InterviewsHet Bureau

De liefde voor Het Bureau: ‘Deprimerend, hilarisch en relativerend’

Gerbrand Bakker
 Beeld Thekla Ehling
Gerbrand BakkerBeeld Thekla Ehling

Na twintig jaar wordt J.J. Voskuil zevendelige roman Het Bureau nog gretig gelezen. Drie fans vertellen over hun liefde voor de reeks. ‘Lees een week Kafka en je wilt er bijna een eind aan maken. Bij Voskuil niet, vanwege de droge humor.’

Gerbrand Bakker: Eerst had ik een hekel aan Nicolien, nu hou ik van haar

De vraag of hij over zijn liefde voor Het Bureau wil praten, ­beantwoordt schrijver Gerbrand Bakker (1962) vanuit zijn huis in de Eifel met een appje: ‘Ik heb bijna deel 4 voor de vierde keer uit’. En een paar dagen later, aan de telefoon, meldt hij dat hij alweer midden in deel 5 zit. Zo veel pagina’s, zo vaak: waarom? “Omdat Het Bureau het allermooiste is wat er ooit in Nederland is verschenen. De boeken ademen een enorme sfeer en weemoedigheid uit. Een sfeer waar je heimwee naar kunt ­hebben.

“Ik zit in de jury van de Anton Wachterprijs. Daarvoor moest ik 140 debuten lezen van wisselende kwaliteit. Daarna had ik zin in een heel goed, stevig, dik boek. Toen ben ik weer begonnen aan Meneer Beerta, het ­eerste deel uit de reeks. En als ik begin, kan ik niet meer stoppen. Het is elke keer weer nieuw en fris. De eerste keer, 25 jaar geleden, had ik een bloedhekel aan Nicolien (de vrouw van hoofdpersoon Maarten Koning, red.) Ze is heel principieel, en heel onredelijk. Hoe ze roept: ‘Ga mijn huis uit’. Hoezo haar huis, terwijl ze nooit heeft gewerkt? Maar nu hou ik van haar. Je leest het elke keer weer op ­andere personages, en op die manier kun je Het Bureau je hele leven blijven lezen.

null Beeld Thekla Ehling
Beeld Thekla Ehling

“Zo heb ik nu ook ontdekt dat in deel 1 Dieuwertje Blok wordt ­geboren, de dochter van Dick Blok: in het boek Jaap Balk, de baas van Voskuil bij het Meertens Instituut. Ik kwam zelf als student op het instituut, ik kan me veel personages herinneren.

“Ik kom er steeds meer achter dat ik veel aan Voskuils manier van schrijven te danken heb. Het is een droge beschrijving van dertig jaar op een instituut. Dat heb ik ervan geleerd: je kunt ­dingen beschrijven en daardoor iets duidelijk maken, zonder te psychologiseren. En je hoeft geen metaforen te gebruiken, dat is nergens voor nodig. Als ­iemand ‘literair’ wil zijn met ­allemaal metaforen, moet ik het drie, vier keer lezen om het te snappen.

“De stijl van Voskuil is onovertroffen. Hoe vaak er niet staat dat Wim Bosman tijdens een ­gesprek ‘licht met zijn hoofd schudt’. Mij valt steeds meer op hoe literair het in elkaar steekt. Zoals waar ik nu ben: er is een pakje tabak van Maarten ­Konings bureau verdwenen, en dat blijft maar doorspelen op de pagina’s daarna.

“Mijn laatste boek Knecht, alleen is een stuk dunner, ja. Toen ik het gedrukt zag, dacht ik dat ook: wat is het dun. Maar het was precies de goede lengte voor wat ik wilde zeggen. Het Bureau is meer dan vijfduizend bladzijden, en die had ­Voskuil nodig. Daar zit de kracht in.”

Student Jesse Doomen: Het gaat maar door, net als het leven zelf

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Hoe kom je erop om als 21-jarige aan een reeks van zeven van die pillen te beginnen – en door te lezen? Jesse Doomen is nu aangekomen in deel 4, Het A.P. Beerta Instituut. En ja, de laatste drie delen gaat hij ook uit de bibliotheek halen. “Ik heb een lijst van beste Nederlandse boeken op internet opgezocht en toen deel 1 uit de boekenkast van mijn moeder gehaald. Toen wist ik nog niet dat er nog zes andere delen zijn.

“Ik studeer global sustainability science, een duurzaamheids­studie, in het Engels. Ik wilde meer Nederlands lezen, omdat ik nu ook een minor journa­listiek doe. De strategie is dat ik door meer te lezen beter ga schrijven. Die karige, rustige stijl van Het ­Bureau vind ik heel fijn. Het voelt niet als werken, ik werd er wel door gegrepen. Het heeft geen echte verhaalopbouw, zoals romans die gewoonlijk hebben. Het gaat maar door, zonder hoofdstukken, eigenlijk zoals het leven zelf.

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

“Ik voel me met alle personages wel verbonden. ­Iedereen is vervelend op zijn eigen manier, maar heeft ook wel iets aardigs. Maarten ­Koning ergert zich veel aan mensen, zoals Bart Asjes, die nooit verantwoordelijkheid durft te nemen. Dat maakt zo’n Asjes ook sympathiek en herkenbaar.

“Maarten Koning wil zijn eigen baan eigenlijk niet, vanaf ­bladzijde 1. Toch neemt hij er steeds meer taken bij. Best schrijnend. Anderen op het ­instituut doen precies het ­omgekeerde. Die zeggen niets slechts over hun werk, om niet op te vallen, omdat ze niets willen doen.

“Soms wil ik passages voorlezen die ik grappig vind. Maar dan is het moeilijk uit te leggen waarom. Het kan teruggrijpen op iets van honderd pagina’s eerder. Maar het is ook een ­bepaald soort grappig.”

Elsbeth Etty: Het Bureau lijkt op een soap, je kunt niet stoppen

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Het Bureau, dat is Kafka, maar dan in een beter verteerbare vorm, zegt Elsbeth Etty (1951), literair recensent, neerlandica en columnist. On­versneden nihilisme – maar dan grappig, en schaamteloos. Zelf schreef Etty de afgelopen ­jaren biografieën van Willem Wilmink en Maarten ’t Hart, en ze wijst erop hoe bijzonder de ­literaire vorm van Het Bureau ­is: “Het is absoluut autobiografisch, maar heeft doordat Voskuil over ‘Maarten Koning’ schrijft een ­biografische vorm waarin Voskuil zich ­helemaal kan bloot­geven. ­‘Maarten’ voelt zich voort­durend bedreigd, ‘Nicolien’ scheldt hem uit en is met spullen aan het gooien.

Het Bureau lijkt met al die ­personages en verhaallijnen op een soap. Achter in de boeken staan zelfs namenregisters met de ­pagina’s waarop ze voorkomen, heel bijzonder. Door dat soap­karakter kun je niet stoppen met lezen.

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

“Maar wat Het Bureau zo fascinerend maakt, is de vraag: hoe houdt iemand dat vol? Maarten vindt dat hij een nutteloze baan heeft, op een belachelijk instituut. Wij mensen zijn de enige soort die weet dat het leven zinloos en eindig is, en zich afvraagt hoe je jezelf toch overeind houdt. Sommigen zoeken het in hobby’s, anderen in de liefde. Maarten maakt gaandeweg zijn werk toch belangrijker, dat moet hij zichzelf wel wijsmaken. Tot hij in het laatste deel, De dood van Maarten Koning, na zijn pensioen ontdekt dat niemand hem mist op het instituut. Voskuil laat daarmee het leven zien als een zinloze bezigheid – het toppunt van nihilisme.

“In die zin is Het Bureau deprimerend, het drukt je met de neus op heel nare feiten. Maar lees een week Kafka en je wilt er bijna een eind aan maken. Bij Voskuil niet, vanwege de ­droge humor. Het is ook hilarisch en relativerend, dat je denkt: ga eens iets leuks doen. Maarten en Nicolien gaan vaak wandelen, ja. Maar dat is ook gedoe. Nooit van: wat lopen we lekker.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden