De nazi's verpakten hun fascistische boodschap in vooruitstrevend design

De meisjes van Bund Deutscher Mädel dansen op een partijcongres. Beeld Hugo Jaeger, Time & Life Pictures / Getty Images

Over vormgeving uit het tijdvak 1933-1945 wordt gezwegen. Uit piëteit. Maar Timo de Rijk van het Design Museum Den Bosch wil laten zien hoe professioneel en modern de nazi’s vormgeving inzetten voor de verspreiding van hun ideologie.

Doe het niet. Laat deze verderfelijke periode rusten. Dat soort reacties krijgt directeur Timo de Rijk (1963) van het Design Museum Den Bosch op wat de meest beladen tentoonstelling van 2019 belooft te worden. Met een groot overzicht wil De Rijk laten zien hoe de nazi’s in de periode 1933-1945 op een breed front design hebben ingezet voor de verspreiding van hun ideologie. Hoewel de expositie over nazi-design pas in september opent, is er nu al de nodige beroering over ontstaan. 

Niet alleen de kleine anti-fascistische organisatie AFVN vindt dat de tentoonstelling niet mag doorgaan. Ook vanuit de museumwereld en zijn eigen museum krijgt De Rijk – naast positieve reacties – dringende verzoeken om zich niet te wagen aan zo’n delicate kwestie. Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) heeft hem gewaarschuwd voor de ‘valkuilen’, zegt directeur Hanna Luden. “De tentoonstelling gaat over hoe de nazi’s het volk manipuleerden met hun propagandafilms en reclameposters, over het imponeren met hun architectuur en moderne autosnelwegen. Dat kan ook omslaan in verheerlijking en bewondering in de zin van: wat waren dat geniale ontwerpen. Timo de Rijk is bij ons geweest om te praten over de tentoonstelling. Wij hebben gezegd: Als je het doet, doe het dan goed. Maak ook duidelijk tot welke vreselijke dingen deze propaganda heeft geleid. En trek een link naar het heden. Ook nu zijn er regimes die gebruikmaken van design om de massa mee te krijgen.”

Luden gaat de expositie wel bekijken, zegt ze, ‘ook al voel ik in al mijn ingewanden weerstand’. 

Beeld Design Museum Den Bosch

Timo de Rijk heeft er begrip voor dat een tentoonstelling over nazi-design weerstand oproept. Daarom is hij op eigen initiatief gaan praten met organisaties als het Cidi en het Niod, Instituut voor oorlogs-, Holocaust- en genocidestudies over de aanpak van dit gevoelige onderwerp. Ook reisde hij meerdere keren naar Duitsland voor overleg met een onderzoeksinstituut op het gebied van nazi-kunst en bezoeken aan archieven en depots die vol liggen met nazi-propaganda. 

Waarom wilt u, ondanks de kritiek en weerstand, deze tentoonstelling toch doorzetten?

“Voordat ik ruim twee jaar geleden directeur werd van het Design Museum, was ik hoogleraar designgeschiedenis aan de TU Delft en Universiteit Leiden. In mijn colleges heb ik altijd aandacht besteed aan de jaren dertig en veertig, hoewel die periode volstrekt ontbreekt in de overzichtsboeken over design. Als historicus vind ik het vreemd om na Bauhaus (een vernieuwende kunst- en ontwerpschool in Duitsland tussen 1919 en 1933 die onder invloed van de nazi’s moest sluiten, red.) meteen over te springen naar de naoorlogse stromingen. De tussenliggende jaren zijn decennialang feitelijk doodgezwegen, uit piëteit met de slachtoffers van de nazi’s. Ook musea hebben die periode overgeslagen. Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam heeft zo’n honderd buismeubelen in de collectie, maar helemaal niets uit de naziperiode.

“Het verwerkingsproces heeft ook tijd nodig gehad, daar heb ik alle begrip voor. Maar 75 jaar na de oorlog mogen we niet meer met een boog om die perverse periode heen lopen. Als historicus wil ik begrijpen wat er toen is gebeurd en dat ook uitleggen aan het publiek, zonder iets goed te praten of te verheerlijken.”

Samen met gastcurator Almar Seinen bent u in Duitsland op zoek gegaan naar documentatie en voorwerpen voor de tentoonstelling. Hoe reageerden de Duitsers? 

“Ze zijn blij met deze tentoonstelling, het eerste complete overzicht over de toegepaste kunst van het Derde Rijk. We hebben heel veel bruiklenen gekregen uit het Duits Historisch Museum in Berlijn en het Stadsmuseum München. Maar ze willen geen partner zijn in deze tentoonstelling. Ook zal die niet in Duitsland zijn te zien.”

Waarom niet? 

“De Duitsers vinden dat ze niet zelf op die periode kunnen terugkijken, omdat ze het toch nooit goed doen. Als ze er te veel aandacht aan besteden, is het verheerlijking van het nazitijdperk. Bij te weinig aandacht krijgen ze de kritiek dat ze dingen wegstoppen. Een ander land kan daar gemakkelijker in opereren. Ze waarderen het dat er nu voor het eerst uitgebreid aandacht is voor design dat ingezet is voor perverse doeleinden, maar dat kunsthistorisch ook van groot belang is geweest.”

Hoe dan?

“Het heeft een ongelooflijk stempel gedrukt op onze ideeën na de oorlog over wat goed design is, vooral in negatieve zin. Nederlandse ontwerpers werden in de jaren vijftig en zestig al gauw voor fascist uitgemaakt als ze iets classicistisch hadden gemaakt of hun ontwerp te pompeus werd gevonden. De vormgeving van na de oorlog en alles wat erna komt kun je niet begrijpen zonder kennis te hebben van de periode die eraan voorafging. Daarom mogen we het nazitijdperk niet doodzwijgen.” 

Wat wordt de opzet van de tentoonstelling? 

“Thematisch en documentair. Het wordt zeker geen experience tentoonstelling waar bezoekers die tijd herbeleven met Duitse liederen en toespraken op massabijeenkomsten. Daar willen we ver vandaan blijven. Er valt hier niets te beleven, alleen maar te begrijpen.

Beeld Getty Images

“Maar het wordt ook geen belerende expositie. We willen puur informatief laten zien hoe alles werd vormgegeven om een nieuwe cultuur te vestigen in Duitsland. Wie of wat daar niet in paste, moest dood of weg. Alles wat in opdracht van de nazi’s is gemaakt moest die ideologie uitdragen. Of het nu om reclameposters ging, architectuur, kunst, film, fotografie of de aanleg van de Autobahn en het ontwerpen van een auto voor het volk, de Volkswagen Kever. Het is bijna niet te begrijpen en ook fascinerend – dat bedoel ik niet in positieve zin – hoe Hitler en zijn propagandaminister Goebbels een heel volk daarin hebben meegekregen. Het mechanisme van de verleiding willen we laten zien.”

Kunt u daar voorbeelden van geven?

“Toen Goebbels merkte dat keiharde antisemitische films niet werkten, liet hij verleidelijke familiefilms maken. Maar de schurken en misdadigers in die films waren wel altijd Joden. De affiches uit die tijd lijken op coca cola-reclames met vrolijke jonge mensen op de voorgrond, maar wel met een hakenkruis op de achtergrond. Ze werden ontworpen door Ludwig Hohlwein die in Amerika een succesvol reclamebureau had, maar terugkeerde om voor Hitler te werken.

“Het hakenkruis zelf en de herkomst ervan belichten we ook op de tentoonstelling. Dat ligt heel gevoelig, dat begrijp ik. Maar directeur Frank van Vree van het Niod zei tegen me: ‘Van het kijken naar een hakenkruis word je geen nazi’. Er komt ook een Volkswagen Kever te staan in het museum. De meubels van Hitler uit de Rijkskanselarij in Berlijn waar hij kantoor hield, hadden we ook willen laten zien. Maar die waren te groot voor onze zalen.”

Bent u onder de indruk geraakt van de duivelse verleidingstactieken van de nazi’s?

“Ik bewonder die absoluut niet, maar ik erken wel het moderne en professionele karakter ervan. De culturele agenda van de nazi’s, architectuur, stadsplanning, de moderne radio’s die werden gemaakt en alleen af te stemmen waren op Duitse zenders... Het is haast niet te bevatten, maar werkelijk alles, tot de lucifersdoosjes toe, stond in het teken van de nazi-ideologie. Met de rillingen over de rug kijk je ernaar en vraag je je af hoe dit heeft kunnen gebeuren.”

Deze tentoonstelling zal toch de nodige vragen oproepen. Komen er extra activiteiten en rondleidingen?

“Alles op deze tentoonstelling zal anders zijn. Dat begint al met mijn toespraak bij de opening. Ik kan de bezoekers natuurlijk niet toewensen dat ze met veel plezier gaan kijken. Ook komen er in de museumwinkel geen souvenirs in de vorm van replica’s. We verkopen ook geen posters en ansichtkaarten, waarschijnlijk alleen boeken.

“We organiseren wel een uitgebreid programma met lezingen en workshops en lespakketten voor scholieren. Samen met de de Vrije Universiteit in Amsterdam bereiden we een wetenschappelijke bijeenkomst voor over de designgeschiedenis van totalitaire staten.”

Wanneer is deze tentoonstelling voor u geslaagd? 

“Mijn stelling is dat de vormgeving uit de periode 1933-1945 in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het succes van Hitler en de verspreiding van de nazi-ideologie. Dat wil ik duidelijk maken met deze expositie in de hoop dat bezoekers deze zwarte periode in de geschiedenis daardoor beter begrijpen.

“Ik vind het mijn plicht om te laten zien dat design en kunst niet altijd maar mooi zijn en verheffen, maar ook met een perverse bedoeling kunnen worden gemaakt. Mijn eigen kinderen, ik heb jonge tieners, heb ik kunnen uitleggen waarom ik dit doe. Ze snappen dat hun papa Hitler niet wil vereren, maar wil laten zien hoe hij een heel volk heeft weten te verleiden om zich achter zijn perverse ideeën te scharen.”

Lees ook:

Heidi Benneckenstein vertelt hoe ze als kind gehersenspoeld werd als neo-nazi

Schrijfster Heidi Benneckenstein schetst onthutsend beeld van rechtsextremistische elite.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden