Review

De leeuwerik zingt ieders eigen lied

,,Ik heb de leeuwerik gebruikt om verschuivingen in onze cultuur te betrappen.'' Gesprek met de filosoof Ton Lemaire over de hoeder van het overspel, die kon dienen als smakelijk hapje en als beeld van de Heilige Geest.

Gevolgd door de leeuwerke

Boven mijn hoofd

Zoo wandelde ik geerne in den Morgen.

Dit dichtte Guido Gezelle in 1899, een jaar voor zijn dood. Het is niet Gezelle's enige gedicht over de leeuwerik, en Gezelle is niet de enige dichter die over de leeuwerik dichtte. Uit 'De leeuwerik' van de filosoof Ton Lemaire blijkt dat deze kleine vogel een terugkerend onderwerp is in de Europese cultuurgeschiedenis.

Twee jaar geleden publiceerde Ton Lemaire 'Met open zinnen', een boek waarin hij een nieuwe omgang met de natuur bepleit. Wij hebben onze zinnen verloochend. We moeten opnieuw ontdekken hoe we verbonden zijn met de elementen en het leven. Grof gezegd zijn er in Europa twee manieren geweest om de natuur te benaderen. Of we brachten haar terug tot een natuurwetenschappelijke rekensom, die we kunnen uitbuiten tot ze op is. Of we zagen de natuur als een verschijningsvorm van God of Geest. Die tweede benadering lijkt edelmoediger, God doe je minder makkelijk geweld aan dan een rekensom. Maar ook als we de natuur ophemelen tot spiritueel beginsel stuiten we op weinig meer dan een levenloze abstractie, zonder de geuren en kleuren van de natuur. In 'Open zinnen' zoekt Lemaire naar een derde weg, die hij 'spiritueel naturalisme' noemde, en die een filosofie van de aarde als woonplaats zou moeten zijn.

Dat maakt alleen kans wanneer we onze zinnen weer openstellen voor de natuur, oog krijgen voor het licht, onze reuk trainen en ons gehoor scherpen. Voor bijvoorbeeld de roep van de leeuwerik, die ,,een sprankelende zang ten gehore brengt terwijl hij recht omhoog vliegt tot hoog in de hemel, waar hij luid zingend en bijna onzichtbaar voor het blote oog blijft zweven om ten slotte almaar zingend naar de aarde terug te keren''.

Al vanaf zijn vijftiende, zegt ;Lemaire,; staat in zijn belevingswereld de natuur centraal. ,,Daarom heb ik in Nederland lang midden in de natuur gewoond. Ik ben naar Frankrijk gegaan omdat Nederland me te vol en lelijk werd. Hier is die omgang met de natuur nog geïntensiveerd.''

Toch is 'De leeuwerik' allesbehalve een persoonlijke lofzang op deze lyrische vogel. Het boekje is eerder een cultuurgeschiedenis, een bloemlezing van volksgeloof, verzen en liederen waarin de leeuwerik een rol speelt. Vogels, schrijft Lemaire, leiden ook nog een ,,schaduwbestaan in onze eigen wereld, waarin ze voor ons betekenis blijken te hebben -symbolisch, allegorisch, metaforisch- die niet zonder meer te herleiden is tot hun verschijning en gedrag, maar is gefilterd door onze cultuur en geschiedenis.''

Al vanaf de Middeleeuwen zijn er dageraadsliederen bekend waarin verteld wordt hoe twee geliefden de nacht heimelijk samen hebben doorgebracht en bij de vroege ochtend moeten scheiden. En het is de leeuwerik die hun op de ochtend attent maakt. Uit een 13de-eeuwse Franse ballade:

'Minnaars, weg van hier! Maak haast!'

Mijn geliefde zei heel zacht:

'Heus, het is nog nacht.

Blijf maar liggen lieve schat.

Ik zweer bij liefdes macht: die leeuwerik zegt maar wat.'

De leeuwerik zag er ook geen been in om Gods persoonlijke lofdichter te zijn. Franciscus van Assisi spoorde zijn 'dierbare broeders en zusters' aan Scheppers lof te zingen, als dank voor de vrijheid die hij hun heeft gegeven. ,,Jullie zaaien niet, jullie oogsten niet, maar de hemelse vader voedt jullie toch: Hij geeft jullie de stromen en bronnen om je te laven, de bergen en dalen als toevluchtsoorden, en de hoge bomen behoren jullie toe, zodat je er nesten in kun bouwen.''

Volgens de overlevering is het gezang van de leeuwerik niet altijd zo hemels geweest. Een legende uit Frankrijk verhaalt hoe Jozef en Maria op hun vlucht voor de soldaten van Herodes achtereenvolgens een duif, een kwartel en een leeuwerik ontmoeten. De eerste twee vliegen weg, maar de leeuwerik gaat voor hen zingen en doet daardoor een struik met dicht gebladerte ontspringen, waaronder de heilige familie kan schuilen voor haar achtervolgers. ,,Sindsdien'', zo schrijft Lemaire, ,,kan de duif alleen nog maar droevig koeren en de kwartel slechts schichtig fladderen, terwijl de leeuwerik is beloond met het vermogen tot mooie en vreugdevolle zang.''

Je zou 'De leeuwerik' ook een case;study kunnen noemen van de manier waarop de mens door de eeuwen heen met de natuur is omgesprongen. Behalve als Gods trouwe dienaar is de vogel ook gezien als symbool van de Heilige Geest die met Pinksteren over ons wordt uitgestort. Maar even zo goed als geestverrijkend smakelijk hapje.

,,Inderdaad'', zegt Lemaire, ,,ik heb de leeuwerik gebruikt om verschuivingen in onze cultuur te betrappen, de veranderende sensibiliteit. Ik ben me daarbij bewust geworden van continuïteit én discontinuïteit. De vogel is waarschijnlijk heilig geweest bij de Kelten, is gekerstend, leeft voort in het volksgeloof, en bereikt een bloei in de lyriek van de late Romantiek om vervolgens weer enigszins te verdwijnen.''

,,Mijn boek is een bezinning op de plaats van de mens in de natuur. Daarom beschouw ik de 'De leeuwerik' ook als een illustratie van wat ik in 'Open zinnen' spiritueel naturalisme genoemd heb. Niet voor niets signaleer ik op het einde dat de vogel na zijn zangvlucht terugkeert op de aarde. Ik bestrijd uiteindelijk elk platoons of christelijk verlangen naar transcendentie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden