Recensie

De mens als monster, het monster als mens

Otto Wächter en zijn familie na de oorlog in Oostenrijk

Jurist Philippe Sands schrijft thriller-achtige geschiedenis van Otto Wächter: echtgenoot, vader, nazi en oorlogsmisdadiger.

Zoveel verhaallijnen – dat kan nooit een goed boek opleveren. Zou je denken. ‘De rattenlijn’ gaat in de eerste plaats over het bewogen leven van een Oostenrijks nazi-kopstuk, Otto Wächter, die na de Tweede Wereldoorlog met hulp van een bisschop naar Latijns-Amerika hoopt te vluchten via een vaker gebruikte route: de rattenlijn.

Al op 22-jarige leeftijd lid geworden van de NSDAP, is Otto in 1934 betrokken bij de couppoging tegen de Oostenrijkse bondskanselier Dollfuss. Hij vlucht naar Berlijn, waar hij een baan krijgt op het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst. Na de Duits-Oostenrijkse Anschluss in 1938 keert hij eerst terug naar Wenen, tot zijn aanstelling in 1939 in het bezette Polen.

Tweede rode draad is het levensverhaal van Wächters vrouw Charlotte, die in dagboeken en brieven hun passie voor elkaar en voor de hoge nazikringen waartoe zij en haar man behoorden vastlegde. Derde hoofdrolspeler is hun zoon, Horst August Wächter. Horst (1939) is vernoemd naar Horst Wessel (de nazi-martelaar uit het Horst Wessellied) en zijn peetvader Arthur Seys-Inquart, later Rijkscommissaris van bezet Nederland.

Otto Wächter

Horst is, ondanks alle bewijzen van het tegendeel, ervan overtuigd dat zijn vader een goed mens was. Zijn moeder, overleden in 1985, heeft hem dat altijd verteld, en bovendien interpreteert moederskindje Horst het gebod ‘Eert uw vader en uw moeder’ als een gebod om zijn vader te verdedigen. Hij stelt het intieme bronnenmateriaal van zijn moeder ter beschikking van de Britse schrijver Philippe Sands die, zo hoopt Horst, de wereld zal bewijzen dat vader Otto deugde.

Behalve schrijver is Sands mensenrechtenadvocaat bij internationale gerechtshoven, laatstelijk voor het Internationaal Gerechtshof in de genocidezaak van Rohingya’s tegen de regering in Myanmar. Ook is Sands kleinkind van een Joodse vluchteling uit Lviv in het huidige Oekraïne – precies het werkterrein van Otto Wächter, die gouverneur was in het district Krakau en Lviv. Wächter en zijn kameraden hebben in de regio miljoenen doden op hun geweten, onder wie drie miljoen Joden.

Zo bezien lijkt Sands geen beste keuze als je je vader wilt laten schoonwassen van oorlogsmisdaden. Anderzijds: omdat Horst overtuigd is van papa’s onschuld, is Sands juist geknipt als getuige à décharge, want als hij het ook zegt... Beiden kunnen elkaar dus goed gebruiken, want Sands wil het verhaal van de Wächters graag schrijven, zij het om nogal andere motieven dan Horst. Dat wringt natuurlijk, en daarin zit al een deel van de spanning in dit boek.

 “Ik ben tegen de doodstraf. Behalve in het geval van mijn vader.”

Sands raakte in contact met Horst in de slipstream van zijn ‘Galicische wetten’ (2016). Dat zeer geprezen boek ging over Herscht Lauterpacht en Rafaël Lemkin, de respectievelijke bedenkers van de juridische termen ‘misdaden tegen de menselijkheid’ en ‘genocide’, en allebei inwoners van Lviv.

Voor dat boek onderhield Sands contact met een andere zoon van een nazi-kopstuk: Niklas Frank, wiens vader Hans Frank in 1946 in Neurenberg werd opgehangen als oorlogsmisdadiger. Frank sr. was gouverneur-generaal van het bezette Polen, en de directe superieur van Wächter sr. Om die reden had Wächter jr. ooit contact gezocht met Frank jr. Beide nazi-zoons voelden een soort band, al keken zij radicaal anders tegen hun vaders aan. “Ik ben tegen de doodstraf”, zegt Niklas Frank, “behalve in het geval van mijn vader.”

Sands volgt Franks advies om Wächter eens te ontmoeten: “Je zult hem wel mogen.” Hij treft de bejaarde in diens vervallen Oostenrijkse kasteel. Voorzichtig tasten ze elkaar af. “Ondanks alles mocht ik Horst wel, want hij was vriendelijk en open, en had ogenschijnlijk niets te verbergen. Hij was een zoon die de goede kanten van zijn vader wilde ontdekken.” Bij latere ontmoetingen krijgt Sands stukje bij beetje de memoires en briefwisseling tussen moeder Charlotte en vader Otto Wächter in handen.

Philippe Sands Beeld Antonio Zazueta Olmos

Detail voor detail dist Sands het verhaal op, waarbij je als lezer af en toe nolens volens een eind meevoelt met de Wächters, vooral met Charlotte. Lyrisch beschrijft de kunstminnende vrouw haar heerlijke skivakanties, bergwandelingen, concertbezoeken en brandende liefde voor Otto. Die betrapt ze wel enkele keren op affaires, maar zelf flirt ze er ook op los, onder anderen met haar mans superieur in Polen: de eerder genoemde Hans Frank. “Ik ben zo verliefd & verlang naar het moment dat ik hem eindelijk weer zie”, smacht ze. Maar Otto en Charlotte blijven tot het eind elkaars grote liefde, zo blijkt uit de duizenden pagina’s van Charlotte.

Niets is daarin te vinden over de ijzingwekkende context van hun liefde. Vol lof is Charlotte over de ‘menselijke’ leidinggevende capaciteiten van haar man – voor Horst hét bewijs van vaders onschuld. Uit bergen getuigenverklaringen, krantenknipsels, archiefstukken en rechtbankdossiers schildert Sands andere portretten. Zo betrekt Charlotte zonder wroeging huizen waarvan de eigenaars zijn gevlucht of afgevoerd naar een concentratiekamp, en decoreert ze haar woningen met topstukken uit het Poolse Nationale Museum in Krakau. Als ze haar rooftocht door de zalen begint, sust ze volgens een getuige ‘Wij zijn geen rovers’.

Misdadig systeem

Zoon Horst wil wel erkennen dat papa onderdeel was van een misdadig systeem. Zijn vaders decreet dat Joden gelastte de ster te dragen, zijn rol bij de oprichting van de getto’s, zijn bevel om vijftig Poolse gijzelaars te executeren: afschuwelijk – maar moeder heeft me altijd verzekerd dat vader dat alles met tegenzin deed, op last van anderen.

Met eenzelfde ongefundeerde verbetenheid wil Horst bewezen zien dat zijn vader, die zich na de oorlog schuilhield in een klooster nabij Rome, in 1949 werd vergiftigd, op last van de Amerikanen, of de Sovjets, of Joden – misschien dat Sands dat ook kan ophelderen. Ieder ander zou zijn geduld allang hebben verloren, maar Sands is geïntrigeerd. Hij raadpleegt archieven, forensische en spionage-experts, onder wie zijn eigen buurman John le Carré, en doet een ontdekking: bisschop Hudal, die Wächter en andere nazi’s hielp, was tevens informant van de Amerikanen.

Dat verhaal, waarvan ik de pointe niet verklap, is het sluitstuk van deze doorwrochte, thriller-achtige geschiedschrijving. Sands levert een verslag van binnenuit van de leefwereld van de nazi’s. Dat relaas confronteert ons niet alleen met het feit dat mensen in monsters kunnen veranderen. Maar ook, net zo verontrustend: dat zij onmiskenbaar mensen blijven. 

Philippe Sands
De rattenlijn. Leugens, liefde en gerechtigheid op het pad van een nazi-vluchteling
Vert. George Pape. Spectrum; 472 blz. € 27,99

Lees ook:

Hoe twee Joodse juristen genocide strafbaar maakten

Het internationale recht kent ‘genocide’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’. Sands legt de wortels van deze termen bloot

Hoe een blonde chassidische vrouw de nazi’s overleefde

De blonde Mala wordt uit het getto van Warschau in de armen van wrede Poolse boeren en liefhebbende nazi’s gejaagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden