‘Maestro’ wordt opgenomen in de Philharmonie in Haarlem.

Essay Klassieke muziek

De misleidende boodschap van ‘Maestro’: Dirigeren? Dat is een koud kunstje

‘Maestro’ wordt opgenomen in de Philharmonie in Haarlem. Beeld AVRO TROS

Zo’n twee miljoen liefhebbers genieten elke week van ‘Maestro’, waarin BN’ers een orkest dirigeren. Prima, maar met klassieke muziek heeft dit tv-programma niets te maken, vindt muziekredacteur Peter van der Lint. Hij betwijfelt ook of Maestro kijkers naar de concertzaal zal lokken: ‘Daar valt niets te lachen, gieren, brullen.’

‘Dames en heren, hier is…….!!’ Presentator Frits Sissing verheft elke keer op precies dezelfde manier zijn stemgeluid om de volgende kandidaat aan te kondigen. Waarna een naam in koeienletters volgt, in navenante decibellen. Hier staat een spreekstalmeester die in de piste de volgende circusact aankondigt. Bij zoveel opgeklopt enthousiasme verwacht je eerder de opkomst van een messenwerper, een vuurspuwer of een dompteur die zijn hoofd in de bek van een leeuw stopt. Maar nee, degene die onder luid applaus aantreedt, heeft slechts een minuscuul dirigeerstokje in zijn handen en een soort van partituur. Hij of zij geeft de concertmeester van het orkest een hand, stapt op de bok, legt de partituur op de lessenaar en heft de handen.

Zo’n twee miljoen liefhebbers kijken elke week naar ‘Maestro’ op NPO 1, het programma van Avrotros, waarin gesuggereerd wordt dat je in een week of acht dirigent kunt worden. Zondagavond is de finale te zien van het vijfde seizoen van deze afvalrace voor Bekende Nederlanders. Dan wordt onthuld wie zich de eigenaar mag noemen van de Gouden Baton. Bovendien mag de winnaar komende zomer – en dat is nieuw – bij de BankGiroLoterij Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw de beroemde trap afdalen om een compleet stuk te komen dirigeren. Daar zal de circusact ineens heel serieus worden.

 Een hulpeloos en hopeloos zwaaiende dirigent-in-spe

Maar in Maestro mag vooralsnog vooral gelachen worden. En gelachen wordt er, gebulderd zelfs, vooral tijdens de eerste afleveringen als het gestuntel niet van de lucht is. Het kolderieke van een hulpeloos en hopeloos zwaaiende dirigent-in-spe is een belangrijk element voor het programma. Het is net zo leuk als de scheve schaatsers in ‘De ijzersterkste’ (ook Avrotros) en de instortende pavlova-taarten in ‘Heel Holland bakt’ (Max). Heerlijk toch om de grote ogen te zien van een orkestmusicus die geen brood kan bakken van het gezwaai van een dolgedraaide, zich suf tellende kandidaat? En om een heel orkest uit de rails te horen denderen? Grappig ook als de slag van een kandidaat steeds trager en trager wordt, waardoor de zanger die naast hem staat in ademnood rood aanloopt.

Twee miljoen kijkers: dat zijn serieuze aantallen in televisieland. En in sommige commentaren wordt daaraan toegevoegd dat die miljoenen liefhebbers dus kijken naar een programma over klassieke muziek. Maar ho! Is dat wel zo? Als je naar de vaste ingrediënten kijkt, zou je inderdaad zomaar tot die conclusie kunnen komen. Want, we hebben een heus symfonieorkest, we zitten in een klassieke concertzaal en we horen de beoordeling van een vakjury die bestaat uit een ‘echte’ dirigent, een professionele violiste en een musicus die in het Concertgebouworkest de contrabassen aanvoert.

Maar het symfonieorkest (‘Ons onvolprezen Maestro-orkest’) dat elke week goedgehumeurd acte de présence geeft, is het Orkest van het Oosten. Dat is ten prooi gevallen aan bezuinigingen: het orkest is afgelopen september gefuseerd met Het Gelders Orkest. De Haarlemse concertzaal, waar Maestro wordt opgenomen, draagt na een grondige en dure verbouwing sinds 2005 de naam Philharmonie. Het was de thuishaven van Holland Symfonia (ook een fusie-orkest) totdat het werd wegbezuinigd. In die mooie Grote Zaal van de Philharmonie klinkt nu haast nooit meer klassieke muziek.

Actrice Monic Hendrickx is een van de finalisten. Beeld Michel Schnater

Dat zou je wrang kunnen noemen, cabaretier Micha Wertheim maakte zich er onlangs in elk geval kwaad over. Hij sneerde in de Volkskrant: ‘Gelukkig neemt de NPO haar maatschappelijke verantwoordelijkheid met programma’s als Maestro. Waarin hoogopgeleide musici gedwongen worden te gehoorzamen aan incompetente Nederlanders die bekend zijn van tv. Elke aflevering mogen acht BN’ers een orkest dirigeren dat bestaat uit door bezuinigingen lamgeslagen professionele musici. Officieel wil het programma mensen kennis laten maken met klassieke muziek. Officieus is het doel te laten zien dat talent en opleiding (…) ondergeschikt zijn aan bekendheid en incompetentie’.

Ook elders klinkt kritiek. Op sociale media verschijnt af en toe een vilein bericht van een ‘echte’ dirigent, die zelf een jarenlange, uiterst ingewikkelde opleiding heeft gevolgd en die zich in zijn vakmanschap aangetast voelt. Die stelt in zo’n bericht dan sarcastisch voor om een stel BN’ers een viool in handen te duwen, waarna ze daarop binnen acht weken een heel moeilijk stuk moeten kunnen spelen. Een ander stelt voor om bekende Nederlanders een scalpel te geven, waarmee ze een week of wat moeten oefenen voor een heuse openhartoperatie, die dan tijdens een finale live wordt uitgezonden. De steunbetuigingen op die berichten zijn opvallend heftig, en het zijn er veel. Al wegen die ‘tegenstanders’ natuurlijk nooit op tegen de twee miljoen enthousiastelingen.

Dirigenten geven geen openlijke kritiek

Wel opvallend is dat de benaderde Nederlandse dirigenten hun vingers niet willen branden aan openlijke kritiek op Maestro. Geen van hen wilde met zijn naam in de krant. Het klassieke wereldje is klein, en niemand wil de orkestmusici, die ze voor het merendeel goed kennen, beledigen. Of ze willen­­ de beide coaches en de drie leden van de vakjury – ook allemaal bekenden – niet voor het hoofd stoten. Een dirigent stelde terecht dat je natuurlijk niet hóeft te kijken en dat er een knop op de afstandsbediening zit. Bovendien genoot zijn partner wel heel erg van het programma, dus…. Overigens is het zo dat de Avrotros zich wel degelijk inzet voor klassieke muziek op radio en televisie. Al jaren zendt de omroep bijvoorbeeld alle concerten van het Concertgebouworkest live uit op NPO Radio 4. 

Maestro is een Brits format, en werd bedacht door de klassieke afdeling van de BBC. Het was daar voor het eerst te zien in september 2008. Er werd maar één seizoen geproduceerd. Ook in de Britse Maestro traden acht amateurs aan, maar in tegenstelling tot de BN’ers hadden die allemaal al een passie voor klassieke muziek. In mei 2008 gingen de acht op ‘baton camp’, waar ze week lang onderricht kregen. Iedere kandidaat had een eigen mentor. Gedurende de zomer werd stevig doorgewerkt, waarin de kandidaten leerden hoe ze met een orkest om moesten gaan. Dat kostte niet al te veel omdat de BBC over verschillende omroeporkesten kan beschikken. Daarin zit een wezenlijk verschil met de Nederlandse versie, waarin de kandidaten het (dure) orkest pas voor het eerst zien tijdens de tv-opname. Ze worden hier letterlijk voor de leeuwen gegooid.

In 2014, het jaar waarin Maestro hier voor het eerst werd uitgezonden, uitte schrijfster Anna Enquist al haar twijfels in Trouw: “Het achterliggende streven deugt, de bedoelingen van alle medewerkers zijn goed. Maestro is best vermakelijk om naar te kijken. Toch wringt er iets, bij mij althans. Wat gebeurt daar eigenlijk, op dat scherm? Wordt daar niet over een respectabel en ingewikkeld beroep gesuggereerd dat iedereen het wel kan? (…) Je krijgt de indruk dat iedereen die op ritmische wijze voldoende kittige armbewegingen en gevoelvolle gelaatsuitdrukkingen kan produceren een dirigent is. Het publiek wordt verleid zich te verkijken op een glinsterend oppervlak, vol glamour en spanning vanwege het wedstrijdelement”.

Enquist had het in haar ‘Ode aan de diepgang’ ook nog over de teloorgang van muziekonderwijs, het verdwijnen van de schone zaak van het geduld, en dat haast niemand meer directe bevrediging wil of kan uitstellen. De algehele teloorgang dus van bezigheden op de lange baan. Daar kun je aan toevoegen dat we tegenwoordig alles zelf wel kunnen­­, zonder opleiding: zingen, acteren­­, een boek uitgeven, films maken, recensies schrijven op een blog. Een doe-het-zelf-maestro past geheel in die trend.

Zanger Lucas Hamming is de andere finalist. Beeld Michel Schnater

Het ‘achterliggende streven’ waar Enquist het over had, is om een breed publiek met klassieke muziek kennis te laten maken. Maar de daadwerkelijke hoeveelheid klassieke muziek die in het programma tot klinken komt, is gering­­. De kandidaten krijgen ultrakorte stukken te dirigeren, vaak niet eens in hun originele vorm, maar gearrangeerd en teruggesnoeid. De gemiddelde compositie­­ in Maestro duurt ongeveer twee minuten. Het mag niet te lang duren­­, want bij te lang durende muziek zappen kijkers weg. Dat is bij populaire muziek al zo, blijkt uit onderzoek, laat staan bij klassieke. Bij een totaal­­ van acht kandidaten, het aantal waarmee de eerste show start, krijgen we dus nog geen twintig minuten muziek te horen. Dat is dus ruim minder dan de helft van de programmaduur. En dan zou je denken dat met het afvallen van kandidaten (elke week wordt er iemand­­ naar huis gestuurd) de hoeveelheid muziek proportioneel toeneemt. Nee dus.

En luisteren de kijkers dan heel geconcentreerd naar die twintig minuten muziek? Vooral in het begin van de reeks wordt er in de zaal keihard door de muziek heen gelachen als de boel weer eens ontspoort. En de coaches geven op een tweede scherm luidruchtig commentaar op de verrichtingen van hun pupillen, dwars door de muziek heen.

Verlaagt dit soort programma's drempels?

Je hoort vaak beweren dat dit soort programma’s drempels verlaagt. Dat mensen misschien eerder verleid worden om zo’n muziekstuk ook eens in de concertzaal te gaan beluisteren. Zou het? In een concertzaal valt niks te lachen, gieren, brullen. Orkesten vliegen maar heel zelden uit de bocht. Bovendien kijk je de hele tijd naar de saaie rug van de dirigent, wiens gezichtsuitdrukkingen ook niet uitvergroot te zien zijn op een videoscherm dat achter het orkest hangt.

Enfin. De finale van Maestro komt eraan. De halve finales hebben we achter de kiezen. Voorafgaand daaraan beweerde één van de leden van de vakjury dat de kandidaten inmiddels de techniek onder de knie hebben, en zich na een paar weken ook kunnen inleven in de getroebleerde gedachtewereld van om het even welke componist. Het kwam volgens hem nu aan op dat kleine beetje ‘extra’ waardoor een gewone maat-slaander een dirigent wordt die de kunst van de interpretatie verstaat. Koud kunstje.

De finale van Maestro wordt zondagavond uitgezonden door Avrotros op NPO 1, vanaf 20.25 uur.

Lees ook:

Seizoen 5 van ‘Maestro’ zit nog niet bepaald lekker in het ritme

TV-column - Is een afvalrace nou wel of niet spannender zonder gedoodverfde finalisten onder de kandidaten? ‘Maestro’ wordt er in ieder geval niet aantrekkelijker van: muzikaal gezien valt er nog weinig te genieten dit vijfde seizoen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden