RecensieExpositie

De ‘lelijke tijd’ in de Nederlandse schilderkunst was niet zo lelijk

‘Het uitgaan van de Larense kerk’, Gijs Bosch Reitz (Singer Laren).

Lange tijd gold de 19de eeuw als de ‘lelijke tijd’ in de Nederlandse schilderkunst. Een tentoonstelling in Singer Laren en een nieuw standaardboek laten zien dat dat niet terecht is.

Wanneer komt er eindelijk eens een opvolger voor ‘juffrouw Marius’? Zo vaak heeft ook Jenny Reynaerts, senior conservator 18de- en 19de-eeuwse schilderkunst bij het Rijksmuseum in Amsterdam, die verzuchting geslaakt. In 1903 schreef de kunstcriticus en schilder Grada Marius hét standaardwerk over de Nederlandse schilderkunst in de negentiende eeuw. In 1948 kwam Jan Knoef ook met een naslagwerk over die periode, maar dat is nooit herdrukt. Daarom moesten studenten en liefhebbers het nog altijd stellen met de stokoude Marius. In 2011 besloot Reynaerts tijdens een sabbatical dan maar zelf te beginnen aan een nieuwe versie. Ze werkte er in etappes aan en nu, acht jaar later, is het boek klaar. 

Loeizwaar is ‘Spiegel van de werkelijkheid. 19de-eeuwse schilderkunst in Nederland’. Het boek weegt 2,7 kg, vertelt Reynaerts. Ze pakt een exemplaar van de stapel die klaarligt in het Singer Museum in Laren. Daar is een tentoonstelling gewijd aan de kunstenaars die ze in het slotdeel van haar boek bespreekt. Reynaerts: “Toen de verschijningsdatum bekend was, kon de tentoonstelling niet meer ingepland worden in het Rijksmuseum.”

Singer wilde graag als platform fungeren voor de lancering van het boek, vertelt directeur Jan Rudolph de Lorm. “De expositie, een samenwerking met het Rijksmuseum, past hier ook goed. Een aantal kunstenaars heeft gewerkt in de kunstenaarskolonie Laren.”  

Het roer om

De tentoonstelling gaat over een boeiende episode in het boek, het tijdvak 1885-1900, toen Nederland als gevolg van de industrialisatie grote veranderingen doormaakte. De welvaart nam toe, steden groeiden explosief en er ontstond een nieuwe ‘stadse’ cultuur, waarin voor het eerst vrouwen toegelaten werden op kunstacademies.

Ook in de schilderkunst werkten deze ontwikkelingen door. Tot die tijd verbeeldden schilders vooral de zichtbare werkelijkheid. Reynaerts: “Vanaf 1880 zien we een kentering. Jonge kunstenaars stonden te trappelen om het roer om te gooien. Ze wilden iets anders dan de realistische manier van schilderen van de brave schilders van de Haagse en Amsterdamse school. Naast Vincent van Gogh, die toen nog niet zo bekend was, was Matthijs Maris een van hun helden, omdat hij zulke gekke dingen deed.”  

‘Carriages at the Victoria Embankment’, Willem Witsen (Singer Laren).Beeld Rijksmuseum

Maris, die als een kluizenaar in zijn atelier leefde, trok de aandacht met schilderijen van sprookjesachtige figuren, wonderlijke landschappen en mysterieuze, mistige scènes. In zijn kielzog en ook als reactie op de oppervlakkigheid en jachtigheid van het moderne leven, wilden deze jonge schilders meer aandacht voor de ‘gevoelskant’ van het kunstwerk, vertelt Reynaerts.

“De psychologie was toen in opkomst. Dat speelde ook mee bij deze kunstenaars die de stemming, het gevoel dat een schilderij opriep, belangrijker vonden dan dat het een realistische weergave van de werkelijkheid was. Ze wilden vooral de niet-zichtbare wereld tonen en de kijker een blik in hun innerlijk gunnen. Kunst moest een spiegel van de ziel zijn.” 

‘Passiebloem’ van Piet Mondriaan (Kunstmuseum Den Haag).Beeld Alice de Groot

Aan de hand van zestig werken geeft Reynaerts een beeld van de ‘Tachtigers’, de naam van deze kunstbeweging waarin schrijvers, dichters en schilders met elkaar optrokken. Ze richtten onder meer De Nieuwe Gids op, waarin geschreven werd over de ‘nieuwe schilderkunst‘ die gericht was op het weergeven van een ‘stemming’. Reynaerts: “Ze waren op zoek naar wat we nu zingeving of spiritualiteit noemen.” De blik van deze schilders was ook letterlijk naar binnen gericht met voorstellingen van besloten tuinen, interieurs en het eigen atelier. 

‘Karen’, Jan Veth (Kröller-Müller Museum).
Werk vanJacobus van Looy (Rijksmuseum)

Komend vanuit de drukte van de Randstad met zijn overvolle wegen voelt de tentoonstelling als een oase van verstilde ‘stemmingsbeelden’. Ze waaieren alle kanten uit: van wachtende rijtuigen in de Londense mist (Willem Witsen), een eenzame figuur in een pastorietuin (Vincent van Gogh) een meisje dat in een geitenwei dromerig paardenbloempluisjes wegblaast (Jacobus van Looy), tot mensen verdiept in een boek (Jan Toorop), een meisje met grote ogen van Jan Veth, stillevens (Floris Verster), een mijmerende vrouw (Suze Robertson) en de kerktoren van Zoutelande die in gloeiende kleuren naar de hemel reikt (Piet Mondriaan). Wat opvalt is ook de experimenteerdrift van deze schilders. Op zoek naar de nieuwe ‘verheffende’ rol die kunst moest spelen, lieten ze zich onder meer inspireren door het pointillisme (‘stippeltjeskunst’). 

Jan Toorop, ‘Portret van mevrouw Marie Jeannette de Lange’, 1900.Beeld Rijksmuseum

Tijdens haar jarenlange onderzoek trof ze ook niet of nauwelijks bekende werken aan in museumdepots en bij particulieren. Een van die parels is het monumentale schilderij ‘Uitgang van de Oude St. Janskerk op de Brink in Laren’. In zichzelf gekeerd en roerloos staan de kerkgangers voor de kerk, even verstijfd als de gestileerde boomstammen. Zijn ze nog in hogere sferen? Of wilde de schilder de existentiële eenzaamheid van de mens weergeven? Het is van de onbekende Gijs Bosch Reitz. “Het geeft zoveel voldoening om schilders als Bosch Reitz en Piet Meiners, ook iemand die amper bekend is, eindelijk op het voetstuk te kunnen zetten dat ze verdienen.” 

De tentoonstelling ‘Spiegel van de ziel. Toorop tot Mondriaan’ in Singer Laren duurt t/m 10 mei. 

Spiegel van de werkelijkheid

Heel lang gold de negentiende eeuw in de Nederlandse schilderkunst als de ‘lelijke tijd’. Ten onrechte, constateert Jenny Reynaerts in haar onlangs verschenen standaardwerk over de negentiende-eeuwse schilderkunst in Nederland. Het was hoog tijd voor zo’n nieuw overzicht. In voorgaande naslagwerken uit 1903 en 1948 lag de focus op Hollandse schilders. Reynaerts wilde geen ‘eng nationalistisch’ boek schrijven, maar met ‘frisse’ blik en aan de hand van eigentijdse bronnen deze periode ook internationaal positioneren. Het klopt ook niet, ontdekte ze, dat de Nederlandse schilders zich achter de dijken hadden teruggetrokken. Ze reisden en er was veel uitwisseling met buitenlandse kunstenaars. Ook was er sprake van een bloeiende kunstmarkt.

Om met frisse ogen te kunnen kijken, ging ze ook te rade bij andere bronnen dan de gebruikelijke. “Er wordt altijd gekeken naar kunstkritieken, maar die herhalen zich vaak eindeloos in hun waardeoordeel. Ik vind het belangrijk om te weten hoe het publiek reageerde op tentoonstellingen. Daarvoor ben ik gaan zoeken in de archieven van de dagbladpers.”

De vijfhonderd belangrijkste en beste schilderijen nam ze op in het door Irma Boom fraai vormgegeven boek. Behalve een heerlijk kijk- en bladerboek zijn de bijna 400 pagina’s ook lekker leesbaar door de vlotte en toegankelijke schrijfstijl.

‘Spiegel van de werkelijkheid. Negentiende-eeuwse schilderkunst in Nederland’ is uitgegeven door het Mercatorfonds en het Rijksmuseum. 

Er is ook een Engelstalige editie, ‘The Mirror of Reality’.

Lees ook:

Dat Matthijs Maris zijn doeken ‘doelbewust’ in een waas hulde, was ook voor de conservator een verrassing

De schilderijen van Matthijs Maris zijn soms zo ‘mistig’ dat er nauwelijks iets is te zien. Te lang gepoetst in de verf? Nee, de kunstenaar heeft het zo bedoeld. Vincent van Gogh noemde zijn werk ‘wonderbaar’.

De oosterse ziel van Jan Toorop

Jan Toorop werd bekend door zijn reclame-affiches van Delftse slaolie. Maar in Doesburg is nu een grote collectie van zijn werk als symbolistische schilder te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden