De man met de bolhoed

Een man in een grijze regenjas en een zwarte bolhoed steekt een stoffige weg over. In zijn hand houdt hij een zwarte aktetas. Langs de stoffige weg staan huizen. Grijze, saaie huizen.

Het is een klein dorp, een gehucht eigenlijk. De man blijft stil staan voor een klein, groezelig cafeetje. Hij kijkt omhoog naar het oude uithangbord. Het slaat heen en weer in de herfst wind. Iets eraan lijkt hem niet te bevallen, maar hij vermant zich en duwt de zware, cafédeur open. Een bel klingelt en een golf van bierlucht en dronken gelal komt de man tegemoet. Hij stapt naar binnen en kijkt vanachter de rand van zijn bolhoed en de hoge kraag van zijn regenjas om zich heen. Aan de bar zitten wat oude mannetjes. Stam gasten. Een vrouw met een grote neus en een vieze theedoek in haar handen kijkt hem achterdochtig aan. Ook de andere mensen bekijken hem met overduidelijke vooroordelen. Hij is een indringer in de huiselijkheid van het kleine gehucht. De man loopt naar de bar en zakt neer op één van de bar krukken. Om niet onbeleefd over te komen zet hij zijn bolhoed af. Het licht van de lelijke oude lamp boven hem weerkaatst op zijn kale achterhoofd. De vrouw achter de bar besluit blijkbaar dat ze niet langer om hem heen kan, en ze komt op hem af gelopen. “Wat mag het zijn?” vraagt ze, met een krakende stem als van een oud vrouwtje. “Geen materiële zaken dit keer voor mij Betsy.” antwoordt de man met een glimlach die zijn gezicht jaren jonger maakt. “Hoe weet u dat ik..” Maar dan begint er iets te dagen bij haar. Ze herkent de ander nu ook, maar in plaats van dat ze haar achterdocht laat varen, lijkt ze de vreemdeling nu juist nog minder te vertrouwen. “Ik snap niet waarom je teruggekomen bent Max, je hebt hier niks meer te zoeken, dat weet je.”

“Natuurlijk weet ik dat, daar heb je wel voor gezorgd, waarom schreef je me nooit terug? Ik heb geleerd Betsy, ik heb geleerd over goed en kwaad, ik ben advocaat geworden, dat wist je, maar je schreef nooit terug!”

“Als je advocaat bent, heb je nog minder te zoeken in zo’n klein gehucht als dit. Waarom ben je terug gekomen?” Max kijkt haar aan, alsof hij wil proberen te voorspellen hoe ze gaat reageren. “Omdat hier mijn wortels liggen! Mijn jeugd herinneringen!”

“Je jeugd herinneringen? Ben je daarvoor terug gekomen? Met die jeugd herinneringen van jou ben je bijna verplicht om jezelf aan te klagen! En je wortels? Liggen die werkelijk hier? In een grijs, oud café in een al lang vergeten gehucht?” Het is felle taal, en Max probeert haar dan ook te sussen. Hij pakt de tot een vuist gebalde hand van Betsy. Maar dat is een druppel te veel. De stamgasten springen op om hun gastvrouw te beschermen, en zo komt het dat het kleine onopvallende gehucht in het nieuws komt wegens bruut geweld en moord.

Judith Harmsen

Zeist

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden