De Kitswoning

Als kind woonde ik op Sion bij Delft, naast de Kitswoningbrug. Zo vlak na de oorlog moesten we iedere dag tegen het eind van de middag melk gaan halen op de boerderij. De ene keer een van mijn broers of zussen de andere keer ik.

door Plonie Verwolf

Je nam het kannetje dat buiten op een paal hing te luchten, deed het deksel erop en ging op pad. Je liep over een onverharde weg met aan de linker kant de beukenhaag langs de tuin van mijn vader en aan de andere kant een soort betonnen dorpel die de afscheiding vormde van de wat rommelige tuin van onze buurman. Na ongeveer honderd, honderdvijftig meter zag je links een klein arbeiderswoninkje en rechts de boerderij: de Kitswoning, een dwarsboerderij. Vanuit mijn looprichting keek je op het voorfront van het woonhuis met daarvoor de hof omzoomd door een ligusterhaag. Het woonhuis aan de voorkant had een aantal grote, hoge ramen met daaronder kelderraampjes voorzien van luiken. Daar zal ik het later nog over hebben.

Je liep langs de zijkant van het huis waar zich een grote, open ruimte bevond met een grote kastanjeboom. Als kinderen speelden we daar regelmatig. Maar 31 augustus was de grote dag. Dan was daar het eindpunt van de optocht van Sionsfeest ‘Voor Koningin en Vaderland’. De kinderen kregen snoep en het bestuur en de leden van de harmonie iets versterkenders. De voorzitter, met oranje sjerp en dito rozet, hield een toespraak, maakte de prijzen voor de deelnemers aan de optocht bekend en dan speelde de harmonie nog wat in het door de kastanje bladeren gefilterde zonlicht. Later toen ik de Koperen Tuin van Vestdijk las met daarin de kinderen die dansten op de harmoniemuziek van Sousa voelde ik ‘zo was het’. Een verstilde, bijna mystieke sfeer.

Je liep met je kannetje via de zijkant van het huis verder, langs de stal naar de achterkant met de stank van de gierput en de zurige lucht van het kuilvoer. ’s Winters ging je de stal in voor melk. ’s Zomers liep je om de stal heen, de ruimte in. Daar was ’t kippenladdertje naar de kippenzolder, de sloot voor de varkens, het weiland met de koeien en daar stonden ook de melkbussen. En dan was het wachten op Willem, de oude boer. Hij deed drie liter melk in je kannetje en meestal ging je dan weer naar huis. Soms ging je ook naar Tina, de dochter die haar leven lang in een wagen lag.

Haar onderlichaam was niet meegegroeid. Tina had tijd, was zeer aanwezig en heel goed bij. Met haar handspiegel kon zij iedereen en alles bekijken. Ze was goed in praktische dingen zoals breien en haken. Maar ook wist ze het nodige te vertellen. Ik ging vaak en graag naar haar toe, ook zonder melkkannetje. Zo vertelde ze een keer: ‘het is niet Kistwoning, maar Kitswoning en de woning is al eeuwen oud. Dat is nog te zien aan de dikke muren van de stal. De woning hoorde bij het al lang verdwenen klooster Sion.

Op de boerderij liep een man rond, Dries, die graag de verhalen doorvertelde die van vader op zoon en van moeder op dochter van mond tot mond gingen. Het leken sterke verhalen. Je wist niet wat je ervan moest geloven. Zo vertelde hij op een keer dat de Kitswoning heel vroeger een andere naam had: zoiets als Nuwehof of Nieuwe Hof. Het was een lusthof, een tuin die bij een abdij in Egmond gehoord zou hebben. En er wordt ook verteld, zei hij, dat in die tijd kloosterlingen uit Delft een tijdje op de woning gewoond hebben toen ze het klooster Sion (‘Sancta Maria in Monte Sion’) er vlakbij bouwden. Maar, vroeg ik ‘hoe komen ze aan de naam Kitswoning’? Dat wist hij niet. Wel gaan er geruchten, zei hij, dat de Kitswoning in de 17e eeuw als RK-schuilkerk gebruikt is. En dat kon ik me gezien de geïsoleerde ligging wel voorstellen.

Op de woning waren ze rooms en kwam ik met een heel andere levenssfeer in aanraking dan ik thuis als protestant gewend was.

Zo liep de oude buurvrouw dagelijks door weer en wind naar de kerk, een uur heen en een uur terug. Als je soms te laat was voor de melk, keek je stomverbaasd op als je de familie in de kamer aan het bidden hoorde en zag. Ondertussen kropen ze achter hun stoel op de knieën over de kokosmat door de kamer.

De wijze van zeggen bevreemdde: ‘hij is al een engeltje’ zei oude buurman Willem toen hij zijn tweejarige kleinzoon uit het water haalde. Daarna was hij echt oud.

De kersttijd zorgde voor de nodige verwondering als we door de oude buurvrouw binnengevraagd werden om naar de kerststal te kijken.

En dan levenslustige Corrie, één van de dochters. Op een gegeven moment besloot ze het klooster in te gaan. Ze was verpleegkundige en werd medische missiezuster. Ook bij ons kwam ze langs om te vragen om een bijdrage voor haar bruidsschat.

Zo deden zij dat!

De Kitswoning met de andere, verstilde haast mystiek sfeer en religieuze achtergrond: is het daarom dat ik de bijbelverhalen die Goddool op school vertelde mij voorstelde op en rond de Kitswoning? - In werkelijkheid was het G.v.d. Dool, maar ze schreef erg onduidelijk in ons rapportenboekje. –

Als zij vertelde dat Jezus rondtrok in Galilea, dan was dat op het pad van ons huis naar de boerderij. Daar vonden ook allerlei genezingen plaats. De veroordeling en de kruisiging van Jezus vonden plaats in de hof voor de woning. De spelonk van Machpela waar Jezus na zijn dood werd neergelegd was het meest rechtse kelderraam. Met Pasen stonden de engelen daar en waren de luiken open.

De Kitswoning bij het klooster Sancta Maria in Monte Sion: mijn plek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden