Review

De machinaties van de PvdA

Ruud Koole verhaalt in zijn boek ’Mensenwerk’, dat vandaag wordt gepresenteerd, over zijn jaren als PvdA-voorzitter. Over de ’oppermachtige’ Kok en ’controlfreak’ Bos.

Het is zaterdag 30 augustus 2003. PvdA-voorzitter Ruud Koole heeft in de supermarkt zojuist een wagentje gepakt, als hij een sms’je ontvangt. Wouter Bos. De politiek leider is boos over een kran- tenpublicatie waarin de partijvoorzitter kritiek uit op de aanpak door de fractie van de kwestie-Irak.

Koole belt Bos meteen terug. Het telefoontje loopt uit op een pittig gesprek van een half uur. Om te voorkomen dat buitenstaanders het steeds grimmiger wordende gesprek kunnen volgen, blijft de partijvoorzitter al die tijd rondlopen met de lege boodschappenkar.

Koole beschrijft het tafereel in ’Mensenwerk’. De Leidse hoogleraar politicologie was twee keer PvdA-voorzitter: van maart 2001 tot december 2005, en tussen april en oktober 2007, toen de partij met een bestuurscrisis kampte en de PvdA-top bij monde van Wouter Bos een beroep op Koole deed. Daarin schuilt een zekere ironie. Toen Koole in 2001 een gooi deed naar het voorzitterschap zat de toenmalige politieke top van de PvdA niet op hem te wachten. Premier Wim Kok en fractievoorzitter Ad Melkert gaven de voorkeur aan Sharon Dijksma. Ze vonden het maar zo zo dat een relatieve buitenstaander meedeed, en dan ook nog met als voornaamste campagnepunt het vergroten van de zeggenschap van de PvdA-leden. Die leden wisten Kooles inzet wel te waarderen. Nadat twee andere kandidaten zich teruggetrokken ten gunste van Koole, versloeg die bij de stemming op het congres Dijksma overtuigend: 710 tegen 491 stemmen.

Met zijn aanwijzing tot voorzitter maakte Koole van de ene dag op de andere deel uit van de PvdA-top. Zo had hij ineens te maken met de ’oppermachtige’ Kok evenals met de ’echte controlfreak’ Melkert. En met Dick Benschop, een vertrouweling van Kok die naast staatssecretaris voor Europese Zaken ook campagneleider was voor de verkiezingen van 2002. Koole wist meteen waar hij aan toe was. ’Minzaam en lichtelijk uit de hoogte’ maakte Benschop hem duidelijk dat hij bij de campagne hooguit uitvoerende taken zag voor de nieuwe partijvoorzitter. Het overkwam Koole geregeld dat hij buiten besprekingen werd gehouden of pas achteraf van besluiten hoorde.

De eerste politiek gevoelige klus was de wisseling van het PvdA-leiderschap in 2001. Na lang wikken en wegen had Kok besloten in augustus publiekelijk zijn vertrek uit de politiek aan te kondigen. Fractievoorzitter Melkert zou de nieuwe PvdA-leider moeten worden en de PvdA-kandidaat voor het premierschap. Er was één bedreiging voor deze opzet: oud-Rekenkamerpresident Koning stond op het punt om zijn bevindingen te presenteren over de wijze waarop Nederland onder Melkerts ministerschap van sociale zaken was omgesprongen met geld uit het Europees Sociaal Fonds.

Tegenover de buitenwereld hield de PvdA vol dat dat rapport – potentieel riskant voor Melkert – helemaal niets te maken had met de opvolging van Kok. Maar voor de geschiedschrijving erkent Koole in zijn boek dat het partijbestuur ’m behoorlijk kneep. Het scenario waarvoor men bang was: Kok heeft het stokje nauwelijks overgedragen aan Melkert of het rapport-Koning dwingt de nieuwe leider tot een smadelijke aftocht. De PvdA-top deed er dan ook alles aan om het rapport-Koning gepubliceerd te krijgen voor de machtswisseling. Voor alle zekerheid ging Koole bij Kok na of hij eventueel een beroep op hem kon doen om aan te blijven. „Kok wees dat niet af”, noteert Koole op pagina 69.

Kon de PvdA-top de publicatie van het rapport-Koning nog proberen te sturen, op een andere gebeurtenis had ze geen invloed: de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington. Koole: „Wim Kok heeft me later verteld dat als die aanslagen twee weken eerder waren geweest hij de aankondiging van zijn vertrek uit de politiek waarschijnlijk zou hebben heroverwogen.”

Uit het boek van Koole blijkt dat de PvdA sowieso moeilijk loskwam van de man die de partij zestien jaar lang had geleid. Na de moord op Pim Fortuyn, negen dagen voor de Kamerverkiezingen, zat lijsttrekker Ad Melkert er volgens partijgenoten helemaal doorheen. Koole tastte bij Wim Kok de mogelijkheid af dat die opnieuw kandidaatpremier zou zijn. Maar Kok wees dat van de hand. De desastreuze nederlaag op 15 mei, het terugtreden van Melkert en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen na de snelle val van het eerste kabinet-Balkenende, bood het partijbestuur de kans om de machtsbalans te verschuiven ten gunste van de leden en hun de vraag voor te leggen wie de politiek leider moest worden. De PvdA’ers kozen Wouter Bos.

De jonge, vlotte staatssecretaris van financiën uit het tweede paarse kabinet was Koole tijdens de campagne al in positieve zin opgevallen. Drie jaar lang werkten ze samen aan het herstel van de PvdA. Hun samenwerking verliep niet zonder strubbelingen. Ook Bos bleek een ’controlfreak’. Maar toen het PvdA-bestuur in april 2007 bezweek aan een crisis, was het voor Bos snel duidelijk wat hij moest doen: Koole bellen.

’Mensenwerk’. Uitgeverij Bert Bakker ISBN: 978 90 351 3188 0, Euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden