Recensie

De lezer krijgt weinig grip op 'Het Wikkelhart' en dat is precies wat Bertram Koeleman beoogt

Beeld Jelmer de Haas

Bertram Koeleman kruipt in de huid van een angstige schrijver ten prooi aan wanen.

Het is een heikel iets voor schrijvers: in hoeverre zijn je ervaringen van jou? De dichter Achterberg moet eens gefrustreerd zijn weggelopen bij collega’s omdat hij het niet kon verdragen dat zij naar hetzelfde landschapje keken als hij. Over een dergelijk sentiment gaat Bertram Koelemans ‘Het wikkelhart’.

De studenten Dom (voor Dominic) en Nick hebben op een vakantie in Frankrijk een merkwaardig tafereel meegemaakt, ze zijn op bezoek geweest bij een jong meisje, dat in een afgelegen boerderij prachtig voor ze zingt maar ze vermoeden dat het meisje door haar ouders of grootouders uitgebuit en misbruikt wordt. 

Dom probeert vergeefs woorden te vinden voor de scène, het meisje, het gezang, het landschap, Nick daarentegen verwerkt het ongegeneerd in een roman die een bestseller wordt. Het is de worstelende, gefrustreerde schrijver tegen de gemakzuchtige geslaagde succesauteur, een thema dat je ook aantreft bij bijvoorbeeld Joost Zwagerman (‘Chaos en rumoer’) en Wessel te Gussinklo (‘De weergekeerde bloem’).

Koeleman zet Doms probleem direct op de eerste pagina neer: “Het doel dat ik me had gesteld was even simpel als complex: mijn ervaringen weergeven in woorden. De zin zelf was haast onverenigbaar tegenstrijdig. Woorden en zintuigen werkten op totaal andere niveaus. Maar dat was niet eens de voornaamste hindernis. Als ik mijn blik concentreerde, dwaalde mijn geest al na een paar zinnen naar gefantaseerd terrein. Voortdurend trad mijn verbeelding buiten de paden van de werkelijkheid, waardoor het weergeven van het echte steeds verder buiten mijn bereik leek te raken. Hoe ik het landschap zou beschrijven? Waarschijnlijk niet.”

On(succesvol)

Na afloop van de vakantie raakt Dom steeds verder van het padje. Terwijl Nick het een na het andere succes boekt en een veelgevraagd schrijver wordt, loopt Doms relatie stuk en belandt hij in steeds vreemdere situaties waarvan hij allengs begint te vermoeden dat Nick er de hand in heeft. Zo lijkt Nick hem een hoertje te bezorgen, ook een bezoek aan Parijs lijkt door Nick geregisseerd en op den duur krijgt Dom het gevoel in een roman van zijn vriend te zijn beland, die immers niet schroomt om zich andermans werkelijkheid toe te eigenen. Voor de lezer is het intussen wel duidelijk dat Dom aan wanen lijdt, hij drinkt te veel, bezoekt een therapeut, maar Dom zelf ziet Nick als boosdoener.

Koeleman neemt zijn thema te baat om ons een paar vreemde, hallucinerende scenes voor te schotelen, zoals die van een vrouw met een schakelaar in haar lichaam waarmee ze het maanlicht kan doven, of die van het los van het lichaam in het stro liggende hart uit de titel dat hevig ligt te kloppen: “het lag pulserend in het stro, roodpaars met stroken witgelig vet en scharlaken dooradering. Ik vouwde mijn armen voor mijn middenrif en kwam dichterbij. Het had iets aandoenlijks, zoals het hart daar naakt en onbeschermd lag. Je zou er zomaar op kunnen gaan staan en het voorgoed tot zwijgen brengen.”

Plastisch

Koeleman beschrijft de angst en paranoia van Nick erg plastisch en juist dat overtuigt me niet helemaal, zijn de wanen in feite niet veel onbeschrijflijker, is het niet gek dat zijn hoofdpersoon de werkelijkheid niet onder woorden kan brengen en de wanen wel? Of is dit typisch voor de waanzinnige? Wel overtuigend vind ik hem in het weergeven van schijnbaar onbeduidende maar karakteristieke details, een papiertje aan een tak, een vlekje op een glas: voor de paranoïde geest heeft alles een betekenis.

Het beschrijven van de gekte van een onbetrouwbare waarnemer heeft iets zeer verleidelijks voor een schrijver, het geeft hem de gelegenheid af te dalen in de wereld van geesten en hersenschimmen waar hij als het ware zijn gang kan gaan. Maar het vereist ook een ijzeren discipline om in het waanzinnige toch overtuigend te blijven. In kinderboeken eindigen boeken waarin de held droomt of visioenen meemaakt geheid met een ontwaken: he he, het was maar een droom. Bij Hermans wordt de hallucinerende Osewoudt uit ‘De donkere kamer van Damokles’ aan het eind gewoon doodgeschoten, maar in ‘Het wikkelhart’ blijft de vervreemding tot het laatst in stand.

De lezer wordt, net als in films van David Lynch met wie Koeleman wel is vergeleken, het houvast van de werkelijkheid niet gegund. Dat maakt dat je er weinig grip op krijgt, en dat is ook precies wat de schrijver beoogt.

Bertram Koeleman
Het wikkelhart
Atlas Contact; 256 blz. € 19,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer recensies. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden