De ’landscappies’ van Rembrandt haalden niet het hoogste niveau.

Kan het toeval zijn dat van de acht nog bestaande schilderijen waarin Rembrandt het landschap centraal heeft gezet, er zegge en schrijve slechts één in een openbare, Nederlandse collectie zit? Rembrandt en het landschap, het is door de eeuwen heen een moeizame relatie geweest. Dit thema in het werk van Nederlands nationale schilder werd nimmer populair.

De Nachtwacht, het Joodse bruidje, de Staalmeesters, de (zelf)portretten en de tronies, de bijbelse en mythologische taferelen, ze scoren allemaal stukken beter bij publiek én kunsthistorici dan de landschappen. Zelfs de grote afwisseling van stemming in de landschappen speelt geen rol van betekenis. En toch zijn de werken zeker gevarieerd. De landschappen worden geteisterd door een striemende storm. Of er staat een schilderachtige molen. Of een brug temidden van een geïdealiseerd natuurbeeld, al dan niet bij maanlicht of zonovergoten.

Er moest een speciaal Rembrandt-jaar voor worden bedacht om ruimte te geven aan een presentatie van deze landschappen die Rembrandts kunde op dit punt moeten openbaren.

De Lakenhal in Leiden, die vorig jaar rond deze tijd als eerste museum het Rembrandt-jaar 2006 opende, reikt nu tot bijna boven zijn macht om de landschapsschilder een herwaardering te geven. Zonder een vooroordeel te hebben over deze tentoonstelling, kun je echter wel de vraag stellen of de opzet zo geslaagd is om Rembrandts genialiteit ook in verband te brengen met zijn landschappen.

Het antwoord is niet eenduidig. Rembrandt is na het zien van deze tentoonstelling niet minder meesterlijk, maar de wijze waarop hij het onderwerp heeft behandeld, weet niet echt te overtuigen. Het is ook een kwestie van timing: tegen de vergelijking Rembrandt-Caravaggio waarmee het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum al vroeg in dit jaar geschiedenis schreven, moet eigenlijk iedere presentatie op deelgebieden het afleggen.

Hoeveel moeite De Lakenhal ook doet om Rembrandt tot leven te brengen als een meesterlijk verteller van het leven op het platteland, het blijven uiterst sombere, soms zelfs afschrikwekkende voorstellingen. Neem er de eerste de beste Jacob van Ruisdael bij, bekijk werk van Jan van Goyen, Meindert Hobbema, Cornelis van Poelenburg of een andere Italianisant en je merkt dat het onderwerp bij Rembrandt niet de toewijding kreeg die hij wel aan de voorstellingen met figuren gaf.

Misschien dat De Lakenhal zich bij voorbaat al bewust is geweest van de negatieve gevolgen van een dergelijke combinatie. Op de tentoonstelling is het alleen mogelijk om Rembrandts landschappen op papier te vergelijken met die van enkele van zijn tijdgenoten. Waarmee impliciet wordt toegegeven aan de stelling dat zijn tekeningen en etsen met dit onderwerp heel wat spannender zijn dan de olieverfpanelen.

Dat geldt ook voor een onderlinge vergelijking. Wanneer een zwakke pentekening van Lambert Doomer geplaatst wordt tegenover een andere, veel imposantere boerenhoeve van Rembrandt, dan spreekt het meesterschap natuurlijk vanzelf. Ten aanzien van de landschappen in olieverf volgt de presentatie een andere koers. De schilderijen zijn nu handig als vetklontjes door de lever gestrooid: elk paneel (op een enkele uitzondering na staat elke voorstelling op hout, alleen het molengezicht staat op linnen) moet het hoogtepunt vormen van een ensemble van tien of meer werken op papier. Zo ontstond een overzicht met ruim honderd werken, die in het begeleidende boek vrijwel allemaal individueel worden gekwalificeerd.

Maar ook na het zien van deze op zich boeiende presentatie waar algauw een dikke twee uur voor kan worden uitgetrokken, blijf je met de vraag zitten hoe serieus Rembrandt het onderwerp nam. Daar is allereerst het korte tijdsbestek dat hij zich met het landschap als een zelfstandig fenomeen bezighield. Natuurlijk, het landschap komt al voor in de bijbelse en mythologische scènes waarmee hij in zijn vroegste jaren als aankomend schilder de markt moest veroveren.

Pas rond 1637, als hij de dertig is gepasseerd, zet hij het landschap niet langer op de achtergrond, maar komt het in het volle licht te staan. Deze periode duurt een kleine tien jaar, rond 1647 komt na een nachtlandschap een streep onder het onderwerp te staan. Zijn productie aan landschappen in deze tijd moet aanzienlijk groter zijn geweest dan de acht nog resterende werken. Zo blijkt uit een inventarislijst van Rembrandts huis in de Breestraat in Leiden dat zich daar twaalf ’landscappies’ van zijn hand bevonden.

Rembrandt schildert zijn landschappen zowel vanuit het gezichtspunt van de observator die zich laat leiden door gevoelens van bekoring om zoveel schoonheid in de natuur, als van iemand die met een rijke fantasie is behept. Het gaat dan om de tegenstelling in het schilderen ’naer ’t leven’ en ’uyt den gheest’ die hij soms met elkaar weet te verweven. In beide stijlen die op het punt van de reële werkelijkheid natuurlijk mijlenver van elkaar verschillen, zoekt hij de vrijheid om het zelf gestelde probleem op een authentieke wijze op te lossen.

Die problemen hebben wel een schilderkunstige oorsprong. Het zijn zaken van technische aard die hij met elk volgend schilderij steeds opnieuw wil attaqueren. Bij Rembrandt gaat het altijd om de kwaliteit van het licht dat hij aan de voorstelling meegeeft, ongeacht het onderwerp dat hij voor die speciale gelegenheid heeft uitgekozen. Bij het ’duel’ met Caravaggio bleek al dat Rembrandt weliswaar vaak met het chiaroscura aan de slag ging, maar dat dat uiteindelijk veel minder ’Italiaans’ heeft uitgepakt dan vaak wordt gedacht.

Dat beeld wordt nu in De Lakenhal bevestigd. De lichteffecten, bij dag maar ook bij nacht, zijn soms zo spectaculair dat ze volslagen onwerkelijk zijn. Een voorbeeld is het wat al te drabbig ogende ’Landschap met molen’ dat uit de National Gallery in Washington (DC) komt. Maar ook het ’Landschap met kasteel’ uit het Louvre met een lucht die veel te veel onheil oproept, is een goed voorbeeld van een op hol geslagen fantasie waarmee Rembrandt zich ver buiten de waarneembare werkelijkheid plaatste. Dat op zich is natuurlijk een interessant fenomeen, maar het maakt van de landschappen nog geen topstukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden