Interview

De kunst van het vertalen van Michel Houellebecq

Vertaler Martin de Haan. Beeld Bob van der Vlist

Hoe is het om als Nederlander in Frankrijk te leven en daar het oeuvre van ‘de bestverkopende Franse schrijver in het buitenland’ te vertalen? Een gesprek met Martin de Haan (51), vriend en vertaler van Michel Houellebecq.

In de Rotterdamse uitspanning waar we hebben afgesproken, neemt vertaler Martin de Haan (51) een broodje kroket. “Dat hebben we in Frankrijk niet”, verklaart hij ongevraagd zijn keuze. Van wat ze er wel hebben en waar Frankrijk groot in is, krijg ik een vrolijke opsomming. Hij is blij met de energieke president Emmanuel Macron die de Fransen weer wat zelfvertrouwen geeft en voelt zich thuis in het stadje Autun, in de Bourgogne, bij de Morvan, waar hij sinds 2003 woont en waar hij als geboren Middelburger de migrant is. Tegenwoordig tutoyeert het bakkersmeisje hem zelfs, hij hoort erbij.

Hij houdt van het gemoedelijke leven daar, zoals zich dat onlangs nog voltrok na een plaatselijke tafeltenniscompetitie. “Vlak nadat het laatste balletje was geslagen, om tien uur ’s avonds, werden alle pingpongtafels tegen elkaar gezet, de netjes verwijderd, er werd gedekt en iedereen zette zijn meegebrachte spijzen op tafel. De een had coq au vin gemaakt, ik quiche, een ander had wijn gekocht.”

Het Nederlandse clichédenken over Frankrijk stoort hem: dat het nog steeds een door zichzelf geobsedeerd land zou zijn, leuk voor vakantie of een tweede huis, maar helaas bevolkt door Fransen die geen Engels spreken. Vergeet nooit, zegt hij, met een charmant, licht Frans accent: de mensenrechten, het auteursrecht, de hsl, de Europese eenwording, het zijn allemaal Franse uitvindingen. “Ik hoor vaak dat de Franse gezondheidszorg wel slecht zal zijn, omdat het een Zuid-Europees land is, maar de geneeskunde staat er juist op een hoog peil. Er zijn geen lange wachttijden. Oké, er wordt veel gestaakt, maar de treinen rijden wel op tijd”, zegt De Haan.

Om naar het zuiden te komen, moet je in Parijs met de tgv nog steeds op Gare du Nord overstappen naar Gare de Lyon.

“Ja, dat is lastig, maar er zijn ook treinen die om Parijs heen gaan. Ha. Die neem ik soms.” 

U bent dé Michel Houellebecq-vertaler. Niet de gezelligste schrijver denkbaar. Wat doet zijn werk met u?

“Ik heb inmiddels zo’n tien boeken van hem vertaald, in totaal ben ik al langer dan drie jaar fulltime met hem bezig. Nu werk ik aan zijn boekje over de filosoof Schopenhauer. Vooral de roman ‘De kaart en het gebied’ uit 2010 absorbeerde me volledig. Die vind ik ook het best gelukt.

Maar het is raar, zo’n periode, ik ging met Houellebecq naar bed en als ik wakker werd, dacht ik alweer aan hem, het stopte nooit. Ik heb één keer gekscherend tegen hem gezegd: ‘Besef je dat ik waarschijnlijk degene op deze aardbol ben die het meest in jouw woorden heeft geleefd?’ Ik ben de enige Houellebecq-vertaler die bijna alles van hem heeft vertaald, in andere talen zijn het vaak verschillende vertalers. Toen moest hij grinniken.”

Beeld Bob van der Vlist

Hoe heeft hij u veranderd?

“Houellebecq heeft sommige van mijn vanzelfsprekendheden ondermijnd. Vooral over de status van het individu, die wij in het Westen zo belangrijk vinden. Hij laat zien dat mensen nauwelijks van elkaar verschillen, ze hebben alle-maal behoefte aan warmte en iets om in te geloven.

Ik werd ook gedwongen na te denken waarom lezers zijn boeken zo shockerend vinden. Ik besefte: ik ben hém niet. Hij doet dingen die ik niet zou doen. Hij wil echt weten hoe het is om in een parenclub te zijn. Ik moet er niet aan denken.”

Bent u wel naar die clubs gegaan voor research?

“Nee, maar ik heb wel uitgebreid op websites gekeken wat ze daar doen. Zoals ik me voor zijn boeken ook weleens heb moeten verdiepen in kwantummechanica, de films van Eisenstein of de hengelsport. Ik heb gelukkig een open geest. Ik vel niet snel een oordeel. Ik ben wel nieuwsgierig in wat voor wereld Houellebecq zelf leeft. Ik had eens met hem afgesproken in Zuid-Spanje. Bleek het vakantiedorp waar hij zat een nudistenkamp te zijn. Absurd. Hij komt vaak in rare situaties terecht, maar ook omdat hij ze opzoekt, wat hem weer stof geeft om over te schrijven.

In Spanje had hij net een Mercedes C220 CDI gekocht - want hij was rijk geworden van zijn boeken - maar hij wist niet waar de lichten zaten. Ik heb ook weleens met hem in de Vogezen gezeten, waar hij interviews zou doen met buitenlandse journalisten. Ik moest tolken van hem, maar ik had niks te doen, want ze spraken allemaal Frans. Dus liet ik zijn hond Clément uit. Houellebecq zelf kwam voor sommige interviews dan ineens niet opdagen. Was hij hondenbrokjes aan het kopen of zo.”

In die intensieve Houellebecq-periode bent u ook gescheiden.

“Ja, maar ik heb heel veel intensieve Houellebecq-periodes gehad, en ook Proust-periodes. Wat de kip of het ei is? Als het in een relatie al niet lekker loopt, vlucht je in je werk. En we werkten in hetzelfde huis, ook niet echt bevorder-lijk. Zij, vertaler uit het Chinees, en ik besloten in 2003 vanuit Nederland naar een piepklein dorpje in de Bourgogne te emigreren om daar rustig te kunnen leven en zzp’en. Totdat het laatste café en de bakker daar sloten en alleen de kapper overbleef. Mijn ex bleef daar en ik ben naar het nabijgelegen stadje Autun verhuisd, op twee uur van Parijs, naar een spotgoedkoop appartement van 160 vierkante meter.”

Spreekt u inmiddels even goed Frans als Nederlands?

“Als ik moe ben, kan ik Franse woorden soms niet vinden. Er bestaan hersenscans waarop je hersendelen rood ziet oplichten van mensen die moeten werken om zich uit te drukken in een taal. Bij tweetalige kinderen, zoals die van mij, blijft op zo’n scan alles groen. Bij hen gaat het vanzelf. Daar ben ik vreselijk jaloers op. Bij mijn werk heb ik er geen last van, ik vertaal naar het Nederlands.”

U bent weleens halverwege een boek opnieuw begonnen met vertalen.

“Dat was ‘Riskante relaties’, een brievenroman over verleiding en wraak van de 18de-eeuwse Choderlos de Laclos, waar ik net twee prijzen voor heb gekregen. Wat ik lastig vond aan dat boek was de toon. Het bestaat uit brieven van verschillende mensen, oud en jong, man en vrouw. Aanvankelijk bleef ik heel dicht bij de toen heersende conventies, de spanning wilde ik tussen de regels door laten spelen. Maar toen ik mijn vertaling nalas, bleek het doodsaai. Toen dacht ik: het gaat om het doorbreken van conventies. Al met al duurde het vertalen me maanden extra. Maar het is toch goed gelukt.

Het erge is dat de meeste vertalers die tijd niet kunnen nemen, vertalen wordt zo slecht betaald. Ik krijg steun van het Letterenfonds, maar veel vertalers van niet-literaire teksten hebben die luxe niet. Terwijl hun werk net zo tijdrovend is.

Ik zie vertalen als een kunstvorm. Volgens de wet ben je als vertaler ook de auteur van een nieuw werk. Daarom hoort de naam van de vertaler standaard te worden genoemd in recensies, zoals ook bij muziek staat wie het werk heeft uitgevoerd.”

Het vertalen van Houellebecq is ook een kunst, weet u inmiddels.

“Ja, ik vertaal Houellebecq niet als verhalenverteller, want dat is hij niet. Het is niet voor niets dat hij als schrijver met poëzie begon; in een gedicht kunnen werkelijkheden naast elkaar bestaan. Houellebecq blijft daarmee spelen, hij is geïnteresseerd in het tegenstrijdige van het leven. Maar dat niet-rechtlijnige vertellen doet niets af aan de kracht van zijn tekst.”

Wijlen Elly Jaffé, de vrouw achter een van uw vertaalprijzen, vond Houellebecq geen schrijver.

Beeld Bob van der Vlist

“Ik kreeg zelfs een snauw van haar, het moet rond het jaar 2000 zijn geweest dat ik in het bestuur van de stichting zat die de prijs net in het leven had geroepen. Toen ik haar vertelde dat ik Houellebecq vertaalde, reageerde zij net als mijn Franse linkse vrienden indertijd, die hem allemaal fout vonden. Politiek fout. Zij zei: ‘Dat is geen schrijver’. Veel van mijn vrienden zijn inmiddels wel anders over hem gaan denken. Ik denk vooral door zijn laatste boek ‘Onderworpen’. De publicatie was dezelfde dag als de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo: 7 januari 2015.”

Daarmee heeft hij indruk gemaakt?

“Ze zien in dat hij geen simpele islamhater is. Zijn mikpunt is de uitgebluste, verveelde westerling. In het boek schetst hij een dubbelzinnig beeld van een Frankrijk dat zich zonder weerstand overgeeft aan de sharia.

Tien maanden na ‘Charlie Hebdo’ kregen we de aanslagen in Parijs, 130 doden, in 2016 Nice, 86 doden… Frankrijk heeft een klap gekregen en is Houellebecq langzamerhand gaan waarderen. Hij is trouwens de bestverkopende hedendaagse Franse schrijver in het buitenland.”

Heeft u weleens een boek geweigerd te vertalen?

“Ja, één keer. Het is interessant, welke denkbeelden van een schrijver vind je nog net acceptabel? Het boek ‘De wel-willenden’ van Jonathan Littell weigerde ik, omdat ik geen zin had om anderhalf jaar in het hoofd van een SS-officier te leven. Ik vind het ook een dubieus boek, omdat de gruwelijkste dingen vanuit een ik-perspectief worden beschreven. Zodat je als lezer nauwelijks kunt ontsnappen. Net als vaak bij Houellebecq, die jou als lezer ook niet laat sympathiseren met zijn ik-figuur.

Houellebecq schept een duivels genoegen in het scheppen van een wereld waarin niemand wil leven, maar die we toch in grote lijnen herkennen als de onze. Je wilt dat zijn hoofdpersoon in opstand komt, maar dat doet hij niet. Houellebecq zelf wijt zijn obsessie met liefdeloosheid aan de slechte band die hij met z’n moeder had. Voor hem zijn zorgzaamheid en liefde in het echte leven heel essentieel, weet ik, maar vaak onbereikbaar. Hij is zelf heel fragiel, zijn zenuwen liggen bloot, als hij naar muziek luistert kan hij heel hard gaan huilen, heb ik meegemaakt.”

Waar is hij? Hij treedt sinds 2014 al niet meer op.

“Hij woont in Parijs, bij Place d’Italy. Hij schrijft, rookt e-sigaretten en heeft geen zin meer in publieke optredens. Hij geniet niet meer van de aandacht. Even had hij dat, het gevoel dat hij als oud-computerprogrammeur echt iets kon, echt iets was, een publiek had. In die tijd had hij ook groupies, Franse meisjes, die met hem mee wilden. Dan spraken ze af bij zijn hotel, trouwens samen met de vrouw die hij toen had. Nee, zulke fans heb ik niet. Soms is het in het leven echt heel fijn om op de achtergrond te blijven.” 

Wie is Martin de Haan?

Martin de Haan (Middelburg, 1966) studeerde Frans en woont sinds 2003 in Frankrijk.

Hij is essayist en vaste vertaler van Michel Houellebecq en Milan Kundera. Daarnaast vertaalde hij werk van Diderot en Proust. Vorige maand kreeg hij de dr. Elly Jafféprijs en de Filter Vertaalprijs (samen 50.000 euro) vanwege zijn stijlgevoel en rijke woordenschat. De Haan pendelt tussen zijn woonplaats Autun en Rotterdam, waar zijn vriendin - ook vertaler - woont. Meer over zijn werk op ww.hofhaan.nl

Onheilsprofeet Houellebecq

De Franse schrijver Michel Houellebecq (62) produceert al 25 jaar explosieve boeken die lezers ontregelen. Zijn romans spelen zich voor een deel in de toekomst af. Bij zijn laatste, ‘Onderworpen’, is de islamitische president Mohammed Ben Abbes aan de macht in een Frankrijk waar vrouwen weer thuis zitten, op alle scholen de Koran wordt onderwezen, polygamie is toegestaan en de economie floreert als nooit tevoren.

Lees ook:

Houellebecq raakt dezelfde open zenuw

Het satirische weekblad Charlie Hebdo maakt in het laatste nummer dat voor de aanslag uitkwam grappen over de nieuwe, omstreden roman van Michel Houellebecq die juist gisteren verscheen.

Elke week staat ons zomermagazine Zomertijd in het teken van een Europees vakantieland. Dit weekend: Frankrijk. Niet bepaald ons favoriete WK-land, maar 's zomers vertoeven we er maar wat graag. Lees hier meer artikelen uit onze special.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden