Review

De moord op een stad

Waar veelvuldig de lof wordt gezongen van de welvaart die westerse industrieën in ontwikkelingslanden brengen, is het niet zo'n slecht idee eens terug te kijken naar de ramp in Bhopal. Het is twintig jaar geleden dat in deze Indiase stad een van de grootste industriële ongelukken van de 20ste eeuw gebeurde.

Hella Rottenberg

Uit een pesticidefabriek van Union Carbide ontsnapte op 3 december 1984 vlak na middernacht een gaswolk die een gifmengsel verspreidde. Duizenden mensen (het officiële cijfer is op 3800 gesteld, plaatselijke organisaties menen dat er minstens 8000 doden vielen) stierven een gruwelijke dood door verstikking, tienduizenden anderen werden ziek en voor altijd invalide.

Union Carbide ontmantelde de fabriek en vertrok uit India. Bhopal had het Amerikaanse bedrijf acht jaar eerder verwelkomd met blind vertrouwen in de veiligheid en heilzaamheid van de moderne techniek. De stad bleef achter met een schroothoop, een vervuild milieu, duizenden invaliden en doorwoekerende ziekten.

Dominique Lapierre en Javier Moro beschrijven hoe de fabriek zich in Bhopal vestigde, welke verwachtingen de komst van Union Carbide bij de Indiase bevolking en overheid wekte, hoe het kwam dat er nonchalance in de bedrijfsvoering sloop, en waarom die ten slotte wel moest leiden tot een catastrofe.

De pesticide die Union Carbide in 1957 uitvond, werd Sevin genoemd en moest het schadelijke DDT vervangen door een even effectief, maar mens-en milieuvriendelijker middel. Misschien was Sevin zelf relatief ongevaarlijk, maar het productieproces was het beslist niet. Het vergde uiterste precisie en controle, want een van de twee verbindingen waaruit Sevin werd samengesteld was methyl-isocyanaat, een stof die niet alleen zeer giftig is, maar ook gaat reageren bij de geringste temperatuursveranderingen.

Union Carbide had in India al commerciële ervaring. Het bedrijf verkocht er batterijen voor lantaarns. Marktverkenner Eduardo Munoz zag in het fijnmazige netwerk van Carbide-agenten in India de mogelijkheid om Sevin in de kleinste gehuchten aan de man te brengen. Op grond van degelijk onderzoek, berekende Munoz dat de Indiase boeren in het meest gunstige geval tweeduizend ton per jaar aan Sevin zouden gebruiken. Maar op het hoofdkantoor van Union Carbide in New York sloeg zijn nuchter realisme niet aan. De directie van de multinational was gaan dromen van de enorme winsten die deze markt beloofde: 300 miljoen boeren! Daar kon Union Carbide jaarlijks toch makkelijk vijfduizend ton Sevin afzetten!

Met het besluit om in Bhopal een Sevin fabriek met een veel te ruime capaciteit te bouwen, was de fatale fout – zo weten de auteurs overtuigend te schetsen – al gemaakt. Door de teleurstellende resultaten van de verkoop verloor de fabriek spoedig aan glans, de directie in New York ging bezuinigen op personeel, van de strikte veiligheidsnormen werd afgeweken en in de tanks lag een onverantwoorde voorraad van het giftige methyl-isocyanaat opgeslagen.

Achteraf, na de ramp, suggereerde Union Carbide dat niet het moederbedrijf schuld had, maar de Indiase vestiging met werknemers die een bedrijf met hypermoderne techniek en veiligheidsregels niet goed wisten te beheren. Aanvankelijk betichtte de multinational zelfs een Indiase werknemer van sabotage. Hij zou opzettelijk water hebben laten stromen in de tank met methyl-isocyanaat.

Maar sabotage kon niet worden aangetoond en uit de reconstructie van het ongeluk komt scherp naar voren dat de oorzaak in bezuinigingsmaatregelen en desinteresse van de Amerikaanse bedrijfsleiding gelegen was en niet in de al dan niet opzettelijke fout van een employé.

De auteurs wijzen 1983 aan als het jaar van de omslag. Niet minder dan de helft van de Indiase ingenieurs en technici, die veelal een uitstekende opleiding in eigen land en in de VS hadden genoten, nam ontslag. Het bedrijf stond vrijwel stil en aan onderhoud gebeurde steeds minder. Onder druk van de financiële eisen uit Amerika gaf de Indiase directeur opdracht de belangrijkste veiligheidssystemen buiten werking te stellen. In een fabriek die niet produceerde, zo redeneerde hij, waren die systemen overbodiggeworden. En zo werd een ongeluk in het chemische bedrijf, dat door Union Carbide was gepresenteerd als 'niet gevaarlijker dan een chocoladefabriek', onvermijdelijk.

Het boek heeft – naast de toegankelijk geschreven geschiedenis van de Sevin-fabriek in Bhopal, waarvoor de auteurs vrijwel alle hoofdrolspelers hebben opgezocht – een tweede verhaallijn. Die vertelt de aanloop tot de ramp en de catastrofe zelf door de ogen van de bewoners van de sloppenwijken rond de fabriek.

Hoofdpersoon is het meisje Padmini, dat haar trouwfeest viert op het moment dat de gifwolk neerdaalt. Padmini was met haar ouders en broertje naar de stad gestrokken, nadat insecten de oogst hadden vernietigd en het gezin geen bron van inkomsten meer had. Union Carbide kwam voor het gezin in dubbel opzicht als weldoener. De Amerikanen beloofden een effectief insectendodend middel te produceren én zij verschaften werk. De vader van Padmini krijgt een baantje in de Sevin-fabriek, maar komt weer op straat te staan als de fabriek inkrimpt, en wordt kruier op het station van Bhopal.

Lapierre schreef eerder een bestseller over de sloppenwijken van Calcutta en het is te merken dat hij zich verdiept heeft in het harde bestaan, de bonte variëteit van culturen en gebruiken en de sociale omgang van de armsten der armsten.

Door de uitgebreide schildering van het leven in de bustees rond de Union Carbide-fabriek krijgt de ramp een menselijk gezicht.Het gif doodt geen anonieme bewoners van lemen hutten, maar treft de vader van Padmini, de kleermaker Bassi en de schoenmaker Iqbal. Padmini zelf overleeft op het nippertje.

Het is een effectieve manier om een bestseller te schrijven. En dat is ook wat Lapierre en zijn coauteur voor ogen hadden: Bhopal weer in herinnering roepen van een groot publiek en met de opbrengst van het boek, dat al in meerdere talen is verschenen, de slachtoffers helpen. Heel sympathiek, maar naar mijn smaak willen de schrijvers het grote publiek zo graag aanspreken dat ze van hun hoofdpersonen bijna romanpersonages maken.

Door deze aanpak blijven kwesties die bij de vestiging van alle buitenlandse bedrijven in ontwikkelingslanden spelen, jammer genoeg onderbelicht. Welke plaatselijke wetten werden overtreden, wat werd door de vingers gezien, hoe ging dat in z'n werk? Hoe kwam het dat protesten door journalisten en vakbond tegen de veiligheidsrisico's die Union Carbide nam, genegeerd werden? Hoe zat het met juridische constructies, waarbij het moederbedrijf zich afschermde tegen schadeclaims? Waarom ging de Indiase regering zo makkelijk akkoord met een schikking voor de schadeclaims? Kortom, de vraag hoe de verantwoordelijkheden geregeld zijn als een sterke en rijke partij domicilie kiest in een arme en corrupte omgeving, die vraag komt te weinig aan de orde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden