Review

De Klerk kreeg terecht benaming klankschilder

Over de twaalf jaar geleden overleden orgelcomponist Albert de Klerk is een boek verschenen, maar de definitieve biografie is het nog niet.

Toen Hendrik Andriessen in 1934 afscheid nam als organist van de Haarlemse St. Josephkerk moet hij zijn amper 17-jarige opvolger Albert de Klerk hebben gevraagd: „Zul je goed voor mijn orgel zorgen, jongen?” Liefst 64 jaar lang zou De Klerk ’goed voor het orgel zorgen’.

Maar de betekenis van de musicus Albert de Klerk (1917-1998) moet ruimer worden gezocht. Voor Gerard Sars lag die vooral in De Klerks improvisatietalent. Hij wijdde er een studie aan, waarop hij vier jaar geleden in Duitsland promoveerde. Een aantal aspecten uit die dissertatie is nu voor een breder Nederlandstalig publiek toegankelijk gemaakt, en aangevuld met een fraai fotokatern (samengesteld door De Klerks dochter Birgit) en een overzicht van zijn composities. Dat het boek daardoor fragmentarisch van opzet is geworden, viel blijkbaar niet te voorkomen.

Albert (’Albèr’) de Klerk, kreeg de (kerk)muziek met de paplepel ingegoten. Vader Jos de Klerk, Belg van geboorte, was muziekrecensent, muziekleraar en dirigent van het koor van de Josephkerk te Haarlem. Al vroeg werd de jonge Albert meegenomen naar de kerk, waar zijn buurman Hendrik Andriessen organist was. Van het een kwam het ander. Albert bleek talent te hebben en met het geld dat hij als opvolger van Andriessen in de Josephkerk verdiende, kon hij zijn conservatoriumstudie bekostigen. Na de oorlog werd De Klerk zelf orgeldocent: eerst aan de (katholieke) Kerkmuziekschool in Utrecht en vanaf 1964 aan het Amsterdamsch Conservatorium. Tevens was hij vanaf 1956 een van de stadsorganisten van Haarlem en daarmee verantwoordelijk voor de orgels in de ’Oude’ Bavo en in het Haarlems Concertgebouw. Volgens een voorzichtige schatting gaf De Klerk minstens 1500 orgelconcerten in binnen- en buitenland. Ten slotte dirigeerde hij verschillende koren en liet hij vierhonderd composities na, waarvan slechts een gedeelte ook daadwerkelijk is uitgegeven.

Maakt dit door Frans Lutters geredigeerde boek de lezer vertrouwd met de mens en toonkunstenaar Albert de Klerk en met diens improvisatiekunst? Om vooral dat laatste te benoemen: in het speciaal daaraan gewijde hoofdstuk doet Gerard Sars een poging het fenomeen ’improvisatie’ in woorden te vangen. Voor wat het theoretische kader betreft slaagt hij daarin, maar toegespitst op De Klerks wijze van improviseren blijft hij in citaten en vooral algemene opvattingen steken. Belangrijkste conclusies: improviseren is de spannende ontmoeting tussen overweging en inventie. En: luister veel naar goede voorbeelden. Maar het ’eigene’ van De Klerks improvisaties blijft onderbelicht, evenals zijn ontwikkeling naar een geheel eigen klankidioom, waarin traditie én vernieuwing beide een plaats hadden. Improviseren was voor De Klerk een way of life. Of, zoals hij het zelf verwoordde: „Het is een bron die stroomt en maar niet opdroogt.” Daarbij waren zijn improvisaties zelden te lang (overweging) en bijna altijd verrassend en origineel (inventie). Zijn muziek stond, karakteriseerde iemand, in het teken van Pasen, van de verrijzenis. Optimisme en blijdschap zijn ook te beluisteren in de improvisaties die op geluidsdrager bewaard bleven. Merkwaardig dat juist bij een uitgave als deze een cd met het spel van De Klerk ontbreekt.

Dit boek kan worden beschouwd als een vingeroefening voor de ’definitieve’ biografie die er op termijn zeker moet komen. Al was het maar als erkenning jegens de organist die aan een relatief bescheiden instrument als dat van de Josephkerk voldoende had om een leven lang met kerk- en orgelmuziek in al haar verschijningsvormen bezig te zijn. Zo iemand komt het epitheton ’klankschilder’ terecht toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden