Review

DE MYTHE ROND MARSHALLOp de thee met een Mariakaakje bij Drees

Frank Inklaar: Van Amerika geleerd. Marshall-hulp en kennisimport in Nederland. Sdu, Den Haag; 300 blz. - ¿ 39,90. Pien van der Hoeven: Hoed af voor Marshall. Bert Bakker, Amsterdam; 136 blz. - ¿ 29,90. Ed Cray: General of the Army. George C. Marshall, Soldier and Statesman. Norton & Co, New York; 847 blz. - ¿ 67,90.

In historisch perspectief is het zeer gerechtvaardigd dat juist Nederland een actieve bijdrage levert aan de viering van de vijftigste verjaardag van het Marshall-plan. En ook dat Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie aangrijpt om president Clinton te inviteren voor een plechtige 'Marshall-herdenking' op 28 mei in de Ridderzaal. Van de Europese landen ontving Nederland in 1947 namelijk het hoogste bedrag per hoofd van de bevolking: 109 dollar.

Nu de viering van het Marshall-plan dichterbij komt, wordt de vraag des te dringender of, en in welke mate, de Marshall-hulp werkelijk heeft bijgedragen tot het Nederlandse economische herstel. 'Hoed af voor Marshall' van Pien van der Hoeven en 'Van Amerika geleerd' van Frank Inklaar illustreren de verschillende wijzen waarop het Marshall-plan kan worden bezien.

Terwijl Van der Hoeven benadrukt dat de Marshall-hulp vooral een economische impuls was voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf - de grote ondernemingen hadden minder moeite met herstel -, constateert Inklaar dat het economische herstel van Europa zich al had ingezet voordat de leningen en schenkingen het Europese continent bereikten.

Toch is het niet verwonderlijk dat het Marshall-plan in ons geheugen staat gegrift als een gigantische reddingsoperatie van verloederd Nederland. De herinnering wordt grotendeels gekleurd door de sociaal-economische situatie in 1947, toen de eerste levensbehoeften nog streng op rantsoen waren.

Restaurants mochten buiten de hoofdschotel geen vlees verstrekken, gebakken aardappelen waren van de menukaart geschrapt. Bioscopen en schouwburgen bleven vanwege het grote kolentekort verstoken van brandstof en met speciale toestemming van kerk en vakbond werden mijnwerkers opgeroepen om vrijwillig op zondag te werken.

De minister van landbouw, Sicco Mansholt, kon weliswaar in elk radiointerview betrapt worden op de opmerking “dat alleen met Amerikaanse hulp een catastrofe in Nederland afgewend kon worden”, de minister van economische zaken, J. M. R. van den Brink, constateerde al in 1948 tevreden dat “de Nederlandse economie met volle zeilen de periode van de Marshall-hulp binnenvoer”.

Dat het Marshall-plan als een succesvolle reddingspoging van de Nederlandse economie geldt, komt ook door de mythevorming omtrent de wijze waarop de Amerikaanse vertegenwoordigers besloten Nederland een hoog bedrag aan schenkingen en leningen toe te kennen. Vaak wordt dan smakelijk gerefereerd aan de anekdotes van Ernst van der Beugel, destijds assistent van regeringscommissaris Hirschfield. Als gelegenheidschauffeur reed Van der Beugel de Amerikaanse onderhandelaars Paul Hoffman en Averell Harriman naar het huis van premier Willem Drees aan de Haagse Beeklaan.

Aanvankelijk zouden de Amerikanen een dag eerder komen, maar in Rome hadden zij in de onderhandelingen met de Italiaanse vertegenwoordigers zo'n vertraging opgelopen dat zij besloten Nederland op zondag aan te doen. Drees vond het best, zij het dat de Amerikanen dan wel naar zijn huis dienden te komen. Van der Beugel vond het maar niets. Visioenen van het geschatte onthaal - mevrouw Drees met breimand en een blad thee en Mariakaakjes voor de potkachel en de premier aan een tafel bedekt met een bruin kleed met fantasieloze motieven - en de mogelijke gevolgen spookten hem door het hoofd. Hoe zou de gefortuneerde Harriman reageren op zo'n onversneden Hollandse idylle?

Vijftig jaar na dato geeft Van der Beugel toe dat zijn bezorgdheid geheel ongegrond was. “Ik zat in zo'n ouderwetse dienstauto, met een wand tussen de voor- en achterbank. Maar het luikje stond open en het eerste wat ik Harriman hoorde zeggen was: Aan een land waarvan de minister-president zo woont en leeft is ons geld goed besteed!”

Dat aan het Marshall-plan hoofdzakelijk een directe economische betekenis is toegeschreven, hangt ook samen met de zichtbare gevolgen van de hulp. Met veel fanfare werden de eerste schepen met hulpgoederen in Rotterdam binnengehaald. De zichtbare hulp gaf de burger het vertrouwen dat er aan de toekomst gewerkt werd.

Met de Marshall-hulp kreeg het denken over rationele bedrijfsvoering en efficiency vaste voet in Nederland. Op verhelderende wijze toont Inklaar aan dat studiereizen van Nederlandse ondernemers naar Amerika en het door Amerikanen ontwikkelde beleid om de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen, structurele gevolgen hadden voor de snelheid waarmee onze economie zich in de jaren vijftig ontwikkelde.

Terwijl 'Hoed af voor Marshall' als een geslaagd gedenkboek kan gelden, en 'Van Amerika Geleerd' als een succesvolle studie over de sociaal-economische betekenis van het Marshall-plan, is het opvallend dat de auteurs relatief weinig aandacht hebben voor wat Marshall bewoog om het economische steunprogramma aan Europa zo vurig voor het Amerikaanse congres te verdedigen.

De auteurs verklaren de Amerikaanse economische hulp uit altruïsme, economische eigenbelang, dan wel een behoefte het ideologische vacuüm in Europa te vullen, maar ze negeren volgens mij te veel de persoon van Marshall zelf. In 'General of the Army. George C. Marshall, Soldier and Statesman' constateert Ed Cray dat Marshall ervan overtuigd was dat alleen samenwerking soelaas aan Europa kon bieden.

Opvallend genoeg was Marshall eigenlijk de laatste van wie een West-Europees hulpplan verwacht werd. In tegenstelling tot zijn collega's op buitenlandse zaken bleef hij geruime tijd na 1945 hopen dat de Verenigde Staten met Stalin tot een vergelijk konden komen. Kritische biografen hebben ook wel opgemerkt dat George Kennan en Charles Bohlen, Trumans topadviseurs op buitenlands gebied, eigenlijk de geestelijke vaders van het 'European Recovery Plan' waren.

Wie zo oordeelt, doet Marshall tekort. Terecht merkt Cray op dat Marshall het steunprogramma voor West-Europa zo vurig kon verdedigen omdat hij ervan overtuigd was dat de Europese integratie erdoor bespoedigd zou worden. Het is frappant hoe vaak Marshall in zijn brieven aan Truman aan het beginnende proces van Europese eenwording refereert en historisch begrip toont voor de gebrekkigheid van deze samenwerking.

Dat de generaal in het openbaar niet al te veel kritiek uitte op de ongecoördineerde wijze waarop de Europeanen hun herstel- en samenwerkingsplannen ontwikkelden, hing ook samen met zijn persoonlijkheid. Hij had een afkeer van optredens in het openbaar, was wars van overdreven uiterlijkheden. Als minister behield hij een zekere nederigheid. Toen hij het ministerie van defensie leidde, reisde hij altijd in burgerkleding en nam dan liftende militairen mee, “om te horen wat er onder de jongens leeft”. Onder druk liet hij zich op 5 juni 1947 een eredoctoraat uitreiken aan de universiteit van Harvard. Hij gebruikte de plechtigheid om het grootscheepse hulpprogramma voor Europa aan te kondigen.

In historische perspectief lijkt het zeer legitiem dat Nederland als voorzitter van de Europese Unie gestalte geeft aan de viering van vijftig jaar Marshall-plan. Trumans minister van defensie stond immers aan het prille begin van het proces van Europese eenwording.

Het is echter de vraag of de plechtigheid van 28 mei recht doet aan Marshall zelf. Marshall heeft de opdeling van Europa meer dan eens als een onvermijdelijke, maar ook als een onacceptabele ontwikkeling gekarakteriseerd. Tegen deze achtergrond kan alleen de afkondiging van een grootscheeps Europees hulpprogramma voor Oost-Europa aan de geest van Marshall recht doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden