Levenslessen

De levenslessen van cabaretier Paul Haenen: ‘Soms moet je iets in je eentje verwerken’

Beeld Merlijn Doomernik

Zijn theater zit deze maand weer vol mensen die hij als Margreet Dolman warmte brengt en als dominee Gremdaat de weg wijst. De MeToo-campagne komt er ook ter sprake. Die stemde cabaretier, schrijver en tv-maker Paul Haenen (71) niet vrolijk. ‘Soms is het goed iets naars binnenskamers te houden.’

Les 1 - #MeToo lokt een heksenjacht uit

“Ik hekel de a-journalistieke manier waarop de MeToo-campagne door de media is opgepikt. Hoe geloofwaardig mensen ook met een misbruikverhaal komen, je moet het niet klakkeloos overnemen. Zodra er anderen bij betrokken zijn, moet je ook hun verhaal horen. Jelle Brandt Corstius maakt geweldige programma’s en kan mooi schrijven, dat boek over zijn vader, ‘As in tas’, heb ik ademloos gelezen. Maar ik denk dat Jelle zich in deze kwestie heeft vergist. De een is homo en de ander wil zijn grenzen verleggen, wat op die leeftijd vaker gebeurt.

Je moet jezelf onder controle hebben, soms moet je iets in je eentje verwerken. Overwin je angst. Als dominee Gremdaat heb ik met vriendelijke filmpjes op Facebook geprobeerd het wat te relativeren: ‘Jelle en Gijs, geef elkaar de hand’, zei ik. Als we zonder tussenkomst van de rechter mensen gaan beschuldigen dat ze ons leed hebben aangedaan, krijgen we zo’n nare maatschappij. Dat is iets anders dan het bagatelliseren. Maar soms is het goed iets naars binnenskamers te houden. Net als sommige mensen niet over hun oorlogsherinneringen spreken, omdat de chaos in hun leven anders nog groter wordt.”

Les 2 - Zoek hulp als het nodig is

“Ik zeg niet dat je nooit naar een psycho-therapeut moet gaan. Er zijn echt goede. Ik zou nu zelf ook gaan als het nodig was. Maar op mijn zeventiende kwam ik bij een psychiater die zei dat ik omgebouwd kon worden naar een hetero. Want uit een test was gebleken dat ik mij niet kon identificeren met mijn vader. Vreselijk. Ik was heel bang en somber en worstelde met mijn homoseksuele gevoelens. Ik luisterde altijd naar psychiater Kees Trimbos op de KRO-radio die heel ruimdenkend praatte over homoseksualiteit. Hij zei: ‘Je hebt overal homo’s, het zíjn niet alleen balletdansers en kappers.’ Ik dacht dat alle artsen waren zoals hij, maar dat was dus niet zo.

Toen ging ik de barricaden op. Ik schreef in het blad Dialoog over wetsartikel 248 bis, waarin stond dat het strafbaar was als je als meerderjarige, toen 21, seks had met een minderjarige. Ik pleitte voor een vereniging van minderjarige homo’s, zodat die zich, ook seksueel, konden uiten. Ik ontdekte schrijver Gerard Reve. Reve’s humor die vanuit de werkelijkheid ontstond, vond ik fenomenaal. Soms hoef je de werkelijkheid maar iets uit te vergroten om mensen in de lach te laten schieten. Dat doe ik zelf ook.

Ik heb er veel over nagedacht of je nog wel kunt houden van een kunstenaar die rare gedachten heeft of raar gedrag vertoont, zoals Reve, die vaak racistische opmerkingen maakte. Met MeToo speelt dat ook, zoals met acteur Kevin Spacey die nu uit films wordt geknipt. Ik vind dat de kunst en de werkelijkheid twee aparte werelden zijn.

Ik hield ook veel van Frank Sinatra, terwijl bijna iedereen op een gegeven moment wist dat hij anti-homo was en een onderwereldfiguur. Ik had 120 lp’s van hem, moest ik die weggooien? Zoals Sinatra ‘All alone, I’m so all alone’ zingt, dat kan in Nederland niemand, op zo’n niet-sentimentele manier. Als jongen dacht ik: hij begrijpt mij. Het was zo troostend.”

Les 3 - Schrijven helpt

“Ik begon op mijn elfde met een dagboek dat eigenlijk een tijdschrift was, met verschillende rubrieken. Een van die rubrieken heette: ‘Ik ben ook een mens’, daarin beleefde ik mijn coming-out. Maar ik schreef ook, op een vaak sensationele manier, over gebeurtenissen thuis: ‘Pappa en mamma op het punt van scheiden.’ Zo keek ik naar het leven, net als journalisten doen: het is heel erg, maar het is ook een goed verhaal.

Mijn moeder las het in het begin allemaal. Ze zei over mijn bekentenissen: ‘Het gaat wel over, ik was ook verliefd op de juf.’ Toen nam ik dagboeken met slotjes. Als Wim Sonneveld op tv was, voelde ik dat mijn ouders naar mij keken hoe ik op hem reageerde. Toen ik later mijn vriend Dammie leerde kennen, heb ik hem al mijn dagboeken laten lezen.

Mijn jeugd was niet heel vrolijk, maar wel stabiel. Mijn moeder was stabiel in haar straatvrees en mijn vader, schooldirecteur, was stabiel in zijn gefrustreerdheid. Ik zat soms met mijn hand voor mijn hoofd naast hem aan de eettafel, zodat ik hem niet hoefde te zien. Dat liet hij zo. Hij liet me op een bepaalde manier vrij, omdat hij zelf zo op zijn vrijheid gesteld was, denk ik. Mijn broer Tom vond het fijn dat onze moeder straatvrees had, zo was er tenminste altijd iemand thuis met thee.

Ik trok het me meer aan, ook omdat ik haar aandoening wilde oplossen. Ik kwam ook echt voor haar op. Als ze meer huishoudgeld nodig had, omdat alles weer duurder was geworden, maakte ik een berekening. Daarmee ging ik naar mijn vader, ik was dertien. Hij luisterde wel. ‘Je hebt helemaal gelijk, maar toch krijgt ze niet meer’, zei hij dan. En dan dacht ik meteen: wat een lul, én: wat een goed verhaal voor mijn dagboek. Ik schreef het ook in dialoog op. Pappa, dubbele punt, aanhalingstekens openen. Ik…, enz.

Toen mijn ouders gescheiden waren, maakte hij de alimentatie op verschillende dagen over. Om te treiteren en om de baas te blijven. Maar hij hield ergens ook wel van haar, want hij zei: ‘Als mamma tachtig wordt, krijgt ze een bos bloemen’. Toen ze tachtig werd, was hijzelf alleen zo ziek dat die bloemen er nooit meer van kwamen.”

Les 4 - Laat elkaar vrij

“Voordat ik Dammie op mijn 26ste leerde kennen, was ik heel somber. Ik werd steeds verliefd op heteromannen. Na een feest bij de Vara zat ik eens achter in een auto met Dammie en ja, toen ben ik ‘grensoverschrijdend gedrag’ beginnen te vertonen.

Toen is Dammie met mij meegegaan en nooit meer weggegaan. Hij is mijn tegenovergestelde. Ik maak problemen vooraf, zoals nu, met de serie decembervoorstellingen, of de Dolman-stem ‘er wel is’. En Dammie weet dat het goed komt of handelt ter plekke. Ik tob, hij is evenwichtig.

Monogamie is niet ons uitgangspunt, ik ben voor totale vrijheid, Dammie ook, en daarom blijven we bij elkaar. Het is prettig als je elkaar niet gevangenhoudt. ‘Wat ben je stil, waar denk je aan?’ vraag ik nooit. Je moet niet iemands privéwereld willen binnendringen. Ook niet na 45 jaar. Maar ik vraag hem weleens of hij gelukkig is. Dan hoop ik dat. Ik sta in de publiciteit en op het podium, zonder hem naast me had ik het nooit volgehouden.

We trekken altijd samen op en zijn het altijd eens of we met een project moeten doorgaan of niet. Of we ons huis in Frankrijk moeten verkopen en of we moeten stoppen met ons blad Mens & Gevoelens, of juist in kleur verschijnen. Dan besluiten we: we stoppen. Twee uur later: nee, we gaan toch in kleur. Samen zijn we wispelturig.

Dammie onderhandelt, doet de financiën, runt het theater en doet de planning. Ik boek en plan altijd onze lange treinreizen. Omdat Dammie iemand van het laatste moment is, reserveer ik soms twee tgv’s na elkaar, dan kunnen we altijd die tweede van een uur later nog nemen. Met die Franse spoorkaart annuleer ik dan meteen als we instappen en krijg ik het geld teruggestort. In de tgv-duplex wil ik boven zitten, en met een club duo, met een tafeltje tussen ons in, zodat we allebei naar buiten kunnen kijken.”

Les 5 - Satire relativeert

“Anno 2017 is grensoverschrijdend gedrag een zonde. Nederland lijkt wel één grote Telegraaf geworden. Zo veel programma’s neigen naar sensatie. Emotie en misdaad zie je overal, Peter R. de Vries komt bij iedereen. Laatst ging het over een regisseur die in de jaren negentig zijn straf heeft uitgezeten wegens pedoseksueel misbruik. De Telegraaf haalde dat door MeToo weer naar boven. NRC Handelsblad pikte dat op, en kopte: ‘Omstreden regisseur blablabla’. Toch weer een bericht. Toch weer zijn naam. Weerzinwekkend, dat die nuchterheid is verdwenen. Werkelijk elke omroep had begin november een programma waarin castingdirecteur Job Gosschalk publiekelijk werd opgehangen. Ik verdedig hem niet, maar ik ben tegen liquidaties zonder vorm van proces.

Ik wil een ander geluid horen. Ik mis een goed satirisch programma. ‘Zondag met Lubach’ is dat niet, want een satirisch programma hoort het hele jaar uit te zenden. Satire is belangrijk om het evenwicht terug te brengen, is maatschappijzuiverend, analyserend, belicht andere kanten, relativeert. Dat je als kijker opgelucht denkt: hè hè, dat werd tijd.

Misschien hadden wij in jaren zestig en zeventig iets te veel begrip. Als kunstenaar en artiest probeerde je je te verplaatsen in de ander en was je voor grensoverschrijdend gedrag. Alle pedo’s worden tegenwoordig over één kam geschoren. Maar je hebt ook pedo’s die wel evenwichtig zijn, die geen seks hebben, die er alleen van dromen. Ik heb zelf nooit die gevoelens gehad, nee, al was ik wel een beetje studentofiel, ik kon wel van die kwetsbare schoonheid genieten, zowel van vrouwen als mannen.”

Les 6 - De techniek staat niet stil

“Nee, ik heb geen heimwee naar vroeger. Ik ben nu veel gelukkiger, en weet je waar ik van geniet? De voortschrijdende techniek. Ik ben altijd met techniek bezig geweest. Toen ik vijftien was, maakte ik mijn eigen radio, met een pionierbouwdoos van Philips. Ik kon op mijn slaapkamer boven iedereen afluisteren in de huiskamer door contactjes die ik had aangebracht. Ik had er ook één in de brievenbusklep gemonteerd, zodat als er post was, een zoemer in de huiskamer afging. Dan wisten mijn ouders dat de krant er was.

Later gebruikte ik op tv als eerste de vingercamera, de vingerette. Ik heb voor mijn wintervoorstellingen net een nieuwe, en ook een nieuwe beamer, allebei HD, met nog scherper beeld, heerlijk. Voor de website van de Volkskrant heb ik een tijd filmpjes gemaakt als dominee Gremdaat. Nu doe ik dat nog op Facebook.

Wat Hans Teeuwen gaat doen, willen Dammie en ik al langer: een online webplatform beginnen, dan betaal je als kijker een bedrag zodat wij uit de kosten zijn en mooie programma’s kunnen maken.”

Les 7 - De kerstgedachte zit in jezelf

“Weet je waarom de decembertijd zo somber maakt? Omdat de wereld journalistiek gezien stilstaat. Alle programma’s op radio en tv zijn ingeblikt en kranten en tijdschriften hebben dubbeldikke nummers omdat iedereen vrij wil zijn. Met die tsunami in 2004, hoe verschrikkelijk ook, was ik blij dat journalisten terug moesten komen van vakantie. Ik hou van rechtstreeks.

Ik vertel tijdens mijn wintervoorstellingen voor de pauze ook dingen over mezelf, bijvoorbeeld over dat ik laatst een week was opgenomen in het ziekenhuis. Ja, ja, ik hoor nu ook bij de pillenslikkende artiesten. Je hebt er die leukemie of blaaskanker hebben of depressief zijn, ik heb hartklachten. Ik werd ook meteen maar gedotterd, omdat ik er toch was! Als Trouw-lezers trouwens ook een keer in zo’n MRI-scan moeten: doe alsof je in het bovenste bed van een slaaptreincoupé ligt, dan is het een stuk gezelliger.”

Paul Haenen

Paul Haenen (Amsterdam, 1946) begon zijn carrière op z’n 17de als journalist en programmamaker bij de Avro, later werkte hij voor de VPRO en veel andere omroepen. Bij het grote publiek werd hij bekend met de personages Margreet Dolman en dominee Gremdaat. Sinds 1976 spreekt Haenen de stem in van Bert en Grover in de serie ‘Sesamstraat’. In 2014 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, ook vanwege zijn inzet voor de homo-emancipatie. Eerder deze maand werd Haenen genomineerd voor de Loden Leeuw, voor de meest irritante BN’er in een reclamespot. In zijn theater, het Amsterdamse Betty Asfalt Complex, zijn voor het 24ste jaar t/m 7 januari zijn wintervoorstellingen bij te wonen (www.bettyasfalt.nl).

Haenen woont met zijn vriend en compagnon Dammie van Geest in Amsterdam.

Meer lezen van deze rubriek? Hier vindt u nog meer levenslessen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden