Interview Geert Jan Jansen

De meestervervalser onthult zijn trucs: ‘Soms een beetje schoenpoets bij de vernis’

Meestervervalser Geert Jan Jansen tussen door hem gemaakte schilderijen ‘in de stijl van’ grote kunstenaars. Beeld Werry Crone

Als meestervervalser schokte Geert Jan Jansen de kunstwereld. Nu onthult hij in een theatervoorstelling zijn tactieken. Hoe maak je een nieuwe Rembrandt authentiek oud? ‘Een beetje schoenpoets door de vernis.’

Je wéét dat ze nep zijn. En toch is het opwindend om zoveel meesterwerken bij elkaar te zien: de staalmeesters van Rembrandt, zonnebloemen van Van Gogh, waterlelies van Monet, wolken van Magritte, een manshoge Mondriaan, nonchalant tegen een deurpost geparkeerd. Ze hangen in alle vertrekken, van keuken tot kelder, van kasteel Beverweerd in Werkhoven. Duizenden schilderijen, stuk voor stuk gemaakt door kasteelheer Geert Jan Jansen (76). De voormalige meestervervalser signeert ze met zijn eigen naam, met als toevoeging ‘in de stijl van…’.

Wat moet je ermee, als toeschouwer? Jansen schildert de grote kunstwerken niet precies na, maar voegt nieuwe werken aan het ­oeuvre van kunstenaars toe. “Dit Appeltje is helemaal een eigen bedenkseltje”, vertelt hij tijdens een rondleiding. Mag je zijn schilderijen goed vinden, ook al zijn ze niet authentiek? Hoe onecht zijn ze eigenlijk?

De aanleiding voor het kasteelbezoek is ‘True Copy’ van het Vlaamse theatergezelschap Berlin, morgen voor het eerst te zien in Nederland. De voorstelling draait om corruptie in de kunst, waarheid en leugen en de waarde van authenticiteit. En om ‘het interne radarwerk van een complexe man’: Geert Jan Jansen, ster van de show. De makers doken diep in zijn biografie: hoe kon het gebeuren dat hij met zijn vervalsingen de kunsthandel twintig jaar lang wist op te lichten?

In 1994 liep Jansen in Frankrijk tegen de lamp, hij zat een half jaar in de cel en stopte daarna met zijn illegale praktijken. Sinds 2004 huurt hij het slecht onderhouden, maar charmante Beverweerd, samen met zijn vriendin Ellen van Baren. Spijt heeft hij nooit gehad. “In zijn eentje heeft hij de hele internationale kunstwereld te kijk gezet. Het snobisme, de geldzucht en de hypocrisie ontmaskerd”, staat er op zijn website te lezen.

U krijgt volledig het podium in ‘True Copy’. Hoe vindt u dat?

Jansen praat in staccato, zegt geen woord te veel. Als hij iets grappig vindt, twinkelen zijn ogen. “Nou… ik vind het wel speciaal. Normaal gesproken maak je tijdens je leven niet mee dat er een avondvullend programma in de schouwburg wordt opgevoerd over je leven. Ik ben zeer vereerd.”

Oogst u met uw optreden ook kritiek? Sommige mensen zullen denken: moet hij nou óók nog deze egoshow?

“Er worden in de voorstelling veel vraagtekens geplaatst, bij alles eigenlijk, dus zo’n egoshow vind ik het niet. Maar er zullen wel mensen zijn die zeggen: moet die man wel zo’n ruimte krijgen. Daar lig ik niet wakker van, nee.”

De theatermakers van Berlin, Bart Baele en Yves Degryse, hebben zich helemaal in u verdiept. Heeft u iets nieuws over uzelf geleerd?

“ Ja…. Ja. Het zijn heel toegewijde, authentieke jongens, integer… Dankzij de voorstelling zie ik wel dat mijn leven een soort koorddansen is geweest, op het randje van de afgrond. Een klein foutje en je valt naar beneden.”

Uw leven als handelaar in valse meesterwerken was stressvol: is dat een nieuw inzicht?

“Ja. Ik was een keer in New York en had net een ‘Chagall’ verkocht. Met mijn cheque ging ik naar de bank en vlak nadat ik ’m had ingeleverd ging er een alarm af. Dat was helemaal niet voor mij, bleek achteraf, het was een storing in de elektriciteit. Maar het had natuurlijk kunnen gebeuren: dat je staat te wachten op je geld en dat er een hand op je rug wordt gelegd: komt u eens eventjes mee.

Beeld Werry Crone

“Ik kwam ook eens bij een vrouw, een expert in tekeningen van Picasso van na de Tweede Wereldoorlog. Zij zei: ‘Dit is geen tekening, dit is een litho’. Ik zei: ‘Kijk nou eens goed’, maar dat verdomde ze, ze zette geen bril op en pakte ook geen loep. Ik had een gummetje bij me en gumde een heel klein streepje weg. Toen heeft ze mijn tekening goedgekeurd. Voor zo iemand heb ik niet zoveel respect. Achteraf dacht ik: verdomme, zo loop ik wel risico, welke kunsthandelaar heeft er nou een gummetje in zijn zak.

“Ik heb ook vijf jaar op opsporing gestaan in Frankrijk. Op een avond reden we terug naar huis en toen miste ik een afslag. Toen ik terugreed, zag ik dat er bij die afslag een grote controle was van de gendarmes. Ik realiseer me nu dat ik vaak door het oog van de naald ben gekropen.

“Of ik die spanning leuk vond? Het werkt verslavend, ik heb echt wel even moeten afkicken.”

De voorstelling gaat ook over uw tactieken. Wat moet je kunnen als vervalser?

“Je moet in de eerste plaats zoveel mogelijk van een kunstenaar weten, boeken lezen, documentaires bekijken. Het is ook een kwestie van heel goed kijken en alsmaar proberen, proberen, de prullenbak zit vol tot je iets hebt wat je wel aan een expert durft te laten zien.

“En dan het verouderingsproces: dat is heel belangrijk. Een schilderij dat vijftig jaar geleden geschilderd moet zijn, dat moet er ook zo uitzien, ook aan de achterkant. Want dat is het eerste waar de expert naar kijkt.

“Verouderen is nog niet zo makkelijk. Daarvoor gebruikte ik wel doeken die ik op de rommelmarkt kocht, die schuurde ik een beetje af en daar deed ik dan mijn schilderij op. De zon werkt snel verouderend, je kunt een oventje pakken, het doek over de rand van de tafel heen en weer schuren, een hand stof erin gooien, stofzuigerzak, een beetje schoenpoets door de vernis. Zulk soort dingen.”

U heeft net een ‘Saskia’ geschilderd, in de stijl van Rembrandt. Gewoon op nieuw doek. Zijn er nog klanten die om een verouderd schilderij vragen? Omdat ze dat mooier vinden, of omdat het echter lijkt?

“Ja, maar dat is zoveel werk, ik wil mijn tijd liever aan iets anders besteden. Ik heb geen zin meer in zulk soort gedoe.”

U paste natuurlijk ook psychologische tactieken toe.

“Ja, dat komt er ook bij. Ik heb lang in Parijs geopereerd. In het begin maakte ik een offi­ciële afspraak bij zo’n expert, maar later deed ik het wat nonchalanter. Ik ging ’s middags ná de lunch – de timing is belangrijk – bij zo’n man langs en zei: ‘Wilt u hier eens naar kijken, of dit wat is?’ Zo’n man ging mij dan uitleggen dat het een heel belangrijke tekening van Matisse was en vroeg: ‘Hebt u al nagedacht over een minimumprijs?’ Dat vond ik iedere keer prachtig om te doen. En ik durfde ook te vragen: ‘Hoe kunt u nou zien dat het een echte Matisse is?’”

Authenticiteit is een belangrijk thema in ‘True Copy’ en in uw eigen leven. U maakt nog steeds veel schilderijen ‘in de stijl van’, maar daarnaast heeft u ook uw eigen stijl ontwikkeld. Waar beleeft u meer plezier aan?

“Aan mijn eigen werk. Dat is van mezelf, daar ben ik helemaal vrij in. Als ik een Picasso maak of een Matisse, ben ik toch gehouden aan de stijl, de penseelvoering, de manier van denken van een ander. Voor mezelf werk ik met acrylverf in een theepot, met de tuit kan ik sturen, brede en dunne lijnen maken. Het is een manier van verf opbrengen waar geen penseel bij te pas komt. Daarvan kan niemand zeggen dat het op Karel Appel lijkt. Het is mijn eigen vinding, niemand heeft het eerder gedaan. Dat vind ik wel heel leuk, ja.”

‘True Copy’ van Berlin en Het Zuidelijk Toneel is van 4 t/m 8 augustus te zien op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Geert Jansen schreef een boek over zijn leven: ‘Magenta; avonturen van een meestervervalser’.

Een grap? Mira Feticu kan er niet om lachen

Ze is nog altijd kwaad: schrijfster Mira Feticu, slachtoffer van een wel heel opmerkelijke publiciteitsstunt van theatergezelschap Berlin. Die werd wereldnieuws, zelfs The New York Times en The Washington Post schreven erover. ‘Nederlandse schrijfster dacht dat ze een Picasso had gevonden’, kopte de laatste.

Maar het was een soort grap. Negen maanden later kan Feticu er nog steeds niet om lachen. Haar boek over de kwestie, ‘Picasso’s keerzijde. De zoektocht naar een verloren kunstwerk’, verschijnt in oktober bij uitgeverij Querido.

Begin november 2018 viel er een anonieme brief op haar deurmat, geschreven in het Roemeens. De briefschrijver beweerde dat hij een verloren gewaande pasteltekening van Picasso, ‘Tête d’Arlequin’, had begraven onder een boom bij het Roemeense dorpje Greci. Het zou gaan om een tekening die in 2012 was gestolen uit de Rotterdamse Kunsthal.

Eerder schreef Feticu de roman ‘Tascha’, waarin zij de geruchtmakende Kunsthalroof reconstrueerde. Ze nam de brief serieus en vloog samen met schrijver Frank Westerman naar Roemenië. Daar vonden ze de Picasso in een plastic mapje, onder de bewuste boom. Even leek het erop dat ze een geweldige vondst hadden gedaan, al was er ook meteen twijfel over de echtheid van de tekening. Spoedig daarna maakte het Vlaamse theatergezelschap Berlin bekend dat het om een stunt ging voor ‘True Copy’, hun voorstelling over meestervervalser Geert Jan Jansen die op 28 november in Antwerpen in première ging.

“Deze grap heeft mij heel veel schade toegebracht”, zegt Feticu nu. “Ik vind het ook geen grap. Niet alles kan in kunst. Wie trekt de morele conclusies van zo’n mega­stunt? Wat is de functie van kunst als de kunstenaar geen geweten heeft? Mag alles zomaar in het Westen?”

Het zit haar erg dwars dat Jansen de Picasso-tekening speciaal voor deze stunt heeft nagemaakt en dat de theatermakers Bart Baele en Yves Degryse de moeite hebben genomen hem in Roemenië te begraven. “Wie doet nou zoiets? En waarom wilden ze hierover niet met ons praten op televisie, bij ‘De Wereld Draait Door’? Voor mij zijn ze drie jongetjes die nadat ze iets stouts hebben gedaan onder de rok van hun moeder kropen. Geen moed, geen geweten. Nederland ziet Geert Jan Jansen als een controversiële en interessante man. Voor mij is hij een misdadiger.”

Was ze misschien naïef? “Ik kreeg een heel verdrietige brief in het Roemeens. Dan ga je toch checken of het klopt wat erin staat? Dat ben je toch verplicht als journalist?”

Geert Jan Jansen zegt desgevraagd dat hij het heel vervelend vindt dat Feticu door de publiciteitsstunt in de problemen is geraakt. “Dat was natuurlijk niet de bedoeling.” Maar hij vindt haar boosheid ‘een beetje overdreven’. “Het is een soort Tijl Uilespiegelstunt geweest. Ja, natuurlijk moet zoiets kunnen. Er had best een lichtje bij ze op kunnen gaan: een papieren Picasso opgraven in een uithoek van Roemenië? Papier kan daar helemaal niet tegen. Ze hadden halverwege kunnen denken: wat zijn we aan het doen?”

Yves Degryse van theatergezelschap Berlin verklaart per ­e-mail dat hij graag persoonlijk met Feticu wil praten, maar niet via de media. Hij heeft haar al eerder uitgenodigd voor een gesprek, zegt hij. “Onze uitnodiging aan Mira blijft.”

Lees ook:

Kunstvervalsers zijn geen leuke schelmen

We zijn veel te lief voor kunstvervalsers, we vinden ze zelfs leuke schelmen. Onterecht, betoogt onderzoeker en schrijver Noah Charney. Het zijn toch misdadigers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden