InterviewAltin Gün

De muzikale goudmijn van Altin Gün: Turkse folk, Japanse synthesizer en een snufje Doe Maar

De Amsterdamse band Altin Gün, met links Jasper Verhulst.  Beeld Janetta Verheij
De Amsterdamse band Altin Gün, met links Jasper Verhulst.Beeld Janetta Verheij

De Turks-Nederlandse band Altin Gün steekt traditionele Turkse songs in een moderne jas en heeft daarmee internationaal succes. Oprichter Jasper Verhulst: ‘Ook al versta ik zelf geen Turks, ik voel ’m wel.’

2020 zou hét jaar worden van Altin Gün. De Turks-Nederlandse folkband was met hun tweede plaat Gece genomineerd voor een Grammy Award in de categorie ‘Best World Music’. Ook kregen ze een uitnodiging voor grote festivals als Coachella in Amerika en Fuji Rock in Japan.

Het plan was om na een succesvol Coachella-optreden in Californië te blijven, een idyllisch huis te huren in Malibu en daar aan een derde plaat te schrijven. Muziek componeren, flaneren langs de stranden van Los Angeles; de zeskoppige band zag het al helemaal voor zich. Maar toen kwam de coronacrisis en … ja, de rest weet u wel.

Op hun nieuwe lockdownplaat Yol (weg of pad in het Turks), klinkt Altin Gün elektronischer dan ooit. Ja, ze zingen Turkse traditionele songs die ze in een zeer moderne en eclectische jas steken. Maar ook nummers uit de Anatolische folk­muziek, van mond tot mond over­gebracht door troubadours. Turkije is een goudmijn, met een eeuwenoude liedjestraditie die de bandleden nieuw leven inblazen. 

Maar ze laten zich ook beïnvloeden door muziek van over de hele wereld. Braziliaanse latin bijvoorbeeld. En dichterbij huis: Doe Maar. Tijd dus voor een rondje langs de belangrijkste inspiratiebronnen van Altin Gün (Turks voor Gouden Dag).

Turkije: het huil-zingen van Selda

Voor Jasper Verhulst, in 2016 oprichter van Altin Gün, begon de fascinatie voor Turkse psychedelische folkrock met de zangeres Selda Bağcan. In platenzaak Concerto in Amsterdam zag hij een aanbeveling van een heruitgave van het debuut Selda. “Dat was voor mij de eerste keer dat ik die Turkse traditionele folk hoorde in combinatie met psychedelische funk en rock uit de jaren zeventig. Selda heeft een hele indrukwekkende stem, ze zingt best wel over de top, alsof ze huilt, maar op een krachtige, stoere manier. Niet zeurderig of zo. En de productie is ook gewoon smaakvol. Met analoge synths en fuzzgitaren. Dat in com­binatie met traditionele nummers die ik niet kende; ik vond het een ­hele unieke luisterervaring.”

Daarna was Verhulst niet meer te houden met Turkse muziek. Op toer in Istanbul jaren geleden nog als bassist van de Nederlandse zanger Jacco Gardner kocht hij veel elpees en ­singletjes in Turkse tweedehands platenzaken. Denk aan de Turkse ­Jimi Hendrix: Erkin Koray. Of een van de grootste rockhelden van het land: Baris Manço.

Brazilië: opzwepend, blij en jazzy

“Dit project, deze band, is ontstaan doordat ik zo’n vinyljunkie ben”, zegt Verhulst. “Ik ben best wel verslaafd aan platen kopen, nieuwe muziek ontdekken. Niet alleen Turkse muziek. Ik houd ook van Franse en Italiaanse synthpop. Of Indonesische en Thaise muziek. Ik denk dat mede daardoor onze sound heel eclectisch is. Overal pik je dan wel wat van op. Onze nieuwe plaat kent ook nummers die een Braziliaanse feel hebben, een beetje latin. Brazi­liaanse muziek kent een heel aparte combinatie van stijlen. Het heeft iets jazzies, het is heel ritmisch, opzwepend, maar ook heel melodieus. Daar luisteren we veel naar en dat hoor je ook wel terug op bijvoorbeeld Yekte – die groove en het tempo. Een beetje zoals A Gira (1973) van Trio Ternura, dat is een culthitje dat veel dj’s draaien, echt zo’n blij Braziliaans zomernummer.”

Japan: kitscherige synthesizer

De Omnichord is geen artiest, maar een instrument, ontwikkeld in Japan in de jaren tachtig. Een kleine synthesizer met allerlei knoppen die een harpachtige, haast kitscherige klankkleur geeft. Het instrument speelt een belangrijke rol op het nieuwe album Yol. “Ook instrumenten kunnen zeer inspirerend werken en je tot nieuwe inzichten brengen.”

Dat de plaat zo elektronisch is gevoed, denk aan de synthesizerpop van Talking Heads, is voor een deel overmacht, vertelt Verhulst. “Door de lockdown, maart vorig jaar, hebben we elkaar drie maanden niet gezien. Ik had een Omnichord gekocht en die is heel belangrijk voor de sound van Yol geweest. Merve Dasdemir, de zangeres, heeft die van mij geleend en ze raakte er echt door geïnspireerd. Je drukt een knopje in, en meteen is dat een akkoord. En als je er dan met je vinger overheen gaat, krijgt het een harpachtig ­effect. Die beperking van de Omnichord gaf ons een mooie richting qua sound. 

“Zelf heb ik normaal een bas­gitaar in mijn handen in de oefenstudio. En dat is het. Nu zat ik ineens thuis met drumcomputers, samples, synthesizers, plug-ins en een gitaar om me heen. Ik kon van alles uitproberen. Achter een laptop kun je eindeloos kloten. En het is niet dat we bewust jarentachtignummers probeerden te maken, maar als je deze instrumenten gebruikt, haha, ja, dan klink je ook als de jaren tachtig.”

De emotie van het Turks

De Turkse bandleden (zangers Merve Dasdemir en Erdinc Ecevit) zijn opgegroeid met artiesten als Selda Bağcan, en niet per se met westerse rock. “Zo heeft Merve veel naar Asik Veysel geluisterd. En Erdinc veel naar Neset Ertas. Neset begeleidt zichzelf op de baglama, het Turkse snaarinstrument, ook wel de saz. Wij spelen zijn nummers en teksten. Zijn nummers zijn net als andere Turkse traditionals moeilijk te vertalen. Als je dat letterlijk doet, komt er iets raars uit, maar voor Turkse mensen zijn de teksten heel poëtisch en diepzinnig. Ik spreek zelf geen Turks, ik heb blijkbaar niet echt een talenknobbel, er blijft niet veel hangen. Maar de klanken van de woorden zijn ook belangrijk, hoe ze rijmen, het ritme van de tekst, hoe ze golven, zeg maar. Ook al versta ik het niet, ik voel ’m wel. Het gaat mij bij mij om de emotie die het geheel opwekt.”

De drums van Doe Maar

“Onze zanger Erdinc wilde graag ­Bulunur Mu opnemen, een nummer van Neset Ertas. Ik weet niet waarom, maar ik moest toen ineens denken aan Pa, een nummer uit 1983 van Doe Maar, en toen ontstond er een connectie. Haha, ik denk dat je daardoor nog vrij weinig van Ertas terughoort in onze versie. De drums uit Pa zijn een inspiratie geweest. En de koebellen en arpeggio’s op de synthesizer doen ook een beetje aan het patroontje denken, maar wat wij doen is wel veel sneller. Ik heb niet superveel met Doe Maar, net als ­iedere andere Nederlander hoor ik ze af en toe voorbijkomen. Maar Pa vind ik wel heel tof. Het roept een unieke sfeer op, hypnotiserend en opzwepend, maar is tegelijkertijd heel poppy.” 

Yol van Altin Gün verschijnt op vrijdag 26 februari.

Lees ook: 

Rats on Rafts zijn bovenal eigengereid en autonoom

De Rotterdamse band Rats on Rafts doet alles zelf. Schrijven, opnemen, produceren, ontwerpen. Ze brengen vrijdag hun derde postpunkalbum uit - minutieus gelaagd en gearrangeerd. ‘Een heftige zit van A tot Z.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden