Hij wijst op een raam in het gebouw aan de overkant van de 65ste straat. Het is de kamer van de Juilliard School of Music waar hij destijds vioolles kreeg. “Ik voelde me daar nogal eenzaam. Ik sprak heel slecht Engels, moest me op de eerste dag daar laten registreren, maar wist amper wat ‘to register’ betekende.”

Met dat Engels zit het inmiddels wel goed, net als met dat dirigeren. Getwijfeld heeft Van Zweden nooit sinds hij zijn viool in 1997 aan de wilgen hing. “Ik ben gaan dirigeren zonder ook maar één plan de campagne te hebben. Ik ben gewoon iets gaan doen waar ik echt van hield en daarbij paste geen twijfel. Aan succes ben ik overigens nooit verslaafd geweest, maar aan het gevoel dat je als dirigent ‘powerful’ kunt zijn wel. Dat is overigens iets heel anders dan een machtsgevoel.”

Charisma

Over dat charisma van Van Zweden, zijn natuurlijke gevoel voor leiderschap, spreekt Deborah Borda twee verdiepingen hoger in het gebouw. De geboren en getogen New Yorkse was zeventien jaar lang directeur van het Los Angeles Philharmonic Orchestra en hervormde dat orkest tot een van de succesvolste en avontuurlijkste in Amerika. “Ik ben voor Jaap teruggekomen naar New York”, bekent ze. “Hij vloog speciaal naar Los Angeles om met me te dineren. Hij verleidde mij op een intellectuele manier, nam me bij de arm en vroeg: ‘Wat moeten we doen om jou terug te lokken?’ In mijn hoofd had ik toen al ja gezegd. Dat charisma van Jaap is heel bijzonder, al kan ik niet precies uitleggen hoe het werkt. Maar hij is een echte leider, iemand die op een ongelofelijke manier kan inspireren.”

Van Zweden herinnert zich dat bezoek aan Borda ook nog heel goed. “Iedereen hier was ervan overtuigd dat het me nooit zou lukken. Zoiets moet je tegen mij nooit zeggen, want dan ga ik er des te harder voor. Waarom ik Deborah Borda wilde hebben? Zij is een vrouw met een onberispelijk gevoel voor het bepalen van richting. Ze heeft een feilloze neus voor de juiste beslissing op het juiste moment. En Borda brengt in haar slipstream een heel bekwaam team van medewerkers mee. Ik weet gewoon dat we samen een sterk team vormen. Sommige critici in New York zien mij niet zitten, maar dat deert mij niet, dat mag. Ik vind het belangrijker om te weten dat Deborah, en de musici van dit orkest graag met me werken. Ja, ik ken het citaat van een van die journalisten die me karakteriseerde als ‘intens en veeleisend’. Ik herken me daar wel in ja. Maar ik ben de afgelopen jaren grootvader geworden, en dan treedt de mildheid binnen.”

Samen met Borda stelde Van Zweden een eerste seizoen samen dat er niet om liegt. Er ligt een grote nadruk op hedendaagse muziek, een gedeelde interesse van directeur en dirigent. Borda benadrukt dat ze in New York niet haar pionierswerk in Los Angeles wil kopiëren. “Dat zou niet kunnen. We proberen te doen wat goed is voor dit orkest in deze stad. Vergeet niet dat de New York Philharmonic in de VS echt een merknaam is, zoiets als Coca Cola. We zetten groot in op innovatie en op hedendaagse muziek. Ambitieus? Vast, maar met de kaartverkoop voor dit seizoen gaat het al heel goed. Ik denk dat mensen van ons verwachten dat we hen een weg laten zien, een weg die van muziek uit het verleden leidt naar de muziek van nu. Ik vind het schitterend dat de eerste noten van Jaaps inaugurele concert van een 36-jarige Amerikaanse vrouw afkomstig zijn.”

In dat ambitieuze eerste seizoen figureert ook de Nederlandse componist Louis Andriessen. Van Zweden bestelde bij hem het orkestwerk ‘Agamemnon’. Had u niet liever met het werk van landgenoot Andriessen geopend? “Nee, de volgorde speelde voor mijn niet zo’n rol. Ik zie het meer als een openingsevenement van drie weken, waarbij het werk van Louis op 4 oktober voor het eerst zal klinken. Toen ik bij Louis kwam met deze opdracht moest hij wel even nadenken. Maar belangrijk is hoe je een vraag stelt, dat helpt.” Heeft u zijn stuk al gezien? De ogen van Van Zweden lichten fel op. “Ja, dat heb ik. Het is waanzinnig, net als de andere drie nieuwe werken. Volgende week verbind ik de Achtste symfonie van Bruckner met ‘Everything Must Go’ van Conrad Tao. Ik vroeg Tao om voor precies dezelfde orkestbezetting te schrijven als Bruckner voor zijn Achtste nodig had. Ik wil Tao zonder las, zonder applaus over laten gaan in Bruckner. Ik probeer daar mee te laten horen dat elke componist voortkomt uit componisten vóór hem.”

Een echte New Yorker

De New York Philharmonic had zomaar New Amsterdam Philharmonic kunnen heten, als Peter Stuyvesant de kolonie Nieuw Nederland in 1664 niet had overgedaan aan de Engelsen. Die veranderden de naam van de belangrijkste vestiging in die kolonie van Nieuw Amsterdam in New York. Dat nu een Amsterdamse maestro de leiding neemt over het orkest in het voormalige New Amsterdam is meer dan een leuke bijkomstigheid.

“Amsterdammers en New Yorkers vinden vaak dat ze boven alles en iedereen uitsteken”, zegt Van Zweden. “En in Amsterdam kun je nooit een Amsterdammer worden als je er niet geboren bent. Ze herkennen je meteen aan je tongval, net als New Yorkers het ook meteen horen als je niet uit New York komt.” Borda beweert dat je niet per se in New York geboren hoeft te zijn om een echte New Yorker te worden. “Als je maar aantoont dat je een hart hier ligt, dat je van de stad houdt. Amsterdam en New Amsterdam zijn gebouwd op handelsgeest en tolerantie. En goede handelsgeest leidt tot goede tolerantie.”

Willem Mengelberg, Van Zwedens verre voorganger, combineerde ooit chefschappen in Amsterdam en New York. Ziet Van Zweden misschien een parallel opdoemen nu de positie van chef-dirigent bij het Concertgebouworkest door het ontslag van Daniele Gatti plots vacant is gekomen? “Natuurlijk zou ik dat ambiëren als de kans zich zou voordoen. Er is geen één dirigent die ‘nee’ zou zeggen tegen het Concertgebouworkest. Ik zou wel gek zijn.”

Terug naar de feestelijke concertavond. Van Zweden en het orkest geven een toegift. Het is Wagners ‘Walkürenritt’. Niet iedereen herkent het ritme onmiddellijk, maar als de hoorns het bekende galopmotief laten schallen, pareren ze dat in de zaal door ongegeneerd door de muziek heen te joelen. Jaap en de New Yorkers – dat wordt wel wat.

De CV van dirigent Jaap van Zweden (Amsterdam, 1960)

1995 eerste optredens als dirigent
1996-2000 chef-dirigent Orkest van het Oosten
2000-2005 chef-dirigent Residentie Orkest
2005-2011 chef-dirigent Radio Filharmonisch Orkest
2008-2010 chef-dirigent deFilharmonie Antwerpen
2008-2018 chef-dirigent Dallas Symphony Orchestra
2011 in Amerika uitverkozen tot Conductor of the Year
2012-2019 chef-dirigent Hong Kong Philharmonic Orchestra
2018- chef-dirigent New York Philharmonic

Beroemde voorgangers van Van Zweden in New York

Gustav Mahler 1909-1911
Willem Mengelberg 1922-1930
Arturo Toscanini 1928-1936
Bruno Walter 1947-1949
Leopold Stokowski 1949-1950
Leonard Bernstein 1958-1969
Pierre Boulez 1971-1977
Zubin Mehta 1978-1991
Kurt Masur (1991-2002)
Lorin Maazel (2002-2009)

Lees ook:

Jaap van Zweden: 'De bok is als het leven zelf'

Vlak na zijn benoeming tot chef-dirigent in New York, sprak Peter van der Lint in 2016 met Jaap van Zweden over zijn carrière, partituren en eenzaamheid. 'Muziek kan een ongelofelijke partner zijn.'

New York gaat het met Jaap anders aanpakken

Jaap, Jaap, Jaap, Jaap, Jaap en nog eens Jaap. In het promotiemateriaal voor het nieuwe seizoen van The New York Philharmonic kun je niet om de naam Jaap heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden