Review

De man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond

Jan Fontijn: Trots verbrijzeld - Het leven van Frederik van Eeden vanaf 1901. Querido, Amsterdam; gebonden, 667 blz. - ¿ 65.

T. VAN DEEL

Aan dit beslissende inzicht was heel wat voorafgegaan dat al in deze richting wees. Zo woonden Van Eeden en zijn vrouw vanaf 1917 meer dan honderd spiritische seances bij, waarin de voornaamste woordvoerders van generzijds Victor Hugo, Emile Zola en Multatuli waren. Alle drie de schrijvers verkondigden daar totaal andere denkbeelden dan ze bij leven hadden gedaan en stuurden, door middel van het medium Annie Bosch, op het katholicisme aan.

Toen de spiritisten met het ontwerp kwamen voor een wereldstad, een Lichtstad, te bouwen op een mediterraan eiland, rees de vraag of er een tempel, een moskee, een synagoge of een kerk in moest voorkomen, waarop Victor Hugo suggereerde dat ze daarover het beste de paus konden raadplegen.

Het is een van die dwaze, en ook wel roerende, utopieën waar het in Van Eedens leven en werk van wemelt, getuige zijn biografie, die Jan Fontijn nu met het tweede deel, 'Trots verbrijzeld', heeft gecompleteerd.

Evenals de titel van het eerste deel, 'Tweespalt', waarmee op de grote ambivalentie of ook wel gespletenheid van Van Eeden wordt gedoeld, is de titel van deel twee een schot in de roos. Zijn leven lang heeft Van Eeden gemeend dat morele grootheid gepaard gaat met lijden. Over dat thema, van de man die het hoogste nastreeft en in het diepste lijden eindigt, heeft hij een toneelstuk willen schrijven dat 'Trots verbrijzeld' zou heten. Het is er niet van gekomen en Fontijn vat de titel nu terecht op als van toepassing op het drama van Van Eedens leven.

Want weliswaar bekeert Van Eeden zich tot het katholicisme, tien jaar voor zijn dood, de hele overgang naar de Moederkerk heeft toch veel weg van een capitulatie. Hij heeft geestelijk weinig weerstand meer, voelt zich schuldig, wil boete doen en lijden voor het leven dat achter hem ligt. Hij eindigt in een tragische verduistering des geestes.

Aan die laatste tien jaar hoeft Fontijn geen uitvoerige aandacht te besteden, want Van Eeden heeft er weinig belangwekkends in gedaan en geschreven. De veertig bladzijden die er toch nog aan gewijd zijn, staan in schril contrast tot de ruim vijfhonderd die de eerste twee decennia van de twintigste eeuw behandelen. Dat zijn er evenveel als Fontijn nodig had voor Van Eedens leven van 1860 tot 1901, in 'Tweespalt'.

Het knappe en bewonderenswaardige van ook het tweede deel van de biografie is dat Fontijn aan de hand van de talloze brieven en documenten een scherp beeld weet te geven zowel van Van Eedens leven en werk (en van de relatie tussen beide), als van het voor zijn tijd exemplarische karakter van Van Eedens ideeën. Zoals in het eerste deel geregeld verwezen werd, ter verklaring bijvoorbeeld van de afkeer van seks in een liefdesrelatie, naar culturele omstandigheden of naar zoiets als de tijdgeest, zo worden verschillende activiteiten en inzichten van Van Eeden ook in het tweede deel weer ingebed in het grotere geheel van maatschappij en cultuur.

Van Eeden bewoog zich op een breed terrein en was ongekend veelzijdig. Hij had oog voor het nieuwe, zij het niet voor het nieuwe in de schilderkunst (Mondriaan), en had wereldwijd contacten. Naast zijn letterkundige werk verrichtte hij veel op sociaal gebied, hij zette een hulpactie op touw voor de slachtoffers van de spoorwegstaking van 1903, hij reisde verschillende malen door de Verenigde Staten om propaganda te maken voor een nieuwe kolonie - die zijn naam zou dragen - naar analogie van Walden.

Hij had contacten met, om maar een paar namen uit vele te noemen, Kropotkin, Freud, Buber, Hesse, Romain Rolland, Upton Sinclair. Zijn werk werd in veel talen vertaald en had in het buitenland meer succes dan in het eigen land, ofschoon hij ook hier voor menigeen de status van een goeroe had. Zijn charisma moet groot zijn geweest, getuige alleen al de schare aanbidsters, de 'vrouwentrein' zoals de dichteres Giza Ritschl die noemde.

In de beschreven periode ontmoette Van Eeden een nieuwe geliefde op Walden, Truida Everts. Hij bleef evenwel nog jaren getrouwd met Martha van Vloten, vanwege haar en de kinderen. Pas in 1907 huwde hij Truida, maar ook zij moest haar man in feite delen met verschillende andere vrouwen, die hem in platonische zin liefhadden en een belangrijke rol in zijn leven speelden.

Op een zeker moment is hij er vrijwel van overtuigd dat hem de Nobelprijs zal toevallen, want van een Zweedse kennis, die dichtbij het vuur zit, krijgt hij berichten die daarop wijzen. Het zal niet gebeuren. Wel zal de schrijver die hij kort daarvoor had ontdekt en die een revelatie voor hem betekent, Rabindranath Tagore, in 1913 de prijs krijgen.

Dat de idealist Van Eeden op wereldschaal dacht en in termen van een nieuwe mensheid, bleek al uit het genoemde Lichtstad-project en kon eerder al opgemaakt worden uit zijn initiatief om te komen tot een bond van 'koninklijke' mensen, van genieën die met hun ideeën een nieuwe richting moesten geven aan de mensheid.

Samen met de Duitse schrijver Gutkind stelde Van Eeden een manifest op, 'Welt-Eroberung durch Helden-Liebe' (1911), dat vol met beschavingskritiek staat en waarin de wens te kennen wordt gegeven met vereende, 'koninklijke' krachten aan een nieuwe wereld te gaan werken, waarin weer leven mogelijk is. De mens moet zichzelf vervolmaken, en op die weg gaan de dichters voor, zij zijn de profeten.

Ook hier zit Van Eeden - Fontijn geeft het aan - weer midden in zijn eigen tijd: deze manier van denken loopt parallel met bij voorbeeld die van Stefan George en zijn elitekring. Van Eeden droeg zijn denkbeelden verder uit in de vorm van opstellen, artikelen, voordrachten en in de jaren nadien werden verschillende anderen bij de dan geheten 'Blut-Bund' betrokken, zoals Buber en Rathenau. Romain Rolland weigerde medewerking. Alles bleek uiteindelijk een illusie te zijn, want de vergadering die echt iets moest gaan ondernemen, ging niet door vanwege het uitbrekende oorlogsgeweld.

Ingrijpende levensfeiten zijn er in Van Eedens latere leven genoeg. De overgang naar het katholicisme was zeker zo'n feit, maar ook, eerder, de dood van zijn tuberculeuze zoon Paul (een dood die als een overgang naar, een geboorte in een ander leven werd ervaren) en, nog eerder, het faillissement, waarbij Van Eeden een kolossale som gelds, ik meen wel bijna tweehonderdduizend gulden, verloor.

Het curieuze van de lectuur van deze Van Eeden-biografie is dat er geen ogenblik de behoefte bij je opkomt het literaire werk te gaan lezen. Afgezien van een paar titels, die in de loop van meer dan een eeuw hun waarde en belang bewezen hebben, zoals 'De kleine Johannes' en 'Van de koele meren des doods', is het werk van Van Eeden nagenoeg vergeten.

Zijn omvangrijke toneelwerk, voor de promoting waarvan hij, ook internationaal, zich enorm heeft ingespannen, is niet meer aan de orde. Boeken als 'De nachtbruid', 'Sirius en Siderius', 'Het roode lampje' - wie maalt erom ze te lezen? Ze zijn door Fontijn zonder uitzondering voortreffelijk samengevat en in verband gebracht met Van Eedens leven, karakter en geestelijke ontwikkeling.

Deze biografie laat zien dat het literaire werk, in tegenstelling tot wat ook wel wordt beweerd, wel degelijk gebruikt kan worden ter ondersteuning van of als bron voor biografische feiten. Het moet natuurlijk subtiel en voorzichtig gebeuren, zeker in het geval van de tweespaltige Van Eeden, maar dat is Fontijn wel toevertrouwd. Hij is de ideale biograaf van een psychisch zo complex in elkaar zittend en op een zo breed terrein werkzaam mens als Van Eeden, want hij idealiseert niet en hij geeft geen blijk van irritatie, hij is nieuwsgierig naar alles wat met zijn hoofdpersoon te maken heeft en hij wordt daarbij geleid door een merkbare fascinatie.

In het eerste deel haalt hij Nescio aan die heeft geschreven: “Behalve de man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.” Met die man doelde Nescio op Van Eeden en Fontijn kan hem dan ook op het eind nazeggen dat hij nooit 'wonderlijker kerel' heeft gekend. De meer dan duizend bladzijden van 'Tweespalt' en 'Trots verbrijzeld' vormen hiervan het monumentale bewijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden