column

De klok van onze jeugd lijkt ­voorgoed stil te staan

Beeld Maartje Geels

Ja, in de jeugd zijn de dingen het ergst’, schreef Vestdijk die het als nerd en ­laatbloeier weten kon. Je loopt maar te broeden en komt niet uit de verf. Je jeugd, die van een enkeling (Jezus, Mozart, Anne Frank – ze stierven allemaal jong) uitgezonderd, behelst de duistere en onvoorspelbare voorgeschiedenis van wat er allemaal nog komen moet.

Ik moest eraan denken toen ik afgelopen zondag al die regeringsleiders bij de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Parijs zag zitten: het onverdraaglijke Amerikaanse rijkeluiszoontje, het ijverige maar ­onopvallende Oost-Duitse tutje, die twee eikels uit Rusland en Turkije. Wat in hun jeugd verried dat ze hier ooit samen zouden komen?

Ik zeg: niets! Van beroemdheden krijg je nog weleens een onschuldig fotootje uit de zandbak of de schoolbanken te zien dat iets moet suggereren, maar voor de meesten van ons is zo’n biografie niet weggelegd en zo deemstert onze prehistorie langzaam weg.

Degenen die er nog het meest van hebben meegekregen, je ouders en je broers en ­zussen, hebben er meestal een subjectieve, door familiebelangen vertekende kijk op. Zo beweerde een zus van mij eens dat ik in mijn jeugd een schop onder mijn kont had moeten krijgen, iets waarvan ik de noodzaak zelf in het geheel niet herinner. Toen ik pas geleden een oud-klasgenoot ontmoette, herinnerde hij mij eraan dat ik vroeger om de blits te maken tegen betaling sla met wurmen opat, een ­apocrief verhaal dat geloof ik nergens door ­gestaafd wordt.

Mijn bloedeigen vader, die ondanks zijn latere predikantschap de onchristelijke neiging had enigszins op te scheppen over zijn jeugd, of laten we zeggen die aan te dikken, maakte ons wijs dat hij op halve kruiken had geschaatst en in de jaren twintig van de vorige eeuw langs de weg van Utrecht naar Amersfoort, waar hij zo’n beetje geboren was, passerende auto’s had geteld, wel vijf op een dag!

Nee, de jeugd is niet alleen het ergst, maar ook het geheimzinnigst. Voor je het weet is het voorbij en moeten we het doen met gekleurde herinneringen.

Donkere magie

Ik ben er de laatste tijd veel mee bezig, maar eigenlijk zie ik voornamelijk donkere magie in het Groenendaalse bos, een mooi maar onbestemd moment in onze Haarlemse achtertuin. Soms zou ik de leerlingen van de school bij mij om de hoek toe willen roepen om hun huidige leven goed en exact in zich op te slaan, maar ik weet dat het vergeefse moeite is, ze zullen leven en ouder worden en het merendeel vergeten, hun herinneringen zullen stil gaan liggen en verstijven.

Zelfs bij Proust, de herinneringskunstenaar bij uitstek met z’n precieze pennetje, kun je ­vermoeden dat het slechts een reconstructie is, maar hij heeft wel prachtig over het mechanisme geschreven waarmee wij de wereld om ons heen ooit opmerkten: ‘Misschien krijgen de dingen om ons heen hun roerloosheid wel opgelegd door onze zekerheid dat zij het zijn en geen andere, door de roerloosheid van het denken waarmee we ze benaderen’. We ­kunnen wel zien wat de tijd met ons gedaan heeft, maar de klok van onze jeugd lijkt ­voorgoed stil te staan.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden